Overdreven

Aan de ontbijttafel in Veurne zoek ik de route naar Brugge, dat lijkt een mooie tocht door de Vlaamse polders. Ruim vijftig kilometer geeft de teller aan. De fietsenmaker tegenover me vraagt hoever het dan nog van Brugge naar Waterlandkerkje is. Om te eten bij de bistro zeker grap ik. Na wat reken en uitzoekwerk kom ik op een totaal van drieënnegentig kilometer. Beetje overdreven peins ik.

Na anderhalf uur stevig stoempen, want er is wind tegen, moet ik plassen. Op mijn voorstel om subiet efkes een plaspauze te houden en wellicht iets te drinken krijg ik niet veel reactie. De fietsenmaker had gedacht om pas in Brugge te stoppen en dan in een streep door naar het lekkere eten in onze favoriete eetgelegenheid te fietsen. Uiteindelijk stoppen we voor een snelle sanitaire stop. Ik voel de bui wel hangen.

Koekelare, een dorp in het midden van niks, plets, een lekke achterband. Beteuterd kijk ik naar de gekwetste Mr Ed. Normaal gesproken zou ik naar huis bellen om opgehaald te worden. Ik heb geen idee hoe ik die band eraf zou moeten krijgen. Nu staat in een vloek en een zucht de fiets met geplakte band weer te blinken. Het enige wat ik zelf moet regelen is een deftige fietspomp want dat lullige pompje van de fiets biedt geen soelaas. Ik peuter een compressor los van de gebuur en binnen zeven minuten zijn we weer weg.

Opgelucht en vol adrenaline van al dit avontuur besluit ik de fietsenmaker en zijn woeste plannen te volgen. Ik bestel alvast het eten bij Angie. Op haar vraag hoe laat we denken te arriveren durf ik geen antwoord te geven. In Brugge eet ik een slaatje en de fietsenmaker een pizza. De accu van Ed heeft een beetje gas nodig, geen probleem. Terwijl we eten kleurt mijn batterij van oranje naar groen. We kunnen weer!

Langs de vaart naar Sluis, nu begin ik de kilometers beslist te voelen. De fietsenmaker zoeft ogenschijnlijk onvermoeibaar door. Ik zie hem toch wat ongemakkelijk op zijn zadel schuiven. Ik hou zijn te tempo amper bij. Doe maar wat extra ondersteuning, dat halen we wel tot ‘Kerkje moedigt hij me aan. Roekeloos schuif ik van Eco naar Sport, man wat een genot. Zo gemakkelijk rij ik. Wanneer we St Kruis naderen bedenk ik een alternatieve route door de polder. Ik heb geen zin om het laatste stukje van deze tocht langs de weg te rijden. Na vijf minuten ben ik de weg al kwijt. We moeten over een stuk onverhard en vier kilometer later staan we weer terug in St Kruis. Een zuur lachje van de fietsenmaker die nu openlijk zadelpijn heeft.

Twee kilometer voor Waterlandkerkje geeft de accu van Mr Ed het op. Inwendig vloekend schakel ik naar klein verzet. Ik piep niet en trap dapper door. Zevenennegentig kilometer geeft het alwetende stuurcomputertje van de fietsenmaker aan wanneer ik voor de bistro van mijn fiets rol.


Roestig

Het landschap ontvouwt zich voor onze wielen. Rechts de IJzer, het fietspad vol keutels van de schapen die we passeren en links klassiek Vlaams platteland. Onlosmakelijk is voor mij de IJzer verbonden met het beeld van Vlaams Blokkers en foute Belgen die met veel vlagvertoon hun plek in de geschiedenis opeisen. Vandaag stel ik mijn beeld bij. De lucht vol zware regenwolken, het zachte licht, de vele tinten groen ik rij door het landschap van de oude Vlaamse Meesters.

We stoppen voor boterhammen met Watou kaas, een kom groentesoep en een licht biertje. Tijdens het eten houden we de regenpakken aan, ze houden ons met deze malse regen mooi droog. Met de wind in de rug zoeven we verder, knooppunt na knooppunt strepen we af. Ik zet stiekem een tandje bij om de fietsenmaker op zijn supersonisch ros te kunnen bijhouden. Hij denkt dat ik mijn herwonnen energie uit de enorme kom soep haal. Hij krijgt pas argwaan wanneer de batterij van Mr Ed veel te vroeg in de rit op oranje springt.


Zeemleer

Ik bedenk een ingenieus systeem om koffie te zetten in de bejaardencaravan die twee nachten ons thuis is. Het elektrische zetmachien zet lauwe slappe koffie, niet lekker. Ik probeer de filter er af te slopen. Wanneer dat niet gaat besluit ik kokend water op de koffie in het filter te gieten terwijl de filter opzij geschoven is. Er zit tenslotte een veiligheidssysteem op dat er voor zorgt dat de koffie alleen doorloopt wanneer de kan eronder staat. Zeer tevreden over mijn eigen vernuft stap ik naar achter om te kijken hoe fijn de koffie doorloopt. Ik zie dat er een klein beetje koffie morst. In een beweging schuif ik de filter opzij en haal ik de koffiepot weg. Topzwaar! Ik zie het te laat en heel de zaak valt opzij. De koffie spet in de wc, die staat toevallig open, de keukenkastjes, de vloer alles zit onder. Hoera voor de fietsenmaker, die heeft een handdoek mee. Daarmee ben ik in staat om alles weg te werken voor hij terug is van de bakker.

De dag is nog lang en na zo een wankel begin besluit ik niks meer aan het toeval over te laten. We beklimmen vandaag de drie bergen van het Heuvelland. Serieus fietsen dus. De fietsenmaker heeft een fietsonderbroek bij. Stel je een elastische broek met pijpjes voor waar een enorm dik inlegkruis inzit. Geen idee waar het van gemaakt is maar de bovenkant is van zeemleer. Principieel altijd weigerachtig om zo iets uit te proberen, want als het pijn doet stap ik af, wurm ik me in de supersonische onderbroek. Zeker voor een man? Het kruis bolt akelig op. Volgens de fietsenmaker is het beslist universeel. Wanneer ik op het zadel ga zitten heb ik ernstig de neiging om mijn kruis glad te strijken. Ik negeer het.

De schone onderbroek die ik stiekem in mijn tas stop laat ik de hele zeventig kilometer zitten. Ik laat me niet kennen maar leg regelmatig mijn kruis recht. Echt lekker zitten doet het niet, ook qua zadelpijn merk ik geen verschil met mijn eigen lekkere onderbroek zonder rare bobbels of verdikkingen. Na zo een begin van de dag met die ontplofte koffiemachine prijs ik me gelukkig dat het enige ongemak van deze verdere dag mijn ondergoed betreft.


Sapperdeflap

Amper tweehonderd meter hebben we ons in het stadsverkeer gestort of ik hoor een enorme brul. Wanneer ik achterom kijk staat daar de fietsenmaker naast zijn fiets. We stellen ons veilig aan de kant. Er rammelt iets en nu is de trapper wiebelig. Uit een van zijn zakken haalt hij een supersonisch werkgereedschap. Geroutineerd worden alle boutjes vastgedraaid. Ik applaudisseer voor zo veel handigheid.

Vooraleer we Gent uit zijn hebben we al zeventien kilometer gefietst, is de fietsenmaker bijna geslipt over een raar richeltje en raak ik minstens drie keer de weg kwijt. Ondanks de regen is het prachtig. We fietsen door de Scheldevallei richting Oudenaarde. Af en toe tuft er een binnenvaartschip voorbij. Ik leer dat schakelen met een elektrische fiets niet gaat wanneer je volle force op de pedalen staat. Onder mijn regenpak rolt het zweet van mijn rug. Het valt me niet mee de snelle Santos bij te houden. We rijden niet zo snel als gisteren, toen was de gemiddelde snelheid 26 kilometer per uur. De fietsenmaker heeft een computertje op zijn stuur dat genadeloos aangeeft hoe, wat en waarom. Ik rol maar eens met mijn ogen en geef Mister Ed een bemoedigend klopje op het stuur.

Ons einddoel vandaag zou Oudenaarde zijn, we staan er al na amper twee uur fietsen. Wanneer we het hogesnelheidsfietspad naar Kortrijk ontdekken is de keus snel gemaakt. Jammergenoeg denken we er niet aan om proviand in te slaan. Ik wordt overvallen door een hongertje en voel de spieren verzuren. De fietsenmaker heeft nergens last van. Ik zie zijn rug steeds verder voor me uit. Wanneer ik hem in probeer te halen heb ik te veel snelheid in de bocht. Ternauwernood kan ik de sloot ontwijken.

Een beetje trillerig kom ik in Kortrijk aan.. Deze keer blijft de Fietsenmaker achter, een lekke band. Ons hotel heeft een deftige binnenplaats. De fiets gaat op zijn kop en nog voor ik de hotelkamer geregeld heb is er een pietepeuterig stukje ijzer uit de band gehaald en wordt de band geplakt. Ademloos van bewondering ben ik. In plaats van hulpeloos in snikken uit te barsten is het gewoon binnen 5 minuten gefixt.

Straks gaan we naar de Kortrijkse kermis. Eerste even langs de fietsenwinkel om snelbinders! Ik kijk de fietsenmaker vol verbazing aan. Dan schiet ik een enorme beer voor je, kan ie gezellig achterop!


Etappe

De regen slaat kapot op de ruiten wanneer de wekker gaat. Miljaardenondenju, ik vertrek vandaag op fietsvakantie. Ik mompel en draai me nog eens om. Als het zo moet blijf ik liggen. De fietsenmaker heeft het te druk met vliegen doodslaan, aan een fietstocht moet ie al helemaal niet denken. We kunnen toch ook best morgen vertrekken!

Om half elf word ik voor de tweede keer wakker, het lijkt iets lichter en de buienradar belooft na de middag ietske droger weer. We hebben tenslotte deftige regenpakken, we doen niet flauw en vertrekken richting Gent. Nauwelijks Hoofdplaat uit of de regen valt opnieuw gestaagd naar beneden. Uiteindelijk deert ons niks en zoeven we elektrisch aangedreven richting Gent.

Mr Ed moet het afleggen tegen de supersonische Santos die met zijn vette accu de Porsche onder de fietsen is. Mr Ed is meer een volkswagenbusje. Ik moet behoorlijk meetrappen om net te doen alsof ik achteloos aan kan sluiten.

De stad, mijn oude buurt, de gladde tramrails en de auto’s die schijnbaar ongecontroleerd de weg op schieten neem ik dan wel weer met groot gemak. De fietsenmaker is iets schichtiger in het Gentse verkeer.

Koffiehuis Labath is onze stop voor we op het logeeradres terecht kunnen. Wanneer ik de regenjas uittrek zie ik natte plekken op mijn trui en ook mijn broek is niet helemaal droog gebleven. De jasjes die de regen eerder zo goed leken te trotseren deden hun werk blijkbaar toch niet zo best. Twee bakken koffie en een groots stuk mierzoete chocoladetaart verder trekken we de natte boel fluitend weer aan.



Me and Mr Ed,

De Schicht was snel gekozen: Degelijk merk, goeie kleur en binnen het budget. Na een rondje over het Spuiplein riep ik jolig naar fietsenmaker Jan de Winter dat ie hem voor me gereed kon maken. Een half jaar later speerde ik van Waterlandkerkje naar Rome. Geen centje pijn behalve dan dat ik besloot dat ik nooit maar dan ook nooit meer de Appenijnen zou beklimmen.

Mr Ed heeft heel wat meer voeten in de aarde. Ik mag hem lenen van van de Fietsenmakker om te kijken of het wat voor me is. De zwarte fiets met een gezellige thermoskan op het frame die me een extra zetje in de rug kan geven staat te blinken in de winkel. In de handleiding lees ik dat je deze accu ook als zaklamp kan gebruiken.

Ik word neergezet voor een soort supersonisch meetapparaat met de computer ernaast. Lengte, gewicht ik lieg amper twee kilo, het wordt allemaal ingevoerd. Ik moet met mijn hand onder mijn oksel staan en mijn duim op het heupbot zetten. Niet tegelijkertijd uiteraard. Geen doorsnee profiel aldus de fietsenmakker. Het goede nieuws is dat Mr Ed wel passend gemaakt zal kunnen worden.

Proefzitten, een rondje rijden en later terug komen om weer te passen is de instructie. Ondertussen krijg ik een snelcursus hoe ik mijn fiets kan laten communiceren met mijn telefoon. Zelf vind ik het allermooist dat ik mijn telefoon kan opladen op het stuur. De fiets past prima, ik zet de thermos op vol vermogen en ga als een raket.

Lees verder

On the road

De droom vannacht kwam ver ver hier vandaan. Ik had een huis in Gent maar ik was vergeten dat ik het huis had. Plots herinnerde ik me het warme schemer en zacht licht in mijn citehuisje. De plankenvloer, de verweerde tafel, de geur van pasgekookt eten.

De dichter was er, of ik dacht toch dat hij er was. Marie Jeanne dacht ook dat ie er was, net even weg voor een boodschap misschien? We spraken over Marc en hoe fijn het was zo een vriend te hebben. Ik was blij dat ik me mijn Gentse huis herinnerde.

Bij het wakker worden liet ik iedereen weer los, het huis, de dichter en Marie Jeanne die ik veilig in haar huis in de vogelstraat weet. De blijdschap over het weerzien blijft de hele dag bij me. Ik wandel ruim 26 kilometer met de dichter in mijn hart.

Lieve Marc wat mis ik je.


Evenwicht

Voor vertrek trek ik mijn regenbroek aan. De dreigende wolken zijn te dichtbij om te negeren. Ik heb geen zin om straks met natte modderige schoenen alsnog de plastic flapperende broek aan te trekken en ben nogal tevreden over mijn gedegen voorbereiding van de wandeling van deze dag.

Na twee uur stappen is er nog steeds geen druppel gevallen. Zweten doe ik daar en tegen als een otter. Bovendien moet ik erg nodig plassen. Bomen genoeg om achter te hurken maar het idee van al die lagen kleding die uit en af moeten doet me besluiten om nog efkes door te stappen. Wie weet is er straks wel een café om alles ordentelijk te regelen en bovendien een tasje koffie te drinken.

Er komt geen café en er is nergens koffie. Er is wel een moment waarop ik de druk in mijn blaas niet meer kan negeren. De rugzak gaat af. Ik probeer een been uit de regenbroek te wurmen. Op een of andere manier blijft mijn voet onwrikbaar vastzitten in de pijp. Hoe ik ook friemel en wrik de voet zit vast.

Om te voorkomen dat ik omval schiet de man te hulp in een soort van origamigreep houdt hij me recht. Samen hinken we van links naar rechts over het bospad. Uiteindelijk lukt het me mijn voet te bevrijden en me te ontdoen van de overbodige regenkleding. Er valt deze dag geen druppel.


Alle zegen…..

De kap van mijn regenjas trek ik strak over mijn hoofd, de regen kletst in dikke druppels naar beneden. Efkes nog probeer ik de nattigheid zonder regenbroek te trotseren. Onbegonnen werk is het, de zondvloed is er niks bij. Zuchtend en met een beetje steun van de man doe ik zonder omvallen toch maar de rest van mijn regenpak aan.

De bril al lang in de jaszak bewegen we als een soort trage slakken met onze rugzak in fel oranje en reflecterend zilver over de slikkerige landwegen. Zoeken naar de markering van het Pieterpad is zo zonder duidelijk zicht een schone uitdaging. Meestal lukt het.

Bij een schilderachtige kapelletje is er pauze. Het ruikt er binnen naar was van kaarsen en verschraalde vazen met chrysanten. Er is nog proviand in de rugzak, een banaan en een stukje droge worst. Tevreden zit ik daar op een houten bank met mijn verlate lunch. Vanmorgen was er ook zo een fijne Maria in een neppe Lourdes grot. Lekker hysterische papier-maché grottigheden en Marie in al haar glorie.

De man staat plots mompelend op van zijn plek. Ik versta niet precies wat hij zegt want de regen sluist naar beneden. Hij steekt een kaars aan. Aarzelend gaat de vlam van de kaars hoger branden. Voor droog weer en de regen die gaat stoppen begrijp ik nu.

We hangen de rugzak weer om en stappen de kapel uit. Het lijkt alsof de regen al minder wordt. Na nog eens tien minuten is het droog en schijnt er een waterig zonnetje. Je moet het gewoon vragen wanneer je iets wil. De grijns van de man is nog breder dan de mijne!


Stappers

De man schuddebuikt achter het stuur, wat ben ik toch altijd grappig. Pas na drie keer zuchten en verzekeren dat ik echt mijn prachtige fijne pantoffelachtige wandelschoenen vergeten ben daalt ook bij hem de boodschap binnen. Kak, geen wandelschoenen en ruim 200 kilometer stappen voor de boeg.

Doodongelukkig sta ik een half uur later te staren naar een muur van schoenen in de Bever Maastricht. De schoenen die thuis op de kast staan hebben ze nog, het zijn de aller, aller duurste. Die wil ik maar ik kan het niet. Ik ben niet in staat om meer dan 250 euro te betalen voor schoenen die ik al heb.

Uiteindelijk kies ik een paar kei lelijke blauwe wandelschoenen van mijn vertrouwde merk. Ze staan echt goed bij je jeansbroek zegt de man optimistisch.