Het leven zoals het is

Het overgebleven stukje taart staat bij thuiskomst op me te wachten. Afgelopen weekend gebakken: Knapperige notenkorst, romige yoghurt en een laag bosvruchten met verse bramen. Na twaalf kilometer stappen laat ik het me goed smaken. Bijna bij het laatste hapje, het stuk waar een enorme braam op ligt, zie ik schimmel, redelijk veel schimmel. Geen idee of het ook op het stuk zat waar ik net zo smakelijk van zat te smikkelen.

Ik hou van handwerken, er staat altijd wel een breiwerkje op. Vaak wel drie tegelijk. Zo had ik jarenlang de trui die nooit afkwam en is daar de ene sok die een heel leven lang tevergeefs wacht om een paar te worden. Vorig jaar op vakantie begon ik aan een mosgroen vest. Tof model en dan ook nog in mijn lievelingskleur. Nu met het thuiszitten en werken zou ik het vest afmaken. Eindelijk zijn ook de mouwen af. Opgetogen en met veel goesting doe ik het deksel van de houten kist open waar al mijn wol en ook de rest van het vest in bewaard wordt. In de kist beweegt van alles. Van schrik gooi ik het deksel dicht. Na het verzamelen van moed en een vermoeden van mot doe ik het deksel opnieuw open. Al mijn wol en de stukken vest worden hier onder mijn ogen omgezet in voedsel en kraamkamer voor motten. Geen redden meer aan. De inhoud gaat in de vuilnisbak en de kist gooi ik chagrijnig in het houthok.

Dan maar koffie, eerst malen, in het filterzakje in de koffiefilter, water koken. Het is een geruststellend ritueel. De eerste keer opgieten, de filter vol kokend water. Ik zet ondertussen efkes de bus met koffiebonen terug op de plak. Met een flinke tik raak ik met de bus de filter. Die zwiert elegant van de koffiepot. In zijn val probeer ik de filter te redden. Een flinke gulp kokende koffie stroomt over mijn hand. De koffiefilter stuitert van de prullenbak op de grond. De spetters vormen een woest patroon op mijn muren, vloer en schorten die in de buurt hangen.

Voor vandaag geef ik het op. Doodstil ga ik op de bank zitten om naar een hersendode serie op tv te kijken. Die zijn er tenslotte in overvloed.


Slons

Normaal gesproken draag ik een deftig kleedje, liefst iets met zwier, bloemen en kant. Door al het thuiswerken heb ik ontdekt dat het hebben van veertig jurken zwaar overdreven is. Een pyjama en een slobberige tuinbroek is al wat een mens nodig heeft.

In de ochtend zit ik achter mijn scherm, ongewassen, dampende beker koffie, op blote voeten en mijn haar in een rommelige knot. Meestal bestaat mijn nachtkledij uit een oude lange onderbroek en een shirt met ergens een gat of een vlek die er nooit meer uit gaat. Met een beetje geluk ga ik in de middag met de hond naar buiten of werk ik in de tuin. Mijn ouwe jaren tachtig jeans salopette is dan kei handig. Genoeg zakken voor de telefoon of een kniptang, nooit een koude rug en niemand die achter mijn stevige klep ziet dat ik vandaag alweer geen bh aan heb.

wanneer ik tegen een uur of zes ontdek dat ik een onmisbaar ingrediënt voor het avondeten mis spring ik met rare tuinbroek in de auto naar de winkel. Het meisje achter de kassa is beeldschoon, zij heeft duidelijk wel haar best gedaan. Nagels gelakt, deftige kleren, leuk haar en goeie lipenstift. Wanneer ik mijn bankkaart op het pinapparaat leg zegt ze: mevrouw wat heeft u een fantastische broek aan. Het staat u geweldig!


Boodschap

Een ware volksverhuizing is er aan de gang. We slepen met tapijten, stoelen en kastjes. Een tafeltje met drie piepkleine plantjes wordt decoratief neergezet. De tafel gaat eruit en de enorme bank uit de zaal wordt pontificaal in het midden van de kamer gezet.

We hebben tv! Ik verheug me enorm. Jaren deden we zonder tot grote tevredenheid. Nu ben ik plots als een kind zo blij met het vooruitzicht van de zipper in mijn hand en eindeloos surfen langs de kanalen. Is het door het eindeloos binnen zitten, de nood aan informatie nu ik de rechtstreekse speech van Rutte en onze koning miste of ben ik gewoon op zoek naar het veilige gevoel van vroeger van met een bakje chips voor de tv?

Na het avondeten is het zover. Met thee en de hond op schoot ben ik de baas over de tv. Ademloos kijk ik naar een oudere man in een roze konijnenpak die drie mevrouwen in bed koffie brengt en naar weggebruikers die een overtreding begaan en dan worden aangehouden door de politie.

De afgelopen jaren is er een wereld aan me voorbij gegaan, dat is zeker!


Het leven zoals het is

Onrustig gestommel in de gang wekt me uit een diepe slaap. Het duurt echt wel even voor het tot me doordringt dat er is iets aan de hand is. Ries loopt heen en weer en maakt vreemde geluiden. Pijn fluistert hij tussen twee hijgende ademhalingen door. Zijn hand grijpt naar zijn onderrug.

Wanneer ik bel met de spoed wordt uit het verhaal al snel duidelijk dat het zal gaan om nierkoliek. Er zit een steen, die moet eruit, de doorgang is te smal. Alle soorten pijnstillers die we in huis hebben mogen gebruikt en dat doen we met gulle hand. Het helpt niks.

We gaan naar de dokter met een plasje in de pot waar normaal mijn brandnetelthee in zit, die was net op. Zo gemakkelijk is het niet om om vier uur in de nacht adequaat te reageren wanneer een telefoniste je sommeert urine mee te nemen. De pot gaat in mijn tas want de patiënt kan amper zichzelf recht houden. Hij ziet grauw van de pijn.

We worden allerliefst ontvangen. De dokter vraagt en knikt meelevend wanneer er verhaalt wordt over de vreselijke koliek. Of ie de urine mag. Wanneer ik mijn hand in mijn reusachtige schoudertas steek voel ik dat de pot misschien wel goed was voor brandnetelblaadjes maar dat urine een andere fluiditeit heeft waartegen de pot niet zo goed is opgewassen.

Twee injecties die de pijn tegen moeten gaan en alles wat we in huis hebben mag gebruikt om de pijn te kunnen hanteren. Voor we naar buiten gaan krijgt Ries nog instructie om in een koffiefilter te plassen om te controleren of er gruis dan wel steen mee komt. Ik ben niet genoeg bij de tijd om adrem te reageren maar ik weet: Deze man giet beslist nooit de koffie op.

Eenmaal thuis blijkt mijn gelijk. De dringende plas van een volwassen man past niet in één koffiefilter, daarvoor loopt ie te langzaam door!


Eigen mensen

Mijn werkplek is het oude ziekenhuisbureautje van de zuster ergens uit de jaren vijftig. Er zit een speciaal scherm aan de onderkant, anders kan je zo onder het uniform gluren wanneer de zuster in een onbewaakt ogenblik haar benen niet netjes over elkaar slaat.

De zon schijnt door de ramen warm naar binnen. Behaaglijk is het hier. Fijner ook dan op mijn werkplek in onze kantoortuin waar het altijd rumoerig en druk is. Ik mag daar nu efkes niet komen. Een kuch en voorschriften houden me thuis. Ik ruim de lades van het bureautje op. Want gezelliger mag het hier zijn: er is wel beduidend meer rommel dan in mijn bureau op het werk.

Tussendoor werp ik een blik op social media. Waar ik lees dat bange mensen niet alleen al het wc papier en houdbaar voedsel massaal in slaan maar ze die spullen ook enkel gunnen aan “eigen mensen”. Ze vinden het niet meer dan redelijk dat Europa en Nederland de mensenrechten van medemensen op de vlucht schenden. Dat vinden ze altijd al maar nu gebruiken ze de crisis met het akelige Corona virus om hun denkbeelden te rechtvaardigen.

Ik kan het niet begrijpen en wat er meer van is ik wil er ook geen begrip voor opbrengen. Wat ik wel zal doen is nog een keertje uitleggen: Zwarte Piet bestaat niet, het is je verklede buurman. Eigen mensen bestaan ook niet, het is gewoon een andere versie van jezelf!


Welkom

In het donkerst van de nacht wordt ik wakker omdat de koorts door mijn lijf giert. Ondanks dat mijn vel aanvoelt als een oververhit kacheltje ril ik van de koude. Naast mijn bed brandt het oranje lichtje van het stekkerblok best troostrijk. Het doet me denken aan Rens die elke keer wanneer hij bij me op bezoek kwam een preek hield over het gevaar van spontaan in brand vliegende stekkerdozen en apparaten. Mijn lieve collega Rens is lang geleden overleden maar in deze nacht mompel ik in mijn verwarde toestand dat ik straks echt alles uitzet.

Op dit uur, in deze situatie lijkt doodgaan geen denkbeeldige optie.

Wat zal mijn oma opgetogen zijn. Ik hoor haar al zeggen: Wat ben ik blij om je stemmetje te horen
Louis die in zijn handen wrijft en me verzekerd dat alles goed komt. Wel ja!
Yvonne die zich niks aantrekt van isolatie of besmetting en me snel bij de hand neemt om me te omhelzen en roept dat ik ook niet zo lang moet doorwerken. Dit krijg je er nu van.
Dini die gewoon weer in volzinnen praat en me stevig zal vastnemen en liefje tegen me zegt.
En Rens natuurlijk die ik eindelijk kan uitlachen omdat ik niet gestikt ben in de rook van een in de nacht spontaan afgebrande tv.

Uiteindelijk komt de ochtend met het licht en laat ik de stemmen van de nacht los. Ik maak thee en zwaai mijn dode vrienden uit!


Ook goeiemorgen

Amper negen uur is het en ik sta te wachten in het gemeentehuis. Ik heb een afspraak met iemand die ik in het kantoorgebouw druk met iemand anders zie praten. Ik ben moe, het opstaan was deze morgen een moeizaam gebeuren. Na drie weken non stop werken is het hoofd propvol. Ik verlang naar rust en nul verplichting.

Tijdens het wachten hoor ik het gesprek van een man aan het loket. Trainingspak met hier en daar een gaatje, schouders gebogen, ouwe sneakers. Ik classificeer onmiddellijk , dit is iemand in de categorie “ mens met een kwetsbaarheid”. Hij moet ook efkes wachten. Wanneer hij zich omdraait valt zijn milde, vrolijke blik op mij. Ik weet intussen dat hij bij het Leger des Heils woont.

Ik ben zelf kek gekleed vind ik: Panty’s, bloemenkleedje, zwierige vintage donkere trenchcoat en mijn Pipi Langkous lievelingslaarsjes. Mooie laarsjes mevrouw, u ziet er prachtig uit, vooral met die bijzondere schoenen. Vorige week had hij ook al een vrouw gezien met zulke mooie schoenen. Ik vertel hem dat ik ook erg van de schoenen ben.

Hij fleurt er helemaal van op. Ik moet weten dat hij al drie en een half jaar alleen is en dat hij drinugend op zoek is naar een zielsverwant. Iemand om mee te koken en samen langs het strand te wandelen, leuke dingen te doen. Hij kijkt me trouwhartig aan wanneer hij uitlegt dat hij echt niet van plan is om er meteen bovenop te springen. Alleen als er wederzijdse aantrekkingskracht is. Het gaat hem vooral om samen toffe dingen doen,

Ik verzeker hem dat ik al goed voorzien ben maar dat ik wel snap dat hij op zoek is. Wil je mijn telefoonnummer? Misschien heb je nog een leuke vrijgezelle vriendin?

Zelden klikken mijn laarsjes zo vrolijk als deze morgen, ik zwaai uitgebreid naar hem wanneer ik eindelijk aan de beurt ben. Ik moet mezelf bedwingen om hem geen kushandje toe te werpen. Geen beter begin dan deze ochtend!


Souvenier

Wel veel muggen denk ik tijdens het inspecteren van de bulten op mijn armen en benen. Gek patroon ook, elke keer drie of vier in een soort rijtje bij elkaar. Het jeukt als de hel. Ik probeer niet te krabben. Kan me niet herinneren dat ik ooit zulke jeukende bulten had.

Wanneer een van mijn medewandelaars zijn kopje koffie optilt zie ik op zijn arm ook een rijtje knalrooie bulten. Rotmuggen knikken we. De rest van de groep heeft nergens last van en is bijzonder content dat wij blijkbaar het aantrekkelijkst zijn voor de stekende beesten.

Ergens blijft het een beetje knagen, die vreselijk jeukende bulten, dat gekke patroon, er is iets mee. Dan herinner ik me de verhalen over ongedierte op de Camino en de plaatjes van vieze bruine beesten die samenhuizen in matrassen en kieren. Bedwant! Ik ben gebeten door Bedwantsen. Ik griezel en ril en heb visioenen van mijn rugzak en slaapzak vol krioelende beesten.

Wanneer ik opzoek wat te doen lees ik alles over professionele ongedierte bestrijders en je spullen in de diepvries, dagenlang om de hardnekkige monsters te doden. Ik bel naar huis om te vragen de diepvries schuiven leeg te maken en mijn badjas klaar te leggen zodat ik me op de drempel bij thuiskomst meteen uit kan kleden en geheel ongediertevrij de drempel over te stappen.


Aankomst

Onwennig staan we voor de kathedraal van Burgos, vandaag niet alleen ons eindpunt maar ook de bestemming van deze reis. Het besef is beslist nog niet ingedaald. We bestellen een enorm glas sangria, daar fantaseren we al drie weken over. Het ijskoude drankje is nog beter dan gedacht.

Onze kleine karavaan komt tot stilstand op het plein waar de kastanjes als knikkers over het plaveisel rollen. Blijkbaar zijn alle kastanjes vandaag rijp. Er is wat irritatie, onze voeten doen pijn terwijl we toch echt amper 16 kilometer aftikten vandaag. De ontlading van de reis knikken we naar mekaar.

Ik sta versteld van deze ongelofelijke prestatie, de natte koude Pyreneeën, de hitte van de heuvels bij Lorca, de krankzinnige bijlmoordenaar van de herberg van Onze Lieve Vrouwe van Guadeloupe, de koude douches, het mottige eten, we verdroegen het zonder morren. Innig tevreden zie ik de mensen rond me staan.

Gespierd, gestaald en met een vol gemoed omhelzen we elkaar. Het is volbracht.


Goeiemorgen

Er zoemt en trilt iets onder mijn kussen. Voor mijn gevoel is het nog putje nacht. Geïrriteerd vraag ik mezelf af wie het in zijn hoofd haalt om me nu te bellen. Wanneer ik op het scherm kijk zie ik een nummer wat ik herken, maar van wat dan toch? De omroep, in neonletters dringt het tot me door. Ik moet live in de uitzending

Glad vergeten dat het woensdag is vandaag. Ik ben de vroeg beller in de uitzending van mijn lieve oud collega Remco. Ik laat me met een soort doodsverachting uit het bovenste stapelbed vallen. Zo geluidloos mogelijk want de rest slaap nog. Natuurlijk lukt dat niet. Het hele bed maakt tik en schuif geluiden en ik stoot ook nog mijn teen.

Half bloot, in mijn geïmproviseerde pyjama sluip ik de kamer uit en zet me op de trap. Ik fluister tegen de radiomaker dat ik stil moet doen. Je kan een interview op de radio niet echt mimen dus maak ik toch lawaai. De kok die gisteren het eten voor ons kookte en ons van zelfgestookte borrels voorzag komt zijn keuken uit.

Sssssssst, met zijn vinger tegen zijn lippen wijst ie me dat ik op het bankje naast de keuken moet zitten. Dan maak ik niemand wakker. Daar beantwoord ik de vragen, in mijn onderbroek en rare wandeltrui die ik zo ver mogelijk over mijn knieën naar beneden trek. De kok gaat onverstoorbaar door met spek bakken en ik met mijn interview.