Maandelijks archief: juli 2011

Beeldtaal

Tegen de muur geleund, glas wijn in de hand, sta ik in het oude stationsgebouw. Op de muren de sporen van de mensen die eerder langstrokken. Een stuk uit de muur waar een koffer tegenaan botste, vuile vegen van het zwieren van een tas, met zwarte stift gekalkte boodschappen als teken van lang leeg.
De band speelt. Een zigeuner die zijn bas laat roepen “Neem mij”. Hij knipoogt er uitnodigend bij. De blinde zoon en zijn vader hebben geen teken nodig. De viool en de gitaar zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden.
De trein naar Brugge flitst voorbij. De verlichte ramen trekken een streep in het donker.

Even ben ik weer vijftien en droom van reizen. Zet op de trein van Vlissingen naar Middelburg mijn reisgezicht op. Niemand die kan raden dat ik alleen maar een ritje van vijf kilometer maak.
Ik bedenk de plaatsen die ik zal passeren. Amsterdam, Berlijn, Stalingrad. Ik zal feesten, dansen, spreken met interessante mensen die hun verhaal graag met mij willen delen.

Lang moest ik wachten tot ik met de Noorderzon op pad kon. Daarom maakte ik reizen in mijn hoofd. In het echte leven schampte ik soms langs de gebeurtenissen die ik fantaseerde.
Net als de mensen die nu in de trein station Hansbeke voorbij rijden. Nu dacht ik mijzelf op die trein. Met de neus tegen het raam, als tiener, als toeschouwer vooral .

Mijn voet tikt de maat op de muziek. Ik lach naar de bassist die er nog een schepje bovenop doet. Ik sta aan mijn kant van de ruit en hef het glas naar de voorbij razende trein.


Veilig

Elke keer als ik alleen de straat uitfiets moet ik weer uitleggen: nee ik word niet vermoord, ook niet verkracht of aangerand. De buitenwereld vol onbekende mensen is veilig. De akeligste dingen worden je aangedaan door de mensen die je kent, waar je ooit van hield of tot voor kort nog dol op leek. De afgelopen weken werd mijn theorie bevestigd. Vermoord door je ex schoonzoon, doodgestoken door je ex man. Geef mij de buitenwereld maar. Daar is het donker nog veilig.


Zjem

Geroutineerd roer ik in een reuzenpan bramenjam. Net geplukt, benen onder de schrammen, vingers paars. De potten staan op de kop, uit te lekken van het sodabad. De geur is overweldigend. Klaar, schat ik als ik het roeren zat ben.
Met een elegante draai van mijn pols giet ik de inhoud van de pan in de potten. Ik voel me een superhuisvrouw. De volgende dag is de jam nog sause, puddingsause besluit ik. Alleen nog even het etiket aanpassen.


Uit


Teder

Ik word een beetje week van zo’n perfect muisje, morsdood op de stoeptegels, gevangen door poes Beer.


Compensatie

 Nog steeds een beetje aangeslagen door de enorme rekening van mijn crash met de Clio struin ik door de stad. Ergens in Oudburg is het liefde op het eerste gezicht. Ik stel me voor hoe ik appelgroene beenwarmers brei en dan mijn groene jurk en roze sjaal erbij draag. Voor ik het weet stap ik de winkel binnen waar een oudere mevrouw zich liefdevol over mij ontfermt. Ze snapt meteen dat die laarzen balsem voor mijn ziel zijn. Er wordt niet gesproken over prijs maar enkel over kwaliteit. Keuvelend en lovend over mijn goede smaak (ik pas eerst een paar eigele pumps) loopt ze naar achter om de laarzen in de goede maat te pakken. Die pumps zijn een afleidingsmanoeuvre dat ziet ze ook wel. Als ze me de laarzen aanreikt kan ik een begerige zucht niet onderdrukken (zo gaat dat soms met liefde, het zou ook zomaar lust kunnen zijn). Als gegoten zitten ze. Ik stap door de winkel en draai voor elke spiegel. De winkeldame zet het potje schoensmeer alvast op de toonbank. Ze schat de verrukte blik in mijn ogen op waarde.


Proper


Finito

Ooit zag ik de allerbeste act van de Gentse feesten. Ik wandelde in de stad en er zweefde langzaam maar majestueus een luchtballon richting torenspits van Sint Jacobs. In het mandje mensen die, naar later bleek, niet opgewonden zwaaiden omdat de act zo fantasties lukte maar omdat ze dachten dat ze jammerlijk neer zouden storten. Ik keek er met open mond naar want zoveel spektakel zag ik niet eerder. Net op het moment dat ik wilde applaudiseren klonken er rondom mij angstkreten en zwaaide het mandje gevaarlijk heen en weer terwijl de stof van de ballon zich om de toren drapeerde. Nooit meer zag ik zo iets prachtigs, en dan heb ik nog helemaal niks over de reddingsoperatie verteld waarvoor een gat in de toren gekapt moest worden en dat de mensen in de handen van stoere brandweermannen een gapend gat tussen toren en mandje moesten overbruggen.
Afijn de feesten waren goed, ik heb genoten maar zo een act zat er toch niet bij.


Crash

Nonchalant rijd ik de parkeerplaats op. Nergens plaats want het is feest in het park. Ik neem de bocht een beetje krap en hoor een schurend geluid. Daar word ik meteen een stuk alerter van maar dat is een beetje laat. Met mijn robuuste volkswagenbumper heb ik het spatbord van een truttige Clio geschampt. Ik rij snel door en zet mijn auto een heel stuk verder langs het water. Ik ben er zeker van dat niemand heeft gezien dat ik een auto ramde. Ik besluit eerst maar eens te kijken wat de schade is. De oude Golf keur ik geen blik waardig. Die zit al vol met schrammen en butsen. De Clio heeft een deuk en een flinke kras. Ik wik en weeg en denk dan aan al die keren dat er iets gejat, bedeukt, of anderszins aangetast werd. Hoe kwaad en teleurgesteld ik was. Ik wandel heel langzaam naar huis om een briefje te schrijven dat ik onder de ruitenwissers kan schuiven. Ik hoop dat de auto weg is als ik terugkom.
De auto staat er nog als ik met het briefje in mijn hand toekom. Een half uur later heb ik een hele blije opgeluchte mevrouw aan de telefoon. Ik voel me een echte toffe.
Tot de rekening in de bus valt. Ruim vierhonderd euro maak ik over naar de bankrekening van een ongetwijfeld nog steeds hele blije mevrouw. Haar geloof in de goedheid van de mens is niet aangetast.
Zij weet niet dat ik overwoog om maar gewoon snel door te rijden en dat ik stiekem denk dat het niet zo’n heel slecht idee zou zijn geweest. Ik ben niet zo’n toffe.


Keerzijde

Soms is er net onder de oppervlakte een vulkaan van irritaties. Het glijdt van mij af als de druppels water van goed geolied vel. Er moet getierd en gehuild om de lucht te klaren. Dat kan best besluit ik maar niet met mij. Mijn vingers roetsjen over de toetsen en ik drink mijn koffie. Per minuut stijgt de spanning. Ik voel het wel maar negeer het. Doe jij maar fijn, denk ik en maak een grapje. Dat is er teveel aan.  Met veel gestamp gaat de buitendeur dicht. Doeiiiiiiiiiiii zing ik en tik opgewekt verder. Ik schoot vanmiddag reuze op.