Maandelijks archief: april 2012

Hoe Fritz op koninginnedag op reis ging


Chaos

Een amoebe van kartonnen-dozen heeft bezit genomen van mijn huis. Halfvol, dichtgeplakt met tape en op sommige plekken drie verdiepingen hoog. Als ik melkschuim wil maken voor de koffie is het handige opschuimdingetje al ingepakt, de staafmixer die eigenlijk van Het Kind is moet weer uit een doos want anders kan er geen eten gemaakt worden voor Het Kindeke. Ik stommel mij door de dagen. Meestal werk ik overdag en in een staat van verdwazing staar ik dan bij thuiskomst naar dat beest van karton dat mijn huis overneemt.
Geen angts, alles komt goed spreek ik mijzelf bemoedigend toe. Ik vind mijn prentje van Christoffel terug dat op weg naar Rome in mijn fietstas zat. Ik lees: Wie opkijkt naar het gelaat van Christoffel loopt die dag geen enkel gevaar. Sè!

 


Diepst

Met de trappen daal ik af naar de diepte van de aarde. Stil sta ik terwijl ik dieper en dieper ga. De geur van warme olie, het gereutel, het schudden. Als de houten trap weer steen wordt stap ik behoedzaam over de tanden. Ze zouden me mee kunnen sleuren naar waar de aarde vloeibaar is. Nu klinkt als enige mijn voetstap in de holle tunnel. Tl licht schijnt. Niemand voor of achter me. Boven weet ik de schepen. Ze varen naar Japan of naar Vuurland misschien.


Lenteliedje

Ik draag een hemd, een shirt en een vest. Mijn laarzen met bont hebben de kast nog niet van binnen gezien. Net kocht ik een nieuwe wollen gehaakte sjaal en de winterjas hangt voor het grijpen aan de kapstok. De zomerrokken liggen nog in een doos onder het bed.
Mij doet het niks. Ik zing en ik neurie, huppel over straat. Ik bewonder de rollende wolken, de hardroze lucht. Ik zag een regenboog en er was donder en bliksem.
Ik hou van dramatisch weer, ik spring mijzelf wel warm. Als iemand klaagt over het weer knik ik vriendelijk en lach minzaam. Ook een hele mooie dag!


Brok

Lange ritten, mijn eigen bakje koffie mee zie ik de wereld aan me voorbij trekken. Voor een oplettende bestuurder is de snelweg een bron van raadsel, vermaak en drama. Het echte leven in een notendop; Wat doet die zwarte herenschoen op de middenberm aan de stoplichten van Lembeke? Drie doodgereden eenden op een rij en een haas zo plat als een dubbeltje behalve de kop. Wie verloor een stapel bruine juttenzakken in de buurt van Zelzate? Een kapote band met een gevarendriehoek op de vluchtstrook, zou iemand die nog komen ophalen dan?  Zo fantaseer ik mij een weg door Vlaanderen en Nederland.


Hopla

Ik denk dat ik campagne ga voeren. Voor sollidariteit en tegen hufterigheid. Ik heb ontzettende zin om een spandoek te maken, te zingen door de megafoon, de boel in beweging te brengen.


Dansje

Ergens onderweg van Antwerpen naar Waterlandkerkje hoor ik dat het kabinet zal vallen. Ik bal mijn vuist en juich. Ik glim als ik denk aan de mogelijkheden die nieuwe verkiezingen bieden. Mijn speldje met ‘laat de rijken de crisis betalen’ kan weer uit de la, er komen nieuwe spannende debatten. Ik toeter van blijdschap, gewoon omdat het kan.
Zal in de nieuwe verkiezingstrijd het woord sollidariteit weer kleur krijgen? Wordt Nederland weer een land waar ik fier op kan zijn?


Hoop

Ergens in de zeventig is ze als ze met stralende ogen vertelt dat ze verliefd is. Een frêle deftige dame, in de weer met gebakjes en thee. Jonger dan ik giechelt ze. We lachen en maken grapjes over een wild en woest liefdesleven.
Nooit was ze getrouwd, er was wel iemand geweest, ze was nog bijna een tiener. Uiteindelijk vond ze hem echt niet aardig.
Haar leven werd opgeslokt door de rechtenstudie, een maatschappelijke carrière en de zorg voor haar ouders.
Nu pas was de vlam in de pan geslagen.
Ze leerde me dat de liefde geen leeftijd kent. Ze is overleden. Gekoesterd, geliefd en omarmd. Tweeennegentig was ze.


Zegt ze

Met mijn vinger ga ik over je rug. Letter voor letter vormt zich een woord. Jij raadt de boodschap niet. Warm is het zo dicht op je vel. Zal ik zachtjes over je ribben aaien of hou ik het bij schrijfoefeningen?


Gemis

We zullen aan tafel zitten met onze dochters en het Kindeke. Er zal iets zoets zijn, bubbels, pret en serieuze gesprekken zullen elkaar afwisselen. Ik kijk uit naar onze rumoerige ontmoeting. De verhalen van de dochters, hun verwachtingen over de toekomst. De grote ogen van het Kindeke die alles in zich opnemen. De vriendschappen warm en lang, het verlangen om door te geven kan gevoed worden.
Onnozele mailtjes gaan heen en weer. Gekoesterd in de onvoorwaardelijke liefde van mijn vriendinnen en de dochters is de broosheid van het bestaan niet ver weg.
Het besef dat jij nooit meer terug komt, het Kindeke niet zal koesteren en onze warmte je niet meer bereikt maakt me soms radeloos van verdriet.