Maandelijks archief: februari 2012

Van god los

Waar ge niet zeker van zijt kun je niet met zekerheid zeggen vanzelf
Moeilijk hè
Nee, nee da moede nie doen
Je hebt je best gedaan meer kan je niet doen

Ondertussen zal ik voor u bidden
We kunnen het altijd vragen aan ons Lieve Vrouwke maar we moeten afwachten natuurlijk.

De non zit tegenover me in de trein van Leuven naar Brussel. Ergens halfverwege de zeventig schat ik, een zwart hoofddoekje, grijs haar piept er vanonder. Donkerblauw vest, crème kleurig blouse tot boven dicht geknoopt en donker grijze rok. Een gouden bril en lichte blauwe ogen. Stevige zwarte schoenen. Terwijl ze luidop in haar mobieltje zit te roepen draait ze aan de gouden ring aan haar vinger. Rechtstreeks verbonden met god.


Motorisch onderontwikkeld

Salsa dendert uit de boxen, de dansvloer stampvol mensen. Het is al diep in de nacht, wie weet buiten wel al licht en ik zou echt heel graag even willen zitten. De tafeltjes aan de rand van de dansvloer staan vol met drankjes van de mensen die zich op de dansvloer smijten. Alle stoelen bezet. Net als ik denk dat ik beter naar huis kan gaan staan er twee mensen op. Mijn vriendin en ik schuiven opgelucht aan de grote tafel. We zijn nog lang niet uitgepraat en bestellen nog een drankje. Ik wil er eens goed voor gaan zitten en sla mijn ene been over het andere. Met mijn knie tik ik de tafel aan, een tafel waar minstens 15 drankjes op staan en zeker tien mensen rond zitten. In een soort slow-motion helt de tafel over. Ik probeer nog een hand uit te steken naar de drankjes die beginnen te schuiven. Er is geen redden aan. De vijf of zes mensen tegenover mij krijgen de volle laag. Cola, wijn, bier en fris stroomt in een glanzende borrelende rivier hun kant op. Even zit ik doodstil, dan sta ik op en loop gedecideerd naar buiten in het besef dat ‘Sorry, het was een ongelukje’ de lading niet echt zou dekken.
Nog steeds zie ik een een soort flashback de verbijstering op de gezichten van de mensen die met mij aan tafel zaten.


Geen ruk

Met de hondjes loop ik door de polder. Ik stap flink door, regen en wind slaan me om de oren. Een blauwe auto haalt me langzaam in en gaat 500 meter voor me op een oprit van een stuk land staan. Zeker een boer die kijkt of er al iets wil groeien op zijn land denk ik. Ik hum in het ritme van mijn stap. De auto staat zo dat ik naar binnen kan kijken bij het passeren. Net als ik vriendelijk mijn hand op wil steken zie ik dat de man vreemde bewegingen maakt. Zijn arm gaat als een razende op en en neer. Vol verbazing vertraag ik en registeren mijn hersen wat ik zie. Licht uit evenwicht stap ik verder. Op de terugweg vind ik op de plaats waar de auto stond een grote prop papieren zakdoekjes.

Samen met een vriendin rij ik over de A58, we komen terug van cursus en rijden richting huis. Voor ons een witte auto die steeds zachter gaat rijden. We rijden voorbij en kletsen vrolijk verder. De man in de auto geeft gas en steekt ons opnieuw voorbij. Goh, zegt mijn vriendin wat schokt die man raar het lijkt wel of ie de ziekte van Parkinson heeft. Weer laat ie zijn gas los en terwijl we voorbijzoeven zie ik zijn arm vreemd op en neer gaan. We kijken elkaar vol ongeloof. De man voelt blijkbaar zijn moment naderen want een laatste keer gast ie ons voorbij. Hij blijft even naast ons hangen terwijl ie als een wilde op en neer wipt op zijn stoel. Levensgevaarlijk constateren wij gillend van de lach. Als ie uiteindelijk zijn arm naar achteren zwaait en een grote doos zakdoekjes van de achterbank grijpt snikken we het uit. We sukkelen met een gangetje van 60 richting boot, amper in staat om de auto te besturen.

Er is een vraag die mij blijft kwellen. Waarom doet een man dat?


Stukje

Een mevrouw komt met grote armgebaren en veel geroep en getier mijn kant uit. Ik loop op de stoep en doe een stapje dichter naar de huizen. Het haar van de mevrouw is lang en hangt in slierten rond haar gezicht. Ze is dik en groot en ik denk: Daar moet je geen klap van krijgen. Achter haar stapt een man die iets roept. Verstaan kan ik het niet. Zigeuners registreer ik. Meer nog door het uiterlijk van de man, grote snor, zwarte leren jas, gouden tand, dan door de taal.
De vrouw gaat door met roepen een stukje bij mij vandaan. De man stapt op me af en steekt zijn hand uit. Die wil ik niet pakken maar hij blijft hem heen en weer zwaaien ergens in de buurt van mijn navel. Haast automatisch geef ik tegen wil en dank mijn hand. Die grijpt hij nu met twee handen vast om voorlopig niet meer los te laten. Sorry mevouw, zegt ie. Mijn vrouw is zo kwaad, we hebben ruzie. Onderstussen registreer ik dat de mevrouw steeds langzamer is gaan lopen en ook niet meer zo hard scheldt. Ja ziet u, we hebben geen eten meer voor onze kinderen, sorry voor mijn vrouw maar heeft u misschien geld voor ons? Tijdens het gesprek heb ik mijn hand weten los te wrikken maar hij staat nog steeds heel dicht bij mij deze zware zigeunerman. Hoopvol kijkt hij me aan, de mevrouw staat nu ook stil, midden op de weg peilt ze  wijdbeens mijn reactie.
Het is een toneelstukje, langzaam dringt het tot mij door. Straattheater in zijn oervorm. Ik heb geen cent op zak want op weg om een tas koffie halen bij mijn vriendje.
Het enige wat ik in de aanbieding heb is applaus.


Gesprek met mij

Soms denk ik dat ik de grote meeslepende liefde wil. Warm vel en snelle handen die een rukje aan de knoop van mijn broek geven. Ongeduldig in één keer mijn trui en t-shirt uittrekken. Het buitenste leven negeren en leven in een cocon van hartstocht.

Bij momenten hunker ik naar de alledaagse liefde. Een hand in mijn nek tijdens het tv kijken. Een tas thee die op het tafeltje naast het bed wordt gezet. Een verdwaalde zoen bij mijn oor als ik vertrek en een bordje eten in de koelkast met plasticfolie erover voor als ik laat thuis kom.


Rol

Als ik naar mijn kleindochter kijk voel ik de warme hand van mijn grootmoeder in de mijne.


Zen

Ik brei een rood kinderbroekje, kijk stompzinnige series, eet een kopje soep, doe een dutje en lees drie keer dezelfde bladzijde van een Deense thriller. Geweldige pijnstillers heb ik!


Zoek

Ik zou willen schrijven over passie, autonomie en waarachtigheid. De woorden willen niet komen maar de gedachten stuwen me voort.

 


Licht

Een enorme behoefte aan licht en warmte overvalt me deze morgen. Ik ben vroeg opgestaan om de hondjes uit te laten. Het is grijs en de kou kruipt via mijn rubberlaarzen in mijn tenen. Het dooit, ik hoor water druppen van de takken. De weg is spekglad en ik schuif voorzichtig voorwaarts. Kunnen we afspreken dat het morgen gewoon lente wordt?


Clan

De grote tafel in het café staat vol met dampende kommen koffie en thee. Jassen en handschoen over de stoelen. Iedereen praat door elkaar. Met grote handgebaren worden de woorden onderstreept. Gelach en geroep. In de kinderwagen naast de tafel beweegt de deken. De baby is wakker en kraait vrolijk mee. Oom vormt van zijn grote armen een kommetje. De baby laat het zich aanleunen en vlijt zich in de holte. Op de golven van het gesprek lacht ze met haar mond wijd open. Wil er nog iemand iets drinken of eten? Een schuimende beker chocolade melk  met slagroom wordt op tafel gezet. Baby krijgt de borst en drinkt gulzig en tevreden. Ooit begon ik met één zelfgemaakt kind en nu zit ik tussen een hele clan. Er wordt gespeculeerd over meer baby’s en uitbreiding van de roedel. Mijn geluk kan niet op vandaag.