Maandelijks archief: februari 2013

Motorisch onderontwikkeld

In een deftig restaurant doe ik interessant met mijn stokjes en hap nuffig van mijn sushi. Heerlijk, smak ik tegen mijn tafelgenoot.
Glas witte wijn erbij, rug tegen de kachel, het leven is geweldig geniet ik. Om mijn eten te kunnen zien heb ik mijn bril op gezet. Als de rekening komt en ik het bedrag gespot heb doe ik mijn bril terug in de koker. Een knalgeel, oerlelijk ding met een veer zo straf dat je een vinger zou moeten missen mocht die tijdens het dichtdoen tussen de rand komen.
Of het aan het tweede glas wijn ligt of gewoon aan mijn onhandigheid, geen idee, maar als ik de bril weg wil bergen raakt het vel aan de zijkant van mijn vinger bekneld tussen de randen van mijn brillenkoker. Van schrik slaak ik een gil en wapper met mijn vinger. Daardoor laat de koker los. Als een gele bom zweeft ie door de lucht richting tafel van de buren. Ik sluit mijn ogen want wil niet zien welk een ravage er aangericht zal worden op het kunstig opgemaakte houten bootje vol sushi.
Als de klap komt begin in verontschuldigingen te mompelen tegen mijn buren die verstijfd van schrik op hun stoel zitten. Gelukkig valt de schade mee.


Van Waterlandkerkje naar Saint Remy sur l ‘Au 1

Na een prachtige wandeldag, dag 3, ben ik op zoek naar een slaapplek. De zak op mijn rug weegt als lood, ik wil niks liever dan het gewicht van mijn schouders laten glijden. Ik ben ergens in de buurt van Maria Aalter en vraag een passerende boer of er misschien een camping in de buurt is.
Hij verwijst me door naar de pastorie van het dorp, daar kan ik de tent vast wel in de tuin zetten. Na nog een uur stevig stappen, de zon op mijn kop, bel ik aan bij het statige huis. Binnen tref ik twee pubers, een enorme zooi en vang ik bot. Hun ouders zijn niet thuis, ze weten niet of het mag.
De Broeders van Liefde die hebben een klooster in het dorp, die vangen vast dappere pelgrims op.
Het klooster heeft een lange oprijlaan en zit propvol gitzwarte gelovigen. Zieltjes gewonnen in Afrika. Ze kijken verwonderd naar de enorme rugzak daarna naar mijn borsten en dan snel naar de grond.
Overste Guido is beminnelijk en wijst me het leslokaal, een gebouwtje met wasbak, toilet en keuken. Daar kan het matje uitgerold worden.
Ik eet frieten van de plaatselijke frituur en zal daar s’nachts enorm ‘het zuur’van krijgen. Na het eten doe ik nog een kleine wandeling door het dorp, onbegrijpelijk mompelt overste Guido die ik tegenkom in de verwaarloosde maar prachtie tuin: Ge moet nog kweetnie hoever. In de avondschemer drink ik thee op het bordes van mijn huisje voor één nacht. Aan de zijkant van het klooster staan twee jonge geestelijken, ze staren onafgebroken. Als ik in het donker naar binnen stap ontdek ik dat de deur niet op slot kan. Even aarzel ik maar dan sleep ik zonder twijfel een enorme metalen tafel uit het leslokaal voor de deur. Ik wil wel zeker zijn dat er in het diepst van de nacht niemand uit het klooster uit naam van de broeders de liefde komt brengen.


Beest

IMG_0973[1]
Terwijl de hele westerse wereld zich druk maakt over paardenvlees in god weet wat voor smerig klaargemaakt, voorverpakt en doorgekookt eten ontmoet ik mijn nieuwe medewerker.


Moment

Op mijn rug lig ik in de natte sneeuw. Ik tast onder De Snor naar de reservesleutel. Ik weet dat ie ergens met ductape op een balk zit geplakt. Ik vind hem en peuter hem van tussen het halfvergane plakspul. Starten gaat nog net maar op slot doen lukt niet meer, te veel erosie op het sleutelmetaal.

Het Kind en ik eten appelcrumble met ijs. Na het uitlikken van de schaaltjes breng ik het ijs terug naar de diepvries. Een half uur later komt Het Kind terug met de beker ijs in haar hand, oeps ik zette de pot per ongeluk in de koelkast. Snel terug in de vriezer, weer ga ik op pad richting bijkeuken om het ijs koud te zetten. De volgende dag krijg ik een mailtje : IJs kan je niet een nacht in de koelkast laten staan, dan smelt het! Had de doos ijs gewoon terug in de koelkast gezet.

Mijn fiets staat al weken bij de fietsenmaker, vandaag haal ik hem op want ik wil een flink stuk door de polder fietsen. Ik laat me afzetten bij de winkel en wandel naar binnen. In mijn zak tast ik naar mijn portemonnee. Die ligt nog op de keukentafel. Gelukkig krijg ik mijn fiets wel mee.

Vandaag las ik dat de overgang gepaard kan gaan met vergeetachtigheid en concentratieproblemen. Gelukkig heb ik daar geen last van.


Lap

maren 124
In de rood puche stoel van het kleine theater zit ik comfortabel met een mok thee in de hand te wachten op wat komen zal. Gebiologeerd kijk ik naar het nep vuur, zou ik best willen hebben.
De muziek zwelt aan, het stuk begint.
Enorme, maar dan ook echt enorme lappen tekst komen voorbij. Ik kan me niet voorstellen dat je dat allemaal uit je hoofd moet leren.
Trek ik zelf met enige regelmaat met de kudde schapen door de straten van Gent, kronkel ik als Julia met mijn billen of jat ik als secret agent een fiets, zoiets als dit zal ik nooit kunnen doen.
Vol bewondering kijk ik naar mijn vriendje, hoor af en toe de hapering in zijn stem.
Het stuk sleept me niet mee, ik blijf in verwondering over al die woorden.


Hoogst haalbaar

IMG_0629
Aan de houten tafel, flinke tas koffie tussen ons in, spreken we over lange relaties. misschien is vriendschap wel het hoogst haalbaar als je lang bij elkaar bent. Ze zegt het peinzend.
Ik denk aan mijn beste vriend, zou ik iemand anders naast me willen als ik ziek ben? Met wie anders deel ik mijn verdriet, de keerzijde van mijzelf.
Een paar vrienden maak ik deelgenoot van mijn echte leven, de onzekerheden, angsten, grote vreugde, het schaduwleven dat ik soms leidt.
Het zijn vriendschappen die al lang bestaan of de potentie hebben nog lang te duren. Ik prijs me gelukkig dat ik niet afhankelijk ben van die ene mens die mijn leven moet vervullen.


Chronisch

De wekker piept, slaapdronken probeer ik hem op het krukje naast mijn bed het zwijgen op te leggen. Bril, ketting, labellostift; het rolt allemaal over de vloer door mijn verwoede maar onhandige poging.
Ik zet hem nog even op soezen, en nog een keer tot ik er echt uit moet en mijn benen over de rand zwaai.
Tegenover mijn bed staat een kast met een spiegel, een grote spiegel, dat is gezien mijn leeftijd niet echt een goed idee.
Elke ochtend denk ik, zittend op de rand van mijn bed; Vanavond ga ik vroeg naar bed.


Ho!

IMG_0957
Radio aan, Omroep Zeeland met Corneel, kachel op 24 graden, lekker zoeven in De Snor richting huis. Ik zing mee met een flauw liedje. Een motoragent met zwaailicht achter me. Ik hou een beetje in en rij zoveel mogelijk rechts. Vast een ongeluk ergens bedenk ik me.
Oei hij rijdt wel heel dicht voor me langs Dan pas zie ik dat hij met zijn arm gebaart dat ik hem moet volgen.
Van geen kwaad bewust volg ik naar een industrieterrein. Drie politiecombi’s, vier motoren en heel veel blauw staan me op te wachten.
Ik zet de motor stil en draai vol verbazing mijn raam naar beneden.
Dag mevrouw ik heb slecht nieuws voor u De politieagent in zijn motorkleding kijkt me door de spleet van zijn helm streng aan. U reed 98 km per uur daar waar u 90 mag. Dat is dan 50 euro
krijg ik daar een kwitantie van?
De Belgische politie is niet te vertrouwen denk ik. Voor je het weet bezatten ze zich van mijn goeie geld. De agent schiet in de lach en verzekert me dat ik een keurig betalingsbewijs krijg maar dat ik wel meteen moet dokken.
Als ik geen pinpas of geld bij me hebt slaat hij De Snor in de boeien. Ik overhandig hem mijn briefje van vijftig eur en ben reuze blij dat ik maar acht kilometer te hard reed.
Meestal rij ik hier lekker door. Als ik de agent deel maak van mijn opluchting zegt ie: Ik rij hier zelf ook altijd te hard.


Avontuur

Onderaan de kerk van Sint Jansteen kijk ik hulpeloos naar boven. Ik wil de mannen interviewen die de toren aan het restaureren zijn. Ik roep mijn keel schor. Ze zijn druk in de weer met machines en de radio staat ook nog aan.
Ik ben niet dat hele stuk naar dit godvergetengat gereden om dan zonder item terug te gaan.
Zonder aarzelen begin ik aan de beklimming van de steigerladder. Op de tweede verdiep aangekomen roep ik nog een keer.
Een van de mannen kijkt naar beneden: Kom maar naar boven wuift hij me toe. Een beetje bedenkelijk schat ik alle ladders in die ik nog op moet voor ik boven ben.
Ik laat me niet kennen en hang mijn opname apparaat op de rug, dan heb ik twee handen vrij om de ijzeren ladder vast te pakken.
Niet naar beneden kijken denk ik en hou mijn blik op de lucht en de wirwar van steigerdelen boven me.
Als ik op de een na hoogste steiger sta blaast de wind rond mijn hoofd. De laatse tredes gaan recht naar boven, het platform is niet echt groot meer. Er roert zich een soort oerangst in mijn buik.
De mannen staan grijzend boven me, ze zien de twijfel toeslaan. Ik vermens me en stap de eerste sport van de stijle ladder op.
Boven wacht me een prachtig uitzicht en de bewondering van de drie vaklui.
Ik weet dan gelukkig nog niet dat de doodsangst me zal overvallen als ik naar beneden moet.


Rund

Helemaal blij met de pasgescoorde buit aan stofjes en jurken uit de tweedehandswinkel stap ik de parkeergarage uit. De eerste lading ligt achter in De Snor, ik ben klaar voor lading twee.
Met een flinke zwaai gooi ik de metalen deur van de garage open.
Op een of andere manier raakt het topje van mijn vinger klem in een ijzeren gleufje met scherpe randen.
Ik voel hoe het ijzer in mijn vel snijdt. Als ik mijn vinger uit de deur wil trekken snij ik dieper in het vlees.
Het begint te bloeden en doet gemeen zeer. Ik wurm mijn vinger los en bekijk de schade.
Nergens iets wat op een pleister lijkt. Terwijl het bloed uit mijn vinger drupt zoek ik mijn tas af: Geen tampons, zakdoekjes of iets anders absorberends te vinden.
Dan maar naar het Kruitvat. Daar staat een enorme rij, het bloeden wordt ook al minder vind ik.
De hele tijd hou ik mijn vinger hoog, als een soort trofee, voor me.
Uiteindelijk passeer ik een dure apotheek, daar helpen ze me met peperdure pleisters die zo goed plakken dat je ze van je vinger los moet snijden. Dat ontdek ik dan wel pas de volgende morgen.