Maandelijks archief: juli 2009

Nachtelijk onderonsje

natafel

natafel


We waren met dertien

voor

voor

na

na


Waarom?

Een Blog, waarom doe je dat eigenlijk? Pure zelfbevlekking natuurlijk. Wat dacht je dan!


Oei, Oei

te veel, te laat, te leuk

te veel, te laat, te leuk


Verzopen

klets

klets

Géén handige combinatie; Wel een regenbroek, geen regenjas.


Café Chantant

trui

trui

theo

theo

Gentse Feesten in de Brugse Poort is Café Chantant bij de Vieze gasten.


Voor de bui

voor de bui

voor de bui

Fiets voert me door de straten van Gent

Rode lijvekens, Korhoen, Aambeeldstraat

Passeer ik

 

Een Noord Afrikaan

Hangt over zijn vensterbank

Roept naar de kinderen op straat

Onverstaanbaar

 

Acaciapark, Fonteineplein, Reijnaertstraat

Strandstoel op de stoep

Tussen roze stokroos en langswaaiende

Plasticzakken

 

Een poes in de armen van een meisje

Klauwt naar de openstaande deur

Te huur

Zwarte letters op oranje

 


Truttig

functioneel

functioneel

Ik zou het graag willen. Hoge hakken en ranke enkelbandjes.


Zegt ze

Zegt ze

Onrustig draait en drentelt het binnenstebeest. Nergens rust. “Het gaat wel over, vast een bevlieging” Spreek ik mezelf dapper toe. Ik werk hard en fiets het snot voor ogen. Ik tik mailtjes die ik niet verstuur en luister buiten kantoortijden naar zijn antwoordapparaat. Word midden in de nacht wakker met mijn hand verkrampt in het kussen.  Ga naar het café met vriendinnen.  Ze aaien en steunen mij. Sus, sus het komt allemaal wel goed. Met veel drank op kan ik dat bijna geloven. Tot ik weer in bed lig met die verkrampte kussenhand. Zou hij mij kunnen vergeten?

Wordt vervolgd


Roadkill

voedsel

voedsel

Ik mijn herinnering reden wij vroeger thuis in altijd naar rook stinkende auto’s. Ze hadden namen als Simca, Datsun en Daf. Volgens mij waren ze altijd groen. Op zondagmiddag gingen we met het gezin gezellig een eindje toeren. Toen een gerespecteerde vrijetijdsbesteding. De auto was nog niet gestart of mijn ouders staken een sigaret op. De rook dreef steevast naar de achterbank waar mijn broer en ik na vijf minuten al ruzie hadden. Geen idee over wat maar mijn ouders werden er knap chagrijning van. Ik werd misselijk en wilde stoppen terwijl mijn vader, die toch al niet bekend stond vanwege de aandacht die ie had voor de tere kinderziel, vloekte en gewoon doorreed. Gek genoeg moest ik ook nooit echt overgeven. Het bleef bij dat akelige weeë gevoel in mijn buik en het wegslikken van veel spuug. Mijn moeder draaide het raampje een beetje open en dan ging het wel weer. Tot mijn vader op of langs de weg een dood beest zag liggen. Vol trapte hij dan op de rem tot we met rokende banden stil stonden. Hup achteruit tot ie vlak bij het lijk tot stilstand kwam. Vanuit de auto greep ie het dier, meestal een fazant of een haas bij de lurven en zwierde het tussen de voeten van mijn moeder. Het humeur van mijn vader knapte van deze actie aanzienlijk op. Ik moest huilen om dat zielige dooie diertje dat nu zeker bij ons in de pan zou verdwijnen. Mijn broer lustte niks anders dan boterhammen met choco, die zag de bui al hangen. Mijn moeder deed haar best om opgewekt te klinken: “Straks gaan we iets leuks doen!” Maar eigenlijk was ze reuze chagrijnig omdat het dooie dier altijd wel iets viezigs achterliet op haar goeie schoenen. En “straks” kwam trouwens ook nooit. Dat was alleen maar de opluchting van het thuiskomen als we allemaal weer de auto uit konden. Blij dat deze zondagse marteling voorbij was.