Maandelijks archief: december 2010

Dierbaar

Op oudjaarsdag bakte mijn oma oliebollen en suikerwafeltjes. Het suikerwafeltjesdeeg werd door mijn opa gemaakt. Die draaide geduldig deegbolletjes ter grote van een flinke knikker, terwijl mijn oma op het gasfornuis het geleende zwartgeblakerde gietijzeren wafelijzer opwarmde. Als het warm genoeg was werd het eerste knikkertje deeg er op gelegd. Na een paar minuten draaide oma het ijzer vakkundig om met een draai van haar pols. Die eerste keren dat het ijzer openging stond ik er met mijn neus bovenop. Als het ijzer nog niet precies warm genoeg was werd het wafeltje niet bruin. Dan mocht ik het opeten.Voorzichtig, voorzichtig, bromde ze en hup daar ging het volgende deegbolletje. Soms gaf mijn opa mij onder het draaien van de deegbolletjes een knipoog. Hij maakte het bolletje een beetje kleiner dan de andere. Als mijn oma dat deegje op het ijzer legde keken mijn opa en ik snel even naar elkaar. Dan kwam er een mislukt wafeltje uit het ijzer. Dat moet opgegeten worden riepen opa en ik. We braken het koekje in twee stukjes.  Aan het einde van de middag had mijn oma een reuze stapel keiharde mooie bruine nieuwjaarswafeltjes. Ik mocht dan naar de buren een zak koekjes brengen. Na de dood van mijn oma vond ik in een lade in de keuken tientallen zelfgeschreven recepten. Ik bewaar ze in een schrift om heimweekoekjes te kunnen bakken.


Dolletjes

Helemaal gelukkig ben ik met mijn zelfgebakken glutenvrije bollen. Nooit ging ik beter voorbereid naar het werk. Dit jaar zal ik niet kwijlend voor de schaal met oliebollen staan die pontificaal in de kantine staat te pronken. Ik zal mijn eigen trommel tevoorschijn halen, mijn mooiste van huis meegenomen schaaltje uit de tas pakken en daar leg ik dan de perfecte bol op.


Polderberichten

Tegen de zon in knijp ik mijn ogen tot spleetjes. Het groen van de wintertarwe komt vanonder de sneeuw. De hond zit vol met vuile modderspetters. Mijn wangen kleuren rood en het water loopt uit mijn ogen. Lekker buiten.


Schoon jaar

Terug kijken, vooruit kijken en plannen maken voor een nieuw jaar: Het wil me niet lukken. Ik laat me drijven op de stroom en zie wel waar ik uitkom. Soms wapper ik met een hand of sla een been naar links of rechts. Zo stuur ik beetje bij. Alles om me heen lijkt zo gepland, geregeld, op orde. Mijn leven hangt van toeval aan elkaar. De nieuwe dingen, lieve mensen die op mijn pad komen, ik verwonder me erover, geniet en ga het avontuur aan. Ik geloof in het pad. Waar het toe leidt, geen idee. Onderweg zijn is genoeg.


tegenstrijdig

De middag was genoegelijk. Ik schreef een scenario, sprak over het beeld dat ik zocht met de cameraman, lachte met vrienden, regisseerde uit de losse pols en keuvelde genoegelijk met de schooldirecteur. Mijn jas ruikt nog naar brand en op mijn schoen zit roet. Niks om te lachen eigenlijk maar ik genoot er enorm van.


Zegt ze

Zonder (niet mijn man)

Kom leg je hier bij mij. In het holletje van je arm schuif ik met opgetrokken knieën tegen je warme buik.

Ik wil liggen in dit bevroren moment. Je adem zachtjes in mijn nek. Een carrière, je vrouw. Zwijg maar.

Ik heb van alles ook te veel.

Zegt ze………

 


Schicht

Gesprek met de alarmcentrale: Wat ziet u mevrouw? Nou eh, veel rook en vuur. Kunt u zien wat er in brand staat? Het lijkt een boom maar zou ook een huis kunnen zijn. Ik kan het niet goed zien want er zit een dijk tussen. De brandweer is onderweg meldt ze. Ik moet even doorrijden tot aan de stoplichten bij Hoek want eerder kan ik niet van de weg af. De brandweerwagen komt net voor me met zwaailichten de weg opstuiven. Ik hoef alleen maar aan te haken om bij de fik te komen. Samen met de brandweermannen spring ik de auto uit. Ze zijn druk in de weer met slangen en schuim. Echt werken doet het niet. Das ook niet zo heel erg. Het is een leegstaand sloophuis en brand al als een fakkel. Ik vertrek als de tankauto aankomt.


Dansje

Voor de residentie kocht ik nieuwe oude boxen ergens uit 1978 ofzo. Geweldig geluid, oerlelijke dingen dat dan weer wel. Ze moeten getest. Deze muziek is favoriet. Draaien en zwieren door de kamer, ik kan er geen genoeg van krijgen.


Hoogtestage

Ik voel hoe mijn maag nog ergens bij nr 11 is als mijn lijf de liftdeuren uitrolt op verdieping 26. Een middag als verslaggever is een avontuur op zich.


Lollig

Het blijft leuk, stappen en praten, de sneeuw die kraakt onder de schoenen, een arm voor steun als het glad is.