Gekke Henkie

Met een tas vol thermisch ondergoed en een door mijn moeder gebreide borstrok vertrek ik naar Schotland. Van verschillende kanten krijg ik te horen dat ik niet goed bij mijn hoofd ben. Wie gaat er nu putje winter naar het noorden van Schotland. Geselende ijsregen, stormwind en natte sneeuw zal me te deel vallen. Een van mijn trouwe wandelaars weigert pertinent mee te gaan vanwege de sombere voorspellingen. Hij weet zeker: Het wordt afzien.

Nu stap ik hier al voor de derde dag op rij in de stralende zon door het adembenemend landschap. Er was een uur regen en ik had ook een dag mijn muts op en mijn handschoenen aan maar vanmiddag doe ik de jas open en de das terug in mijn rugzak. Elke dag draaien we buiten onze thermos open en zetten we ons neer om de meegebrachte boterhammen te eten. We hebben de zee aan onze voeten hoog bovenop een klif. De zeemeeuwen onder ons krijsen en op een rots zit een dikke vette Aalscholver.

Er moet behoorlijk geklommen en gedaald om ons einddoel, de vuurtoren van Lossymouth te bereiken. Het kustpad staat goed aangeven, er kan niks misgaan. Nou ja behalve dat een van ons in een enorme hondendrol stapt net voor we opgehaald worden door de charmante taxichauffeur.

Morgen naar huis, ondanks dat we allemaal het idee hebben dat we al een tijd van huis weg zijn, heeft iedereen nog zin om er een extra dagje aan vast te plakken. Het zijn harmonieuze dagen. Ruimte, aandacht en compassie voor elkaar. Als het aan ons zou liggen zou de wereld er echt anders uitzien concluderen we tevreden.

De klimaatverandering is om te huilen natuurlijk maar hier in het hoge Noorden wenden de mensen zich behaaglijk naar de zon en laat ik mijn met fleece gevoerde legging in de koffer zitten. Mijn bril laat een wit streepje achter op de neus.


Binnen de lijntjes

Vastbesloten om niet weer een reddingsactie in gang te zetten lopen we een wandelroute gemarkeerd met pijltjes. De rivier rechts stappen we over een oude spoorlijn van Aberlour naar Craigellachie. De zon schijnt fel. Het water van de Spey is bijna zwart en de bomen vangen met hun laatste blaadjes het felle licht. We knorren van tevredenheid.

We wandelen dezelfde weg terug, elk risico op verdwalen wordt vermeden. Twee van mijn medewandelaars zijn er van overtuigd dat we deze weg niet eerder liepen. We lopen zo geanimeerd te kletsen dat een van ons bij hoog en laag volhoudt dat er op de heenweg twee tunnels gepasseerd zijn en op de terugweg een.

Harmonieus verloopt de dag. De bankjes op het voormalig station vormen het decor voor onze lunch. Trommeltjes met boterhammen en warme drank uit de thermos worden uit de rugzakken gehaald. We genieten ontzettend. Ondanks dat we maar een kleine 10 kilometer stappen zijn we allemaal best moe.

Terug in ons logeerhuis zet ik de elektrische deken op bed op standje stoven en doe een klein slaapje. Eenmaal wakker zoek ik op internet de whisky die ik kocht in het schattige winkeltje onderweg en zie dat hij ook te koop is bij de slijterij in Nederland voor twaalf euro minder.


De redding nabij

Tot mijn knieën loop ik in de struiken op de hei. De schoenen tot de enkels in het water. De ondergrond is zo instabiel dat elke stap een soort evenwichtsoefening wordt. Zover we kunnen kijken is er heide. De zon in onze rug maakt alles om ons heen oranje en goud. Er is geen pad. We schuifelen op goed geluk naar beneden. Het kost behoorlijk wat energie om op de been te blijven.

Het begon nogal voorspoedig. Bijna iedereen schoot wel een gebakken duif uit de lucht. Precies tussen de buien door kunnen we onze sessie kleiduif schieten afwerken. De instructeurs hebben er lol in en wij ook. Het is nogal wat om zelf met een dubbelloops jachtgeweer in de weer te zijn.

Op de heide is het aanvankelijk ook dolle pret, een van ons gebaard dat er een pad is en als een stel brave schaapjes volgen we. Wij zien het pad niet en onze collega wandelaars verdwijnen uit zicht. Eerst kunnen we er nog best om lachen, zie ons eens bezig. We trekken onze benen hoog op om toch te kunnen stappen. Een van ons vindt het doodeng. Doordat de ondergrond zo wiebelig is lijkt het alsof je wegzakt in het moeras. We geven elkaar een arm en maken grapjes over hoe we elkaar bovenwater zullen houden wanneer een van ons dreigt te verzinken.

Het licht neemt snel af. We zitten noordelijk, ter hoogte van Noorwegen. Voor je het weet is het hier aarde donker. Een van ons is doodop. IJskoude natte voeten en een rood hoofd komen de tranen. Doe mij maar die helikopter roept ze. Er is nog een banaan maar ook die kan het energieniveau niet meer echt opkrikken. We bellen om hulp. Binnen een kwartier zien we de auto van de jachtopziener in de verte aankomen.

De reddingsactie loopt nog bijna mis: Tussen ons en de man in het groen staat een heuphoge afscheiding van schapengaas met prikkeldraad. De jachtman doet elegant voor hoe je over de draad kan komen. Wanneer we naar eigen inzicht zijn kunstje proberen te herhalen gaat het mis. De eerste van ons stort samen met de jachtopziener ter aarde. We krijgen allemaal de slappe lach, dat helpt niet echt om samenhangend de draad over te komen.

Wanneer we allemaal veilig in de vierwiel aangedreven auto zitten wordt de verwarming op achtentwintig graden gezet want we hebben het vast koud. Ik heb een hemd, een t shirt met lange mouwen, een wollen trui, een winterjas met daarover een regenjas aan. Mijn wandelbroek wordt beschermd door een regenbroek. Op de hei was het best handig maar hier in deze auto wordt mijn lichaamstemperatuur naar grote hoogte gestuwd.

Wanneer ik uitstap ben ik duizeling en mottig en ontzettend dankbaar. Een zoekactie met het leger is hier ternauwernood afgewend.


Op Sjiek,

Nieuwe en ervaren wandelaars zijn onderweg om de horrorreis van deze zomer te overschrijven. Onderweg naar Santiago de Compostela werden we overvallen door noodlot en pech. Nu moet het beter gaan. De dag is nog niet begonnen wanneer we vertrekken. De bus die ons brengt zoeft behendig door het verkeer. Plots hangt ie vol in de remmen. Voor ons rijdt een Dafje uit de jaren stillekens met een vaartje van 70 kilometer per uur. Met wat vertraging bereiken we tegen zonsopkomst Schiphol. Weilen weg!

De zon schijnt uitbundig en van het Schotse weer waar we ons op voorbereid hebben is niks te bekennen. Enkelen zijn werkelijk op alles voorbereid en hebben hun zonnebril meegenomen. Gelukzalig klimmen we in de volgende bus die ons naar Kellas Estate zal brengen. Onderweg wordt er volop gefantaseerd over de serie Outlander. Een stomende Netflixserie waar een woest liefdesverhaal wordt opgehangen aan de geschiedenis van Schotland. Stiekem wordt er gehoopt om een glimp van een aantrekkelijke Schot op te vangen.

Ons landhuis is adembenemend, het licht wonderschoon. Nergens tijdens onze wandeltochten werden we zo in de watten gelegd als hier. Er ligt op elk bed een elektrische deken en wanneer het donker is krijgen we de tip om naar buiten te gaan en de sterren te bewonderen. Met een beetje geluk kunnen we komende dagen het Noorderlicht nog zien. Ik download de app die aangeeft of we kans maken om dit natuurgebieden te ontdekken. Ieder van ons wil, ook al is het midden in de nacht, gewekt worden als er kans is.

Er wordt nog een blok op het vuur in de open haard gegooid. Morgen trekken we de woeste heuvels in. Nu hoeft nog even helemaal niks.


Verrot

Twee keukenrollen heb ik al opgesnoten. Mijn neus is rood en uit mijn ogen stromen snottranen. Het bonkt in mijn hoofd. Ik bezie de wereld vanachter een wazig scherm. Ondanks mijn afstand tot de werkelijkheid komt elk nieuwsfeit en elke prikkel harder binnen.

Ik begrijp niet veel van de agressie die de mensen ten deel valt die puree of tomatensoep op een schilderij gooien. Zelfs als ze zich ergens aan vast lijmen doen ze dat blijkbaar met kennis van zaken want tot nu toe is geen enkel schilderij beschadigd. Het enige wat ik kan bedenken is dat het zonde van het eten is. Iedereen roept ach en wee en ze zetten zelf de kachel ook echt al laag. Ondertussen lijkt het besef dat we wellicht iets meer moeten doen dan de kachel laag zetten ondanks welk protest dan ook niet door te dringen. Niet dat ik zelf nou zo ontzettend actief ben maar ik juich elk protest voor een goede zaak toe waarbij niemand geslagen of uitgescholden wordt.

Als je geen milieuactivist bent maar boer is er wel meer begrip voor protest zie ik. Worden wegen gebarricadeerd, van alles in de fik gestoken, met mest gespoten, politici en overheidspersoneel bedreigd dan bindt het gros van de mensen een rooie zakdoek aan zijn auto of huis en lijkt een flinke stoot agressie heel geoorloofd en kan op applaus rekenen.

Het is wellicht nogal naïef van mijn om deze twee zaken met elkaar te verbinden, dat zou zo maar kunnen. Ik ben ook iemand die denkt dat de hele wereld ziet dat een politicus die met droge ogen beweert dat we geregeerd worden door reptielen een grap is.

Ondertussen kijk ik uit mijn raam naar een boomgaard met perenbomen. De peren hangen tot ze rotten en vallen. Daarna worden ze opgeschept en afgevoerd in een kruiwagen. Ik snuit nog maar een keer mijn neus en bouw een val voor de fruitvliegjes die mijn huis in grote getale bevolken.




Gewoon thuis

Het is er hip, de kade in Breskens heeft een nieuwe plek om een prima bakje koffie te drinken. Het glutenvrije taartje is van uitstekende kwaliteit. Het Kind en Het Kindeke knorren ook van tevredenheid. Ik was tenslotte veel te lang op reis vinden ze. Nu zijn we weer bijgepraat en cadeautjes wisselde van eigenaar. We besluiten nog even langs onze favoriete kledingwinkel te fietsen.

Als echte wereldfietser step ik efkes naast de fiets om lekker vaart te maken voor ik er vandoor zoef. Ik wurm mijn voet over de opstapstang. Een beetje hoog is die maar daar heb ik natuurlijk geen moeite mee. Ik heb net meer dan zestienhonderd kilometer gefietst en dacht steeds: Voorzichtig, voorzichtig. Nu denk ik niks want we kletsen en lachen.

Mijn sandaal blijft met de voorkant van de zool achter de stang zitten. Ik heb wel wat vaart maar niet genoeg om mijn voet los te wurmen. Ik voel dat ik enorm ga vallen. Ik duw de fiets van me af en spring en struikel me los van de fiets die met een misselijkmakende smak op het asfalt terecht kom. Ik kijk snel rond me om te kijken wie me zag stuntelen. Het valt mee

Opnieuw stap ik op, een stuk zorgvuldiger. Het is redelijk stijl want we moeten de dijk over. Wanneer ik mijn trappers wil rond draaien malen ze als een dolle. Ik dreig alweer om te vallen en kan me amper recht houden. Op het nippertje stap ik af. Ketting van de tandwielen afgelopen. Mijn gezelschap hangt slap van het lachen over hun stuur. Nog een geluk dat je levend thuis kwam Mimi, roepen ze.

Nonchalant, met flink wat blutsen en schaafplekken op het lijf leg ik de ketting op de fiets. Tralalalala, wijle weg!


Op huis aan

Den Haag-Vlissingen
Wat is het ontzettend druk in Nederland. Twee dames met enorme bakfietsen rijden gezellig kletsend naast elkaar. Een sliert fietsen er achteraan die capriolen uithalen om te passeren. Zagen we in Engeland langs de kustroute amper fietsers, laat staan vakantie of wereld fietsers, in Nederland lijkt het een colonne mieren. Te veel om te groeten. In Engeland werd er druk gezwaaid of een praatje gemaakt wanneer we een medereiziger op de fiets tegen kwamen. Niet te doen hier.

We berekenen de afstand van Den Haag tot Vlissingen, zou het in een dag haalbaar zijn? Het zou toch al te zot zijn om op Schouwen nog te overnachten. Weifelend besluiten we wel te zien hoe het uitpakt. Het is tenslotte meer dan honderd kilometer. We vertrekken voor achten want het belooft een warme dag. Om twaalf uur zijn we Renesse. Iets meer dan zeventig kilometer achter de kiezen. We zijn bijna thuis. Alle twee nog kipfit bewonderen we elkaars gestaalde beenspieren. Het komt goed.

Jammer genoeg heb je om te fietsen niet alleen je beenspieren nodig maar worden ook je zitbotjes op de proef gesteld. Na honderd en vijf kilometer begint het echt pijn te doen. Niet meer het zeuren wat ik kan negeren maar gewone een brandende felle pijn die aangeeft dat het wel voldoende is. Ik zit vol adrenaline en euforie van het nemen van de Oosterscheldekering. Dat is echt een zaligheid, we hebben wind mee, de Zeeuwse eilanden langs de kust een voor een afstrepen is wel een hoogtepunt.

Na honderdtwintig kilometer staan we bij de voordeur in Vlissingen. Vanaf 5 augustus bijna zeventienhonderd kilometer gefietst, met bruine knieën en een verbrande nek, wat kilo’s minder en meer spieren. Het was een topreis. Keifier drinken we een glas en proosten op een volgend avontuur.


Op de valreep

Middelsbrough-Newcastle-Den Haag
Ik ben nogal onhandig en dat manifesteert zich ook tijdens de fietsreis. Ik ben al drie keer bijna omgevallen, gewoon vanuit stilstand. Mijn teen is ernstig geschaafd geraakt aan het wegdek terwijl ik op de fiets stapte. Op mijn vinger heb ik twee bloedblaren . Mijn vingers zitten met regelmaat klem tussen de sluiting van de handige fietstassen. Een beetje jaloers kijk in naar de afgemeten bewegingen van de fietsenmaker. Zijn tassen worden onberispelijk ingepakt en zien er keurig uit. Ik moet elke dag weer een schietgebedje opzeggen om erger dan een blaar op mijn vingers te voorkomen. Soms heb ik geluk, dan vouwt de fietsenmaker ook mijn tassen keurig als een envelopje dicht.

We houden alle twee ontzettend van het zoeven over asfalt. Van fietsen in steden worden we zenuwachtig. Afstand afleggen, hup en vooruit! Niet om achteraf op te kunnen scheppen over de afgelegde kilometers maar gewoon omdat we zo van genieten van het landschap dat aan ons voorbijtrekt. Er is geen grote behoefte om steden te verkennen. We willen elke ochtend weer vooruit en fietsen. We gokken dat dinsdag de boot in Newcastle halen een mogelijkheid is.

Op de kaart lijkt het een klein stukje naar Newcastle, we moeten de fietsroute volgen en dan komen we er in drie en een half uur. Ik durf nog geen overtocht naar IJmuiden te boeken. Ik wacht wel tot de haven daadwerkelijk in zicht is. Volgens de site kan je gewoon een kaartje kopen aan het loket dus geen probleem. We krijgen te maken met omleidingen in een omgewoeld heidelandschap en een dikke vette snelweg die erg in de weg ligt waardoor er extra kilometers gemaakt moeten worden. We draaien net op tijd de terminal van de veerboot op. Het is gelukt. We kunnen mee.


Achter je Asem

Withby-Middlesbrough
Voor het eerst deze reis denk ik dat ik wellicht het einddoel van de dag niet zal halen. De flauwste helling is zestien procent maar we passeren er ook van vijfentwintig. Gelukkig hoeven we daar enkel vanaf te rollen maar dat is ook nog redelijk inspannend. De Fietsenmaker moet een paar keer van de fiets af. Hij krijgt zijn bakbeest niet naar boven. Wanneer hij ook nog een hongerklop krijgt proppen we tussen de schapen een vanmorgen gekochte, veel te zoete, glutenvrije reep naar binnen. Klaar voor de volgende helling.

We fietsen door de North York Moors. Een nationaal park dat kan tellen. Kilometers lang zien we niks anders dan schapen, bloeiende heide, varens en nog meer schapen. Het is overweldigend uitgestrekt, woest en eenzaam. Niet echt geschikt om doorheen te fietsen gezien de staat van de wegen maar evengoed geniet ik ontzettend. Het zweet loopt van mijn rug tijdens het klimmen. Zo fier als wat geraak ik elke keer, helemaal buiten adem, boven. De elektrische ondersteuning helpt natuurlijk maar ik heb geen idee hoe lang we moeten klimmen en wat we nog tegen komen. Ik rij zo zuinig mogelijk om niet half verwege zonder stroom te komen zitten.

Echt druk maak ik me overigens niet. Ik zie wel hoe het afloopt en anders kan ik altijd nog ergens op de stoep zitten huilen. Alhoewel de huizen in de moors ook niet echt dik gezaaid zijn. Er zijn definitief meer schapen dan mensen.

Ik moet eerlijk toe geven dat we wel even overwogen hebben om de trein te nemen.


Lazy

Scarborough-Withby
Deze zondag doen we voor het eerst echt rustig aan. Na dik twee uur fietsen houden we het voor gezien. Het lijf wil rust. Ik twijfel nog een beetje want sta in standje hup en vooruit en de route is zo ontzettend prachtig. Zelfs de namen van de dorpen die we passeren verhogen de feestvreugde, Robin’s Hood Bay en Ravenscar. We staan voortdurend stil om het wonderbaarlijk uitzicht te bewonderen.

Als we niet stilstaan zitten we wel ergens op een Cliff aan de thee en de cake. Op de meest onverwachte plekken verzorgen hele families ontbijt en lunch met hun lekkerste recepten. Zelfs glutenvrij kan ik met regelmaat uit twee verschillende stukken taart kiezen.

We besluiten om naar Withby Abbey te fietsen, al van ver zien we de ruïne. Ergens in de jaren 500 gebouwd dacht ik en twee keer verwoest. Nog steeds imposant staat ie daar hoog boven de stad. De weg die we naar beneden nemen is zo stijl dat een argeloze voorbijganger ons te hulp schiet wanneer hij ziet dat we onverbiddelijk ter aarde zullen storten met de zwaarbeladen fietsen. Hij is de held van de dag.

Withby zelf is drukker dan druk maar we blijven toch. Op een terras eet ik mijn laatste stuk taart van de dag: citroenkaastaart met een glas bubbels. De mensen die langskomen wandelen met honden en kinderen zijn even bewonderenswaardig als het landschap.