Maandelijks archief: februari 2013

Macramé

IMG_0950[1]
Langzaamaan begin ik weer meer op mijn eigen onverwoestbare vrolijke zelf te lijken.


Uitje

IMG_0948IMG_0946

Fietsen met de zon in mijn gezicht. Ik hoor de schapen en het roepen van de kauwtjes in de hoge bomen.


Naar de hoeren

De man loopt met zijn hoofd naar beneden, zijn handen diep in zijn zakken. Zou dat zijn om zijn erectie naar beneden te duwen? Ik loop in Het Glazenstraatje in Gent. De man komt me tegemoet.
Ik lach naar de dames achter de ruit, de man niet.
Geen slimme tactiek als je graag naar binnen wil stappen. Ik bestudeer de man: Leren jack, beetje verwaaid hoofd, begin veertig schat ik. Hij heeft netjes gepoetste schoenen. Doet hij die straks uit?
Een van de dames leest een boek. Ik wil wel weten wat ze aan het lezen is maar ze kijkt niet echt op als ik langskom. Dat boek moet ze straks zeker wegleggen als ze haar benen spreidt
De man loopt steeds trager terwijl ik het zachtverlichte straatje verlaat. Ik zou het liefst omdraaien om mijn hand zacht op de rug van de man te leggen, een warme hand tegen de wang van de schaars geklede vrouwen. Kom ga naar huis wil ik zeggen in plaats daarvan bestel ik een grote tas koffie in de trendy koffiebar.


Vrijaf

Mijn neus is knalrood en er hangt met regelmaat een druppel aan. Mijn haar zit goed, ik kom net van de kapper. Stevig ingepakt: Grijze dikke winterjas, felgroene sjaal, gele handschoenen en mijn laarzen gevoerd met teddyberenbont. Ferme pas, ik wandel in mijn stad. Op de hoek een trendy koffiebar, ik stap al bijna binnen als mijn aandacht getrokken wordt door een overdekt straatje. Goh geen idee dat we hier in Gent ook een soort Louizagalerij hebben. Gezellig denk ik als ik de verlichting zie. Dan pas zie ik de dames, ze zitten in hun ondergoed, zonnebankbruin. Bij een kamertje zit er een teckel in zijn mand in de vensterbank. Het vrouwtje is even weg.


Stadsdieren

IMG_9389IMG_9380


jokte

IMG_2467
Ik krab en wrijf, mijn vel ziet rood. Niet goed genoeg voor mezelf gezorgd, af en toe een gluut binnen gekregen zeker.
Te weinig groente, te veel chocola, onregelmatig en soms helemaal niet.
Ga je boodschappen doen? roept mijn collega als hij me als een soort Truus de Mier met een reusachtige tas ziet slepen.
Nee het is mijn eten voor vandaag!


Masker

Romeo en Julia moet het worden. Het masker schuift voor mijn gezicht en op de derde slag van de trom moet ik me draaien. Met Ja en Nee voer ik een conversatie en voel dat het niet is wat het moet worden.
Jaloers kijk ik naar mijn medespelers die soepeltjes over de vloer bewegen.
Ik probeer mijn brein te motiveren mij los te laten, ik smeek en soebat tevergeefs.
Mijn hoofd regisseert mijn lijf met strake hand: laat je been niet bewegen, spring niet want dan kan je morgen niet meer lopen, hou je rug recht.
Ik vervloek mijn hernia en incasseer zonder morren de kritiek.


Gedachten

Ik droom mij emaille potten in de vensterbank, van die ouderwetse groene. Ik zaai er kruiden in en laat ze niet verdorren. Mijn tafel vol gasten, iedereen is er. We heffen het glas, mijn ogen stralen.
Er zijn kaarsen en servetten, niet van die voddige van papier maar mooie witte met borduursel. Ik zet de ramen open en we luister naar de verre geluiden van de slapende stad tot iemand zijn gitaar pakt en begint te spelen.


Liefde

Echte liefde vindt men thuis, hij zei het vol overtuiging terwijl ik met aan zekerheidgrenzende waarschijnlijkheid wist dat hij die ook wel eens buiten de deur zocht.
Ondertussen weet ik dat het niks met die echte liefde van thuis te maken heeft als je op de stoep een voorbijganger tegen komt.
De liefde thuis heeft te maken met een tas koffie op bed, je lievelings wijn in de koelkast, dampende soep in je bord na een dag hard werken en een smoezelige zakdoek die uit een broekzak gevist wordt om je tranen te drogen.


Foetsie

De man die ik interview draagt een donkergrijs pak met een iets lichtere stropdas. Een deftig overhemd en glimmend gepoetste schoenen maken het plaatje af. Directeur van een groot concern, belangrijk,belangrijk.
Op zijn lip zit een wit stukje, van wat eigenlijk? Ik vraag het me af terwijl ik de vragen op hem afvuur. Als hij spreekt beweegt het slijmerige dingetje op zijn lip.
Zou hij geen secretaresse hebben die hem charmant attendeert op dit soort onvolkomenheden?
Ik controleer mijn opnameapparaat. Als ik na twee seconden mijn ogen weer opsla is het spuugseltje weg.
Panisch probeer ik zo onopvallend mogelijk mijn micro te draaien om te kijken of het ergens tegen het zwarte schuimrubber plopkapje plakt.
Ik zie niks, dan moet het ergens op mij zitten. Ik sta zo dichtbij dat ik zeker ben dat nu ergens links op mijn borst iets vies hangt.
Het hele interview blijft een deel van mij griezelen en vol afgrijzen bedenken waar dat vieze dingetje gebleven kan zijn.
Na afloop snel ik naar het toilet om mezelf aan een nauwkeurig onderzoek te onderwerpen.
Ik vind natuurlijk niks. Pas na het werk, thuis onder de douche, spoel ik het laatste stukje afgrijzen van me af.