Rijk

Hoe vaak, tussen waken en slapen in, richt ik het woord tot Yvonne. Zo graag zou ik haar in mijn dromen tegen komen, vastpakken, mijn armen stevig om haar heen slaan, zeggen hoe zeer ik haar mis. Nikste minder met de tijd, méér! In de kinderlijke gedachte dat ik mijn dromen kan sturen roep ik ergens diep van binnen keihard haar naam.

De afgelopen jaren kwam ze twee keer op bezoek. In de verte hoorde ik haar lachen, teder zegde ze mijn naam.

Nu krijg ik elke nacht bezoek van de dichter. Op kousenvoeten stapt hij mijn dromen binnen. Neemt me mee naar zijn huis waar ik nooit was. De steile zoldertrap met smalle treden, overal knipsels en papieren. Half afgemaakt werk, kleine raampjes. Hij draagt dikke truien, de houtkachel is aan. Aan de muren oude lijsten met tekeningen en collages, stapels met kranten en artikels die nog gelezen moeten. Een mok staat op de tafel er ligen pennen. Het ruikt er vaag naar kachel, tabak en koude koffie. De verzakte tegels op het pad naar zijn voordeur. De kier waaronder het tocht. Hij zit in een oude zetel, een beetje voorovergebogen, vanonder zijn krullen kijkt hij naar me terwijl hij met gebaren zijn woorden onderstreept.
Hij spreekt, ik luister.
Als het licht nog grijs is wordt ik wakker en weet ik moet terug, de dichter moet me nog iets zeggen.
Zodra ik mijn ogen sluit ben ik weer daar. Mijn rug is koud, de voorkant warm want daar staat de kachel.
Pas als ik mijn benen over de rand van het bed sla laat hij me los en kan de dag beginnen.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: