Maandelijks archief: juni 2011

Straffe gast

Hier is hij! De gynaecoloog houdt een piepklein jongetje omhoog. Zijn ogen zitten stijf dicht, zijn knuistjes gebald. De mamma en ik kijken verbaasd. Zo’n schoon kindje! In doeken gewikkeld krijg ik hem in mijn armen. Liefde op het eerste gezicht. Dit kind zal het aan niks ontbreken beloof ik.
Nu gaat hij me voor op de trappen van zijn nieuwe huis. Ik barst van trots. De rondleiding, een bakje thee, de zelf opgeknapte meubels. We lachen en kletsen, zijn vriendin is een van ons. De clan schuift rond de tafel.
Later lopen we buiten, ik hang aan zijn arm. We spelen dat ik oud ben en de weg niet meer weet. Als hij me omhelst verdwijn ik ergens onder zijn rechter oksel. Ik zie dat kleine natte jongetje waar ik onmiddelijk zo van hield.


Schoon kleedje

 

 


Zegt ze

Mijn hand onder je hemd schuiven en heel onschuldig kijken, lang niet gezien zeggen en mijn ogen neerslaan zodat je niet ziet hoe graag ik je zie? Onbekommerd zou ik graag willen zijn, de liefde leven of toch op zijn minst een happy end verzinnen. Niks van alles wat daartoe zou kunnen leiden doe ik.


Dakhaas

Dakhaas blieft geen melk, ze wil op schoot en gestreeld worden of nog beter op tafel springen, kopjes geven tegen mijn kin en met haar staart onder mijn neus zwiepen. Gelukkig heeft Dakhaas baasjes en hoeft ze niet gered.


Verdwenen

Zou je liever doof of blind zijn? Als kind stelden we elkaar deze vraag. Nu zou ik er aan toe willen voegen: “Of je stem kwijt zijn? ”
Vijf minuten kan ik praten. Zonder waarschuwing slaat de boel, zo floep,  over en lijk ik een hysterisch viswijf in levensgevaar. Ik kijk er ook heel vreemd bij volgens de mensen om mij heen. Niet heel ziek maar ongemakkelijk en zonder stem ook niet echt bedreven in communiceren. Als ik probeer om tegen het viswijf in te gaan wordt mijn keel gloeiend heet. Ik lees een boekje, schuim het internet af en doe van ergenernis een dutje.


Voorpret

De poppenhoek op de kleuterschool was ons domein. Eigenlijk hield ik helemaal niet van poppen en Greet ook niet. Maar we mochten van de grote jongens niet op de begeerlijke rooie fietsjes. Met de tong uit onze mond kneedden we wanstaltige asbakken voor onze vaders en plakten we bloemen op oranje papier. Niet echt avontuurlijk waren we. Dat hebben we later ruimschoots goedgemaakt. We zijn niet meer bang voor grote jongens, lachen keihard en roepen met het grootste gemak de vreselijkste dingen. Poppen vinden we nog steeds stom. Als we zin hebben hangen we een rugzak om, steken onze tong uit en trekken de wereld in. Nog twee weken wachten dan lopen we weer samen door Frankrijk. Greet zal even wachten als ik hijgend de heuvel opklim en ik zal de vellen uit haar café au lait halen in morsige gites.


Dicht

Als ik slik lijkt mijn slokdarm van schuurpapier. Mijn keel voelt gloeiend heet en zit dicht, de stembanden weigeren dienst. Warme thee met honing moet de pijn verzachten. In bed zie ik de schoorstenen en de daken van de stad. De buurpoes miauwt hard en boos. Ze wil naar binnen, op bezoek. Geen fut om naar beneden te gaan. Na een dutje wordt ik nat en bezweet wakker. Er was een droom vol van auto’s met gierende banden. Naast me een boek. Ik lees en huil tranen met tuiten. Druppels rollen van mijn wangen op de letters. Ziekjes.


Damesachtig

Voorzichtig worden de rode schoenen uit de doos gehaald. Ze zitten nog tussen vloeipapier. Ooit stonden ze op de plank in de winkel te wachten op iemand die zou zien hoe prachtig het rood zou kleuren bij een nieuw kleedje. De winkel is al lang gesloten, de schoenen nooit verkocht. Mij zitten ze perfect. Mijn benen krijgen iets damesachtigs, mijn rok, zwart met witte bolletjes gaat zwieren. Waar de winkel was staat de spiegel. Mijn voeten willen op slag de tango dansen, zich nestelen tussen je twee, in bruin gestoken, voeten. Dat zou vrolijk zijn.


Zegt ze

Je moet risico nemen in de liefde zegt ze. Ik neem liever risico’s met voedsel zeg ik, want net vertelde ze nog dat ze geen komkommers meer wil eten omdat ze bang is dat er een enge bacterie inzit. Er komt een moment dan moet je de eerste stap zetten en zeggen dat je hem écht leuk vind. Ik word al misselijk als ik er aan denk.


Weg!

De trein is al lang uit het zicht, ik sta daar maar te zwaaien. Dag, dag! De Canadezen zijn vertrokken.