Eigenlijk heb ik vliegangst

Na een tussenlanding in een kletsnat Istanboel land ik midden in de nacht op de luchthaven van Tbilisi. Meteen omringd door lekker veel sovjet beton (zouden daar nou nog staatsvijanden van Stalin in gefoefeld zijn?) en van die echte Oost-Europese militairen. Die voldoen nou eens helemaal aan mijn beeld van hoe een voormalig verdediger van het communisme er uit zou moeten zien. Reusachtige groene camouflage petten en dito pakken. Lekker stevig, elke morgen een bekertje testosteron naast de boterham, en broeierig kijkend vanonder de klep van de pet.

Nadat ik me aan al dat beton ontworstelde stond er buiten een klein mannetje met in z’n hand een papier “Miranda Dieleman”. Niet te missen, mijn taxi. Ik gebaarde dat ik degene was die hij zocht. Let’s Go zei ie. Een oude blinkende Volvo waar al mijn loodzware spullen moeiteloos ingeworpen werden. Makkelijk hij spreekt Engels dacht ik dus begon ik vrolijk een gesprekje. Het bleef angstvallig stil. Het enige Engelse dat ik uiteindelijk kon ontdekken was dat ie steeds links bleef rijden. Niet van dat benauwde en lekker gassen. En dan snel naar links of rechts uitwijken als er een kuil verscheen waar wel een paard in zou kunnen verdwijnen. De weg was breed genoeg. Een betonbaan waar wel zes auto’s naast elkaar konden rijden. Gelukkig was het niet echt druk want ondanks de ruimte passeerde mijn chauffeur elke ander auto rakelings. Hij klemde het stuur stevig in zijn handen en zat een beetje voorover gebogen. Zou hij paardrijden? Alle kuilen wist ie trouwens ook niet te ontwijken. Stond er niet in mijn reisgids dat de meeste doden in Georgië vallen in het verkeer?

Heelhuids werd ik afgeleverd op een morsig binnenplein..althans zo leek het toch in het schijnsel van de koplampen. Na een aantal malen flink bellen werd de deur opengedaan door een jonge Georgiër. Gelukkig sprak deze wel Engels. Via een brede trap (dat heb ik al ontdekt in Georgië kijken ze niet op een centimetertje) bracht hij me naar een keurige kamer. De verwarming tot tropische hoogte opgestookt. Heerlijk.

Vanmorgen bleek het morsige binnenpleintje de tuin te zijn van een prachtig vervallen huis. Daar woonde de arts van Stalin. Die kwam hier stik vaak want echt gezond was hij niet. Ik stel me zo voor dat Stalin hier met een kou op de borst in deze kamer in zijn beestenvellen ochtendjas zat. Nu zit ik er in mijn blauwe bloemetjes pyjama…Niet gek toch!


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: