Maandelijks archief: juli 2011

Goe bezig

 Mijn broek spant een beetje en mijn bh is ook al goed gevuld. Tevreden dwaalt mijn blik naar beneden. Hebben mijn vriendinnen moeite met een beetje vet: Ik hou wel van zo’n zacht laagje.


Zegt ze

Als een blinde op de tast probeer ik je lijf te lezen. Ik registreer de kleur van je shirt en weet zacht vel daaronder, je handen die hun eigen leven leiden. De spieren van je schouders bewegen mee als je onder het praten met je armen zwaait. Ik zie het wel maar wil je nu eigenlijk zeggen?


Fjieste

Een Irish Coffee op het Beverhoutplein en slenteren langs de Graslei. De folknazi’s in het Baudelopark springen allemaal tegelijk op en neer op het ritme van een band met slappe meisjes. Mijn schoenen klikken op de keien en houden halt bij een podium waar salsa gedanst wordt. Een mevrouw in een groene jurk draait rond een gespierde Zuid Afrikaan die met een zachte beweging van zijn hand de vrouw aanzet tot een volgend pasje. Het ruikt naar bier en vaag naar pis. Dat kan ook niet anders want links van mij ontdek ik een urinoir waar een spandoek boven hangt. Wildplassen 60 euro boete wordt er gemeld. Ik slenter tot de voeten pijn doen. Pas als het licht boven de stad opkomt steek ik de sleutel in de voordeur.


Wegloper


Heerlijckheid

Ik doe rare dansjes in de ochtendvergadering, knuffel de mensen die ik altijd al eens fijn had willen vasthouden, zing onderweg in de auto keihard mee met stomme liedjes. Het werk heeft een ongelofelijke lichtheid gekregen nu het moment van Goeiendag dichterbij komt.


Achter de muziek aan


Buitenstaander


Zegt ze

De dekens op het bed drukken mijn lijf tegen de zachte matras. Ik hoef mijn hand maar uit te steken of opzij te rollen om je aan te raken.  Ik doe het niet. Tot je lacht dan nestel ik me in het kuiltje van je arm waar ik in slaap val. Geborgen, alsof ik hier elke dag plooi.


Tangeld up mind

Ooit liep ik verloren in de kleedkamers van een bluesfestival. Ik dwaalde van de ene naar de andere gymzaalachtigeruimte. Overal dezelfde tegeltjes en lange houten banken langs de muur. Ik zag ergens drie flessen chocolademelk staan, een krat bier en flessen water onder tafel. Mijn voetstappen klonken hol, het rook er vaag naar zweet en oud bier. Mijn accreditatie op de borst gespeld, alle deuren open. Niet dat ik daar iets aan had want de band die me liefdevol had opgenomen kon ik niet vinden. Uiteindelijk trok ik op goed geluk weer een deur open en vond ik de mannen terug, in de weer met gitaren en zenuwen. Pieuw, ik was gevonden. Na een minuut of vijf ging de deur opnieuw open. Een totaal verwarde magere grijze man. De weg kwijt, hij kon zijn band niet meer vinden. In ontzag zwegen mijn mannen. Ik breng je wel even terug riep ik dapper, ik was net ook nog verloren. Samen liepen we door de krochten, kletsend over het festival, de lange weg in de auto naar het verre Limburg, die rottige gebouwen die niet voor mensen maar voor een groot soort mieren gemaakt leken. We stopten voor een deur. Canned Heat stond er met hannepoten op een A4tje. Ik bleek arm en arm met Henry Vestine te lopen. De gitarist van deze legendarische band. Ik was het helemaal vergeten.


Als ik terugkom

Zo vond ik mijzelf terug op een feest waar ik niet wilde zijn. Onder het rondjes draaien op de dansvloer bedacht ik dat niemand van deze mensen morgen nog zou weten wie ik was en waar we over spraken. Een vrouw leunde dronken tegen mij aan, ik aaide over de gekleurde bloem die in haar vel stond gekerfd. Een meisje op zoek naar prooi draaide met haar heupen. Ik sloot één voor één mijn luiken.