Maandelijks archief: januari 2012

Fier

De belasting wil cijfers zien. Ik schraap bevend mijn facturen uit de schoenendoos en een bureaulade, Waar is de inlogcode om de formulieren in het vullen? Ik bibber bij de gedachte aan die grote boze belastingsdienst. Op een papiertje worden de plussen en de minnen naast elkaar gezet. Ik kan mijn ogen bijna niet geloven. Ik heb godomme echt geld verdiend!


Afwezig

Het is putje nacht, een uur of vier schat ik. We zoeven ergens over een donkere snelweg richting huis. We delen de veel te krappe achterbank. Ik voel hoe ik steeds een beetje wegzak. De slaap wil me komen halen. De bank is smal, de beenruimte krap. Ik kan me niet ontspannen. Langzaam zak ik opzij. Jij schuift een stukje op, ik mag liggen. Mijn hoofd op je schoot. Voorzichtig sla je je arm rond me. Zo zal ik niet vallen. De arm die zo zacht mijn lijf omhult, de cadans van de wielen en het zachte praten van de mensen in de auto. Ik ben alleen daar en nu. Het praten van de mensen op de voorbank lijkt totaal onbelangrijk.
Vandaag zag ik je weer, een leven later


Klaar

De tranen druppen langs mijn wangen naar beneden. Niet omdat ik verdriet heb maar omdat mijn ogen te moe zijn om de tranen tegen te houden


Ja Wadde


Hoepla

Vijftien meisjes en een hele stille jongen. Verlegen met zijn te zware lijf beweegt hij zich in de groep jonge godinnen. Tijdens de sessie beeld krijgt iedereen een groot stuk bruin papier. De opdracht: Maak geen hoofdeksel.In de kring wordt het  geen hoofdeksel gespresenteerd. De jongen heeft een soort cape gemaakt. Zwierig hangt ie over zijn schouders. In zijn blauwe shirt stapt ie met cape de kring in. Zijn arm gaat de lucht in, een been van de grond. Ik ben superman zegt hij zachtjes!


Stage

Ik maakte kennis met mijn veertien studenten die vier dagen met mij op zullen trekken. Ze vonden mijn nieuwe haar cool!


Warm

De zon schijnt door de grote ruiten naar binnen. Ik sta ik de rij te wachten tot ik aan de beurt ben. Verlangend kijk ik naar de grote kommen soep waarmee de mensen langs me stappen richting overvolle tafels. Ondanks de zon waait er buiten een ijzige wind en zijn mijn vingers wit en gevoelloos. Terwijl ik wacht scan ik de tafels op een zitplaats. Ik heb geluk, net als de soep in mijn kom wordt geschept staat er iemand op, dankbaar schuif ik op de vrijgekomen plek. Langzaam lepel ik mijn soep. Als ik opkijk staat er tegenover me een smoezelig boodschappenwagentje. Een oudere man staat er onhandig naast met soep en dienblad. Hij wil tussen de mensen op de bank, na enig gemor en geschuif lukt dat.  Ongeschoren, ongewassen, kleren vol vlekken, vieze nagels, geen tanden. Felle waterige oude blauwe ogen kijken me aan. Ik lach en wens hem smakelijk eten.
Zijn broodjes moeten eerst in de soep want anders kan hij ze niet bijten. We praten over het eten en de familie van de nachtschade. Hoe hij als kind ook al geen tomatensoep luste. Hoe de pompoensoep van zijn moeder smaakte en dat hij eigenlijk een Waal is maar graag Vlaams spreekt. Hij verzamelde vroeger schaakboeken, kasten vol, won regelmatig een wedstrijd. Speelde op hoog niveau. Ik knik, stel een vraag en mijn neus registreert dat ie een beetje muftig ruikt. Het laatste restje soep schraap ik uit mijn kom. Op de dienbladen rond mij ligt als dessert een mandarijn. Mijn blad  is leeg op de soepkom en het servet na. De man ziet me kijken. Hij pakt het mandarijntje van zijn dienblad en legt het voor me. Hij tikt erop en knikt: Voor jou!
Ik peuter de schil los en eet partje voor partje. Als hij opstaat krijg ik een hand, hij houdt hem vast.
Ernstig en langzaam wordt ik bekeken. Wees gelukkig zolang het kan.
We steken alle twee ons hand op als hij de deur uitstapt.

Dat was de vader van Dutroux zegt de man naast me.


Zegt ze

Doe de deur maar dicht, zachtjes want je wilt niemand storen. Ik ben hier in het donker. Nooit ben ik verder weg en dichterbij dan jij me zou willen dromen.


Vogelteldag

Telt deze nou wel of niet mee?


Onverwacht

Het genoegen om te voelen dat ik niet verleerd ben om vertrouwen te geven aan de mensen die ik bezoek in de rol van woonbegeleider komt even onverwacht als het gevoel dat ik het miste.