Maandelijks archief: december 2011

Trappist

foto Frank Bassleer
Het liefst zou ik huppelen door de gangen, over de grijs met zwarte tegels glijden op mijn sokken. Dat doe ik natuurlijk niet. Ik ben hier in een klooster en probeer me te gedragen. Daarnet sloop ik nog binnen tijdens de mis. Ik kon niet goed verstaan waar het over ging. Ik liet me wiegen op het ritme van de woorden en de bijbehorende rituelen. Ik kon me best voorstellen hoe fijn en geruststellend het moet zijn om elke dag een uurtje zo door te brengen. Nonkel Pater zit hier minstens drie keer per dag.
Hij heeft wel het licht gezien.
Ergens midden in de tweede wereldoorlog kwam ie aan op zijn fiets in Westmalle. Hij werd niet echt warm onthaald want hij belde de broeder wakker die extra vroeg naar bed was gegaan om in de komende kerstnacht fris op te kunnen staan. Zelfs broeders zijn blijkbaar wel eens chagerijning. Toch wist hij meteen ‘ Hier ben ik thuis ‘


Paters

De 98jarige broeder gaat me met zijn looprekje voor. Hij geeft me een sleutel en wijst naar de deur. Ik maak hem open en daarachter ligt de prachtige eeuwenoude kloostergang. Hij legt zijn vinger op zijn lippen. Vrouwen mogen hier niet komen. Hij lacht en straalt erbij. Daarna stapt ie luidop sprekend en uitleg gevend voorop. Trek maar open die deur wijst hij, op een lange kapstok hangen de witte gewaden die de broeders dragen tijdens de mis waar ik daarnet nog een kwartier van mee kon pikken door zachtjes tijdens het gezang naar binnen te sluipen. Ik voel voorzichtig aan de stof, glad en zijdeachtig. Prachtige kwaliteit. In de verte nadert een andere Trappist. Zou ik me moeten verstoppen? Net doen alsof ik hier niet ben? Ik vertraag een beetje. Mijn broeder achter zijn wagentje stapt vrolijk voort dus doe ik ook maar alsof het heel gewoon is dat ik hier op mijn laarsjes door de gang stap. We knikken elkaar vriendelijk toe bij het passeren. Ik blijf me een beetje ongemakkelijk voelen maar het plezier en de verwondering nemen het al snel weer over. Het allerliefst zou ik


Sensatie

Ik zag al een hert en de Vlaamse gaai in de bossen van West Malle maar nog nooit zag ik er een pater van de gelijknamige abdij terwijl die toch boven aan mijn lijst met nog te spotten staat. Ik wandel regelmatig langs de muren, probeer op mijn tenen een glimp op te vangen van het leven dat zich afspeelt in die geheimzinnige wereld. Morgen zal de poort openzwaaien en stap ik binnen.
Een dillema dient zich aan: Wat trek ik aan om bij een pater op bezoek te gaan?


Anders

Naast me in de sauna ligt een man te snurken. Met zijn mond open smijt ie het geluid de ruimte in. Het liefst zou ik hem een flinke por geven.
Ik bestel thee als de serveerster na lang wachten de bestelling komt opnemen. ‘Géén munt thee?’ snauwt ze me toe. ‘Dan zou ik wel munthee bestellen’ wil ik terug bekken.
Bij de kassa rijdt een mevrouw met een haar kar tot twee keer toe tegen mijn benen. Ze zegt geen sorry. ‘Stomme trut kan je niet uitkijken’ denk ik.


Broek


Hoop

De bomen steken zwart af tegen de nachthemel, echt donker wil het niet worden. Het is de nacht waarin de dieren spreken en wonderen gebeuren. Elk jaar weer ga ik naar buiten. Het spannende van lopen in een donkere polder terwijl iedereen in bed ligt, de belofte van de kerstnacht zelf waar ik geen woorden aan kan geven, ik kan er geen weerstand aan bieden.
Dit jaar loop ik langs de Vrije dijk, net over de grens. Langs boerderijen waar ik de dieren in de schuur aan hun ketting hoor rammelen. Ergens flappert er plastic in de wind. Ik ben op pad met de nachtman en de hond. De hond wil niet spreken en ook het beest in de nachtman houdt zich koest.
Blijkbaar is er nog geen tijd voor een wonder.


Zegt ze

Soms denk ik aan hoe we lagen in bed, in het donker en hoe je botten kraakten en mijn handen jeukten


Van ver

Na wat gehannes met de automaat en het pasje kan de tank volgegooid aan het tankstation in Knesselare. Een gebrekking Engels sprekende man komt vragen of we vijftig euro kunnen wisselen. Dat kunnen we niet. Kijk we hebben zelf ook alleen maar briefjes van vijftig. De man druipt af, zijn auto draagt een kentekenplaat van een ver Oost Europees land. Als we net weer in de auto zitten klopt ie op het raampje. Willen we misschien gereedschap kopen? Hij heeft nog vanalles achter in de auto, zo goed als nieuw. We bedanken vriendelijk. Na een adempauze komt er nog een laatste poging: Willen we dan misschien met ons pasje de automaat bedienen zodat hij kan tanken. We krijgen dan zijn vijftig euro. Even aarzelen we, ach doe niet zo wantrouwend denk ik mezelf toe. Gelukkig gaat mijn mond zijn eigen gang. Nee liever niet.
Toch voel ik me een ietsiepietsie schuldig als we wegrijden naar het comfortabel leven met lieve vrienden en de kersboom. Jezelf vrolijk voor vijftig euro op laten lichten is toch ook best een mooie kersgedachte?


Warm

Dat er iemand zonder aarzelen je op komt halen in Lille omdat de treinen niet verder rijden, want de Belgen staken. Thuis komen en de kachel aan vinden en de kerstboomlichtjes branden. Twee bananen die samen een hartje vormen op de keukentafel.


Tube