Einde van de reis

Ik voel mijn maag naar boven komen wanneer de taxichauffeur vol op de rem staat. Dat doet hij bij elke rotonde en bult in de weg. Ik voel me langzaam groen worden. De man zelf is ontzettend vrolijk en wil van alles weten. Komen we uit Nederland en dan zo goed Frans spreken, nou nou, hij vindt het allemaal reuze. Wanneer hij in het midden van niks van 100 naar nul gaat en de bus met een zwieper naar rechts de berm in manoeuvreert moet ik slikken om het ontbijt binnen te komen. Zelf springt hij snel uit de bus onder het roepen van pipi, pipi! Wanneer we aankomen in Le Treport krijgen we vijf euro korting. Vanwege het pipi incident en natuurlijk ook omdat hij bijna van een klif afreed omdat hij gewoon een doodlopende weg insloeg die nergens naar toe ging.

We zijn weggebracht om onze eigen bus op te halen zodat we morgen comfortabel huiswaarts kunnen keren. Geen gedoe met vroege treinen, drukte op stations en andere ongemakkelijkheden. Gewoon ons eigen clubje in de bus. Ik ben kei fier wanneer ik naar onze wandelfamilie kijk. Bijna 180 km in negen dagen gestapt onder soms barre omstandigheden. Natuurlijk is er klein leed zoals een voet met acht blaren, ergernissen over onbenulligheden, natte schoenen en te weinig onderbroeken die je meenam of die al drie dagen in je rugzak stinken omdat ze maar niet droog willen worden. Meeste tijd is het fantastisch! De pret en het vertrouwen samen, onverwacht een heerlijk bed, een culinaire avondmaaltijd, de openhartige gesprekken en de onnozele grapjes.

De tocht is voorbij, Le Havre is een grote stad waar onze wandeloutfit, over het algemeen nogal sloeberachtig en soms niet meer zo fris, uit de toon valt. Vlakbij het hotel is een groot winkelcentrum. Er wordt druk inkopen gedaan. Een lekker warme trui, een kek jurkje, een echt sushiblousje. Aangestoken door deze drang om er iets deftiger bij te lopen ga ik mee op pad. Ik kom in winkels waar ik het bestaan enkel ken uit reclames of lang vergleden bezoekjes. Alles wat ik aantrek maakt dat ik er belachelijk uitzie. Kleuren die me zo bleek maken dat ik drie dagen dood lijk, een trui die net zo breed als lang is waardoor mijn bovenlijf drie keer zo groot lijkt en mijn benen twee keer zo kort. Ik geef het op, ik koop twee heerlijke flessen wijn en accepteer dat ik eruit zie als iemand die een week op straat sliep naast zijn natte hond!


Levensgevaar

Gevaarlijk beest! Er bij staat een foto van een fazant. Wanneer we het bos binnen gaan worden we gewaarschuwd voor een agressieve fazant. Het is maar om te laten weten dat het wandelen zeker niet zonder gevaar is en dat het gevaar ook uit onverwachte hoek kan komen. Zelf heb ik het niet zo op kipachtigen, ik stuur een wandelmaatje met stokken naar voren. Twaalf kilometer lang stappen we tussen de bomen maar de levensgevaarlijke fazant zien we niet.

Wanneer we het bos uitkomen is het weer tijd voor de regenpakken. Geleund met onze rug tegen een muur staan we te hannesen om de beslikte voeten in de pijpen van onze regenbroek te wurmen. Daarna stappen we in ganzenpas langs een D weg. De Gr 21 mag dan wel prachtig zijn veel faciliteiten zijn er niet, om elke avond ergens te kunnen slapen moeten we nogal afstanden overbruggen. Ook voor de broodnodige koffie onderweg moeten we improviseren. Vandaag worden we met zijn allen, plus rugzakken, in een piepkleine Bar-Tabac gepropt. Met grote paniekerige ogen kijkt de mevrouw boven haar masker naar onze binnenkomst. We maaien met onze rugzakken bijna de stelling met kranten om en de stapel bekers met opschrift ontsnapt ook ternauwernood aan onze expansiedrift. De koffie is er uitstekend ook al moet je er efkes op wachten.

Wanneer we in de avond aan een lange tafel aperitiefhapjes eten gaan de gesprekken over de kwetsbaarheden van onze wandelgroep. Onderweg is er nauwelijks angst (Tenzij je denkt dat je aan je vingernagels aan de rand van een klif hangt) Thuis is er vaak last van gedoe in de kop, onrust, piekeren of bangigheden. Eigenlijk wel een beetje vreemd wanneer je bedenkt dat je nu elke dag moet afwachten hoe je slaapt, wanneer je eet en of er wel warm drinken is onderweg. Blijkbaar gedijen existentiële angsten en vreemde sprekers in je hoofd niet met zevenentwintig kilometer stappen en ontberingen.


Zeemeermin

Het water slaat ons in het gezicht. Diep weggedoken in onze jassen tornen we tegen de wind in. Geen idee of de omgeving mooi is. Ik probeer enkel te voorkomen dat de regen in mijn nekt drupt of dat ik weg glibber op de slikkerige paden. Het is echt ongelofelijk putweer. Niemand klaagt. We nemen de weg zoals die komt.

Tegen lunchtijd gaat de hemel pas echt open. Ondanks onze goeie regenkleding houdt niemand het echt droog. Ritsen en schoenen slaan door. We hebben behoefte aan warme drinken en onze lunch in de rugtassen. Langs de weg zien we een boerenschuur met koeien en wat mottig stro. Innig tevreden zoeken we een plaatsje in de luwte. De koeien komen nieuwsgierig kijken wanneer de dampende thermosflessen open gedraaid worden.

In de middag klaart het wat op maar langs de weg naar benE den stromen nog steeds riviertjes van regenwater. Wij moeten naar boven. Akelig stijl via een uitgesleten modderpad. Ik haal het amper. Gelukkig hebben een paar van ons stokken als steun. Eenmaal boven kijk ik achterom en zie een van ons op zijn knieën zitten terwijl hij zich vastklampt aan het gras. Hij krijgt een stok aangereikt maar is niet in staat om rechtop staan. Ik probeer langs de glibberige weg terug naar beneden te lopen om te helpen. Voor wat extra steun grijp ik me vast aan het prikkeldraad wat de buurkoeien van de klif moet houden. Ik krijg een enorme opdonder en gil van schrik. Er staat stroom op!

Uiteindelijk krijg ik mijn wandelmaatje boven. Hoogtevrees bibbert hij, kan niet meer op mijn benen staan. Lang gelden dat ik zo angstig was. Ik dacht dat ik elk moment naar beneden kon vallen zo de zee in. Met open mond van verbazing kijk ik hem aan. Je zou gewoon beneden in de wei gegleden zijn. We laten echt niemand in zee poefen.

Wanneer ie later de foto’s ziet is hij er pas zeker van dat er nog minstens honderd meter weiland naast het pad zit. Hij was zeker dat ie nog maar net aan zijn vingernagels boven de afgrond bungelde.


Kilometervreter

Zo ver? Gaan jullie echt naar Fecamp lopen? De jonge vrouw die ook de GR21 wandelt kijkt ons bij het ontbijt vol ontzetting aan. Dat zal toch minstens dertig kilometer zijn! Ons routeboekje is wel iets optimistischer en zegt dat we er na zevenentwintig kilometer zullen zijn. Wij zijn er klaar voor. Onze hotelman, die nog steeds het stinkende vest van gisteren aan heeft, vult de thermos en onze collega van de voorzienigheid haalt brood en kaas.

De wandeling is zwaar, we klimmen en dalen zo stijl dat ik bijna achterover de berg af wankel. Moedig houden we stand. Na drie van dIe kuitenbijters heb ik er echt geen zin meer in. Overal op het pad liggen stukken rots. Ik kijk niet goed uit en stoot mijn teen keihard tegen een stuk klif. De tranen springen me in de ogen. Ik hap zo fel naar adem dat ik er misselijk van wordt.

Allemaal zijn we moe en hebben we pijn. Voor de lunch die we nuttigen op een grasveld in een dorpje van niks hebben we meer dan vijftien kilometer gelopen. Nog tien kilometer zien we op een bord. We splitsen de groep. Ik bel een taxi voor de mensen die hun voeten stuk hebben gelopen. Morgen moeten we te slotte weer. Zelf ga ik nog stappen. Met wat kunst en vliegwerk zou het nog negen kilometer zijn. Daar moeten we dan wel een aantal afsteekroutes voor nemen. Met een lekkere dosis paracetamol loop ik betrekkelijk makkelijk naar de finish.

Daar wacht Hotel Angleterre met een bad dat niet vol wil lopen en een meneer die met plezier de was voor ons gaat doen.Aangezien ik mijn wandelbroek al vijf dagen aanheb, al eens in de modder viel, een groen uitgeslagen worst in plakjes sneed op mijn bovenbeen en vandaag een stinkaasje verdeelde in de buurt van die broek is dat niet voor zijn tijd. Ik ben ontzettend benieuwd of deze complexe odeur vervangen zal worden door die van frisse was….


Tegen de wind

Je hersens worden zowat uit je hoofd geblazen. Aan mijn neus hangt constant een druppel en de tranen lopen me over de wangen. Windkracht zeven minstens met enorme vlagen en windstoten wanneer we de kust dicht naderen. We lopen in een treintje want een flinke afstand moet worden overbrugd. Ondanks dat we mekaar amper kunnen horen bespreken we de tactiek van wielrenners om elkaar uit de wind te houden.

Met vijf kilometer per uur gemiddeld stoempen we over de kliffen. We verbazen ons zelf met onze lopersvaardigheden. Onderweg delen we brood en drinken. Er is nog een oude banaan en groen uitgeslagen worst. Uit de wind achter een flinke stapel strobalen stoppen we voor de lunch. Ons noodrantsoen met kanarierepen en wit uitgeslagen chocolade kan in de tas blijven.

Na ruim twintig kilometer tikken we ons hotel aan. De kamers zijn groot. Ergens in de jaren zestig zijn ze ingericht. Natuurlijk gaat er in al die jaren wel eens iets stuk. Dat wordt dan vervangen door iets nieuws waardoor de kamers een nogal vreemde mengelmoes vormen van wat ooit was en brol van de action. De eigenaar heeft een zelfgebreide trui aan. Hij ruikt net als zijn kamers een beetje muftig. Elke keer als ik een stapje achteruit doet stapt hij weer even vrolijk ik mijn ruikte. Nadat ie me uitleg heeft gegeven over de Engelse kanalen op de tv doe ik vriendelijk maar redelijk beslist de deur van onze kamer dicht.

Al dagen lang kan er nergens deftig gewassen worden. We flodderen wat in de wasbak en hangen de boel in het raam te drogen. Soms is dat niet genoeg en dreigt de boel niet droog te zijn voor de volgende dag. Afgelopen nacht bakte ik mijn onderbroek op de kachel in de badkamer. Vandaag trek ik maar weer gewoon mijn mottige wandelbroek aan.


Midden van niks

Het adres bestaat niet! Elke keer wanneer we eten proberen te bestellen geeft de app aan dat het adres niet herkend wordt of dat de bankkaart niet ok is. Aangezien we toch echt op dit adres met zeven mensen logeren en dat een uur geleden de kaart nog gebruikt is klopt hier niks van. Gefrustreerd staren we naar het scherm waar het eten zich op een presenteerblaadje aandient maar niet voor ons

We zijn op, we liepen meer dan vijfentwintig kilometer. Er zijn blaren, zakjes met te veel balast zijn onderweg achter gelaten en het is negen uur in de avond. We willen maar een ding: Eten en naar bed. Uiteindelijk bellen we taxi Marc. Die brengt twee van ons naar de plaatselijke shoarmatent. We bestellen zo veel mogelijk eten. Wanneer we terug op het logeeradres komen vindt iedereen het eten goddelijk. Zo zie je maar weer dat honger rauwe bonen zoeter doet smaken.

De volgende ochtend vertrekken we zonder ontbijt. Pas na een uur lopen kunnen we iets te eten scoren, nou ja niet voor mij want Olala sans gluten c’est pas possible. Ik krijg om half een pas een hapje te eten. Geen wonder dat mijn broek bij elke stap verder van mijn heupen zakt. De omgeving is zo adembenemend dat mij niks kan deren, de eindeloze zee in al zijn schakeringen blauw, geel en grijs, ik kan er niet genoeg van krijgen.

Sommigen van mijn wandelmaatjes hebben het zwaar. Kapotte voeten, stijve spieren, gewoon verdriet, alles passeert. Met zijn allen proberen we het leed te verlichten. Soms lukt het maar even vaak komen we niet verder dan de conclusie dat we gewoon naast elkaar moeten lopen en mekaar graag zien.

De etappes zijn elke keer langer Dan in het boekje beschreven. We steken fanatiek hele stukken af en komen toch altijd op meer kilometers dan geteld. Dat zou niet zo erg zijn mochten we keurig afgepaste afstanden lopen. Het is elke dag ongemakkelijk ver. Wanneer er gevraagd wordt hoeveel we gelopen hebben of hoe ver het nog is kijken we besmuikt naar elkaar en doen een beetje vaag. Zo hoor ik mezelf twee uur lang zeggen dat het nog een kilometer of vier is terwijl ik wel weet dat we nog minstens negen Kilometer moeten. Ik wil er zelf ook niet aan en probeer zo niet alleen het moraal van mijn wandelmaten maar ook van mezelf hoog te houden.

Soms maakt het niet uit wie je voor de gek houdt,


Klif

Niet doen, Niet doen klinkt het luid en ietwat paniekerig van de achterbank. Ik voer de bankpas in een apparaat aan de tolpoort waar ik ook net het kaartje in schoof. Ik krijg bijna een hartverzakking van schrik want tijdens het roepen laat ik de kaart net los en die verdwijnt hup in de gleuf. Ik krijg visioenen van ingeslikte kaarten en een hoop gedoe om onze betaalkaart terug te krijgen. Dan springt het licht op groen, de slagboom gaat naar boven en de bankkaart floept weer uit de gleuf. Een zucht van opluchting gaat door de bus, ik verloor tenslotte ook al eens een tasje met daarin zeshonderd euro. Met mij weet je het nooit, zo onhandig dat ik ben!

Zonder kleerscheuren komen we aan bij het startpunt van de route. We wandelen van Treport naar Le Havre, de Gr 21. Over de krijtrotsen en langs schilderachtige dorpjes. Voorlopig gaat het nog niet echt geroutineerd. De benen zijn wiebelig, de rugzakken hangen nog niet helemaal in evenwicht. We zweten terwijl we behoorlijk steile hellingen op stoempen. Er worden koeken gedeeld en bemoedigende woorden gesproken. Een van ons biecht op dat ie vier tshirts mee heeft, een ander heeft een halve kilo noten mee en pakken gevulde koeken. Er is natuurlijk ook iemand die een sjiek rokje mee heeft terwijl ik alleen maar een Turkse trainingsbroek mee heb als reserve. Ik vraag me stiekem wel af waarom iedereen altijd een zorgvuldig samengestelde paklijst wil en daarna toch gewoon in zijn rugzak stopt waar ie zelf zin in heeft.

Maar ach wat is het fijn om weer samen op weg te zijn. De bedden zijn te klein, bijna alle restaurants volgeboekt waardoor we moeten eten in het enige Amerikaanse restaurant in heel Noord Frankrijk maar wij samen kunnen de wereld aan.


Over

Behouden thuis, ik roep het zelf tegen ieder die vertrekt: Kom veilig thuis!
We branden een kaarsje bij Onze Lieve Vrouwe van de Zaterdag in Hoofdplaat en de fietsenmaker poets de fietsen tot ze weer blinken. Het is ons gelukt, we zijn in Rome geraakt en ook weer zonder kleerscheuren thuis. Nou ja ik maakte nog een schuiver in Maastricht bij het ontwijken van een slagboom die plots om de hoek was maar meer dan een wat geknakt ego en een bestofte jeansbroek hield ik er niet aan over.

Tweeentwintighonderd kilometer gefietst in vier weken, de wereld trok aan ons voorbij of wij aan de wereld. Dat is me niet helemaal duidelijk geworden tijdens het fietsen. Wel weet ik dat ik niet meer zo hard naar beneden durf dan twaalf jaar geleden toen ik in mijn eentje Romewaarts fietste.

Wanneer ik weer moet werken lijkt iets in mij veranderd. Als ik twee dingen tegelijk moet doen en mij agenda volstroomt roept alles in mij NEE. Ergens in mijn buik en hoofd blokkeert de boel. Hulpeloos bezie ik mijzelve. Wanneer ik met mijn fietsman het probleem bespreek zucht ie vol begrip. Hij heeft hetzelfde!

Of het ooit nog goed komt en voor wie dat dan goed is weet ik niet. Nooit kreeg ik zoveel opmerkingen over hoe gelukkig en ontspannen ik er uit zie op de foto’s van de reis. Zo langzamerhand vraag ik me wel af hoe ik er dan uitzie als ik niet op fietsvakantie ben.

Afijn ik hang morgenochtend vroeg mijn rugzak om en ga tien dagen lopen met de mensen van het werk. Laten we maar vertrekken.


Foetsie

Je

Je hebt wel een hele bijzondere positie. De fietsenmaker is de stroom op de fietsen aan het monteren en assisteert met het optuigen der tassen. Ik zeg altijd tegen iedereen, ook mijn vorige vriendinnen, dat ze overal mee naar toe mogen maar wel zelf hun spullen moeten dragen. Ik vervoer al twee weken je wandelschoenen op mijn fiets….Hij zegt het met enige triomf in zijn stem. Zeer bevoorrecht en gekoesterd voel ik me en dat zeg ik hem ook.

We fietsen al twee dagen langs de Rein en man, man wat is dat fijn. Wat een rivier is dat. Natuurlijk verdwalen we ook maar de verdwaalroute is over het algemeen nog mooier dan het orgineel. Van morgen reden we een heel stuk over het orchideeën voetpad. Dan weet je het wel. Niks dan de wind en het gesuis van onze wielen over de grond en oppassen dat je onder het rijden geen blommen plet.

Omdat we vaak fout rijden belanden we met regelmatig op een voetpad vol kuilen of woeste stukke rots. Je Allesie wordt op sommige plekken zo door elkaar geschud dat je amper op de fiets kan blijven zitten en je als een ware kamikaze je fiets op het pad moet houden door het stuur stevig vast te nemen.

Rond twaalf uur is er picknick: Een banaan, kouwe thee, een broodje. Helemaal gelukkig worden we er van. Vandaag stoppen we bij een bankje met zicht op het snel stroomende water. Wanneer de fietsenmaker zijn been over het zadel zwaait om af te stappen zegt ie beteuterd: Ik ben een schoen verloren. Ik denk nog dat ie een grapje maakt naar aanleiding van ons gesprek deze morgen over mijn uitzonderingspositie. benauwd voet ie wel drie keer aan de zak achterop zijn fiets. hij haalt hem helemaal leeg. Er zit een slaapzak in en één schoen. Een hele fijne leren Meindelschoen.

We laten de schoen achter op het bankje.


Doel

We wandelen een beetje sip door Rome, we zijn bij het einddoel van de fietstocht. Heel blij zijn we niet. Zo lekker fietsen en dan de laatste 150 kilometer met de trein vanwege een levensgevaarlijke weg. Het voelt niet helemaal juist. Natuurlijk gaat het er niet om, om kost wat kost de eindstreep te halen want die streep kunnen we tenslotte overal leggen. We zijn het fietsen niet moe.

Nog een extra dagje Rome? Zonde toch om maar twee dagen in deze kolkende stad te zijn. We zullen proberen een dag bij te boeken in ons louche hotel. De buurvrouw was de hele nacht druk aan het werk en dat was aan de enthousiaste kreten goed te horen. Het is wel lekker dichtbij het station en dat hebben we nodig om uiteindelijk huiswaarts te keren. De man van het hotel probeert ons zo ongelofelijk doorzichtig op te lichten dat we ons lachend afwenden. Dan gaan we nog liever naar huis!

De fietsenmaker krijgt een briljant idee. Laten we de trein naar Basel nemen en vandaar terug richting Nederland langs de Rijn fietsen! Een lekker fietspad, nauwelijks stijgen en we hebben tenslotte de kilometers tussen Basel en Thionville met de trein gedaan vanwege de aanhoudende regen. Ik twijfel geen moment en ben meteen enthousiast.

We boeken een treinreis naar Basel, wat nog niet meevalt wanneer je een deftige fiets mee wil nemen, en huppelen Rome in. Helemaal opgelucht met het vooruitzicht nog een kleine week te kunnen fietsen kunnen we het knagende gevoel van ons afwerpen. Rome is prachtig maar ook hard en schel. Na al die weken fietsen in de blote natuur toch een beetje veel van het goede. Ik herinner me de vorige fietstocht toen ik moederziel alleen aankwam in deze metropool. Ik moest keihard huilen. Dat heb ik nu niet maar ik moet toch wel zeker twee ijsco’s eten om het leven weer aan te kunnen.