Maandelijks archief: oktober 2012

Zegt ze

In de stilte diep in mij zou ik wel keihard willen schreeuwen.
Net zolang tot jij je oren niet meer sluiten kan voor wat ik zeg.
Mijn rennende voeten zullen me dragen tot vlak voor je

Jij fluistert dan mijn naam


Dwaal

Elke keer vind ik toch weer de weg terug.


Jager

Wacht maar tot ik mijn nest maakt in het bos en de beesten laat passeren.


Weerzien

Voor het stoplicht op de grote baan van Gentbrugge sta ik stil, kijk een beetje wazig door de voorruit, wachtend op groen. Er stapt een man uit de tram met een weekendtas in de hand. In zijn beweging zie ik iets bekends. Traag registreren mijn hersens: Het is de dichter!
Van opwindig valt mijn mond open. Minstens twintig jaar geleden maakte hij deel uit van mij leven. Man, wat zag ik hem graag. Hoe teder las hij Het Kind voor,  schreef mij brieven waar ik naar uitkeek,  deelde zijn avonturen en zijn hart.

Een nieuwe liefde, onhandige manoeuvres, kinderen die geboren werden. We verloren elkaar uit het oog. Ik denk nog vaak aan hem, hoe het hem vergaan is, zou hij gelukkig zijn, hoe bijzonder onze vriendschap was.
Nu loopt hij voorbij mijn auto en ik verroer geen vin. Ademloos zie ik hem uit beeld stappen. Het licht spring op groen. Ik geef automatisch gas en terwijl ik denk: Zal ik parkeren of niet wordt ik opgenomen in de stroom auto’s en is het moment voorbij.

Wat rest is het hart vol spijt.


Zoek


Kindeke

We komen amper vooruit Het Kindeke en ik. Niet omdat we geen wandelwagen met soepele wielen hebben maar omdat ze vanuit haar koets iedereen met haar charmes betovert.

De Marokkaanse slager maakt kusgeluidjes vanachter zijn toonbank, ze giechelt en wuift minzaam met haar handje. Als hij terugzwaait begint ze in haar handen te klappen en met haar hoofd ritmisch van links naar rechts te wiegen. De slager, een man van tegen de zestig met een woeste snor en dito wenkbrauwen, swingt gezellig mee.
De vrouw van de groentekraam op de Vrijdag markt vraagt bezorgd of het niet gevaarlijk is, dat grote stuk banaan. Straks schiet het nog in haar keel. Driftig zwaait Maren met een gestrekte wijsvinger naar de banaan die ik voor haar pel. Onbezorgd propt ze een flink stuk overdwars in haar mond. Met haar mond open kauwt ze tevreden.
Aan een tafeltje op het trottoir zit een baardige man met een morsig hondje. Kijk! Kijk! roept ze. De man lacht, hij heeft niet veel tanden. We stoppen de wagen om het hondje te bekijken, aarzelend aait de man over de pluizige haartjes van het Kindeke. Die heeft alleen oog voor de hond.
Een vrouw zit gehurkt te bedelen. Ik stop om een paar euro uit mijn tas te halen. Stil kijken het kind en de vrouw mekaar aan. Dan pakt de bruine hand van de vrouw het in roze schoenen gehulde voetje vast en begint te zingen. Ze beweegt het voetje van Maren op het ritme heen en weer. Die wiegt geconcentreerd mee. Als het liedje afgelopen is lachen we alle drie want zo’n schoon kindje!


Veegvast

 


Flater

Miranda, jij hebt een foutje gemaakt! Met een ver Italiaans accent hangt mijn collega aan de telefoon. Hoezo? Ik ben me van een kwaad bewust. Jan is niet de winnaar. Huh? Ik weet echt zeker dat op het briefje dat ik blind uit een grote tombolapot trok de naam Jan stond.

We hielden afgelopen zomer een loterij om geld in te zamelen voor het straattheater. De prijs aanlokkelijk: Een privé optreden van het anarchistisch straattheater gezelschap waar ik in speel.

Met een grijns van oor tot oor bracht ik Jan het nieuws van de overwinning. Wel een beetje raar dat hij nog van niks wist want hij was net een hele week met mijn medespeelster op vakantie geweest, maar goed, misschien had ze andere dingen aan haar hoofd. Jan fleurde reuze op en zou wel een mooie gelegenheid bedenken waar we konden spelen.

Jan heeft niet eens lotjes gekocht roept ze nu door de telefoon. Ik sta met mijn mond vol tanden. Het was een ANDERE Jan!

Ze had ook al tegen Jan gezegd dat hij niet de prijswinnaar was. En hoe was zijn reactie? Ik hou mijn adem in van spanning.
Hij zei: Jawel, Miranda zegt dat ik gewonnen heb.

Ik piep van schrik. Moet ik straks aan mijn pas nieuwe directeur Jan uitleggen dat ie geen prijs won.

Uiteidelijk komt de verlossing: De Jan die wel lotjes voor de tombola kocht weet nog van niks. Laten we dan maar frauderen!


Beter

met je ogen toe is het altijd nu.


Lucht