Maandelijks archief: maart 2013

Sluimerend bestaan

IMG_7176
Pas als mijn vel begint te spannen.
Pas dan spreek ik over groot verlangen.


Lopen over water

Ik zal een jaar of zeven geweest zijn, er was gymles! Zo’n blauw rekbaar gympak moest ik aan, ik had me er nog niet met veel moeite ingewurmd of ik voelde al dat ik het toilet maar net zou halen.
Het was er teveel aan, ik zou staand plassen.
Op de meisjeswc wurmde ik mijn gympak en mijn katoenen onderbroek opzij en deed waar ik voor kwam.
Alles nat! huilend van boosheid en teleurstelling trok ik de natte boel weer op zijn plek.

Op tv zie ik hoe de circusartiesten op hun paard moeilijke kunsten doen. Bij gebrek aan paard besluit ik het de volgende dag op mijn rolschaatsen te doen.
Eerst flink vaart maken, ik kan hard! Dan strek ik één been achter me en doe mijn armen gestrekt naar de zijkant.
Met een keihard klap beland ik op mijn knieën. Overal bloed en steentjes in de wond die mijn oma er met een nat lapje en een pincet uit moet halen.

Bij een vriendinnetje ligt een zwart-wit fotostripboek, het verhaal van Tarzan staat erin. Keer op keer bekijk ik het plaatje van de gespierde man die van liaan tot liaan zwiert. Ergens in mijn hoofd vat het idee post dat ik dat ook ga doen. Hoe tof het zal zijn als ik loslaat en even helemaal vrij in de lucht zal hangen tussen twee lianen in.
Op de boerderij waar mijn vriendin woont en ik kind aan huis ben maken we een opstelling in de schuur met wel vier touwen. De eerste keer probeer ik te zwieren aan het touw maar dat gaat niet hard genoeg. Tarzan zwiert veel hoger. Laten we de fiets tegen de stalmuur zetten, op het zadel staan en dan springen. Wiehoeeeeeeeee roep ik als ik afzet en met een enorme klap op de betonnen vloer dreun.


Liefde

IMG_8541
De schoenen klikken op het beton, ze praten en lachen, luid, net als Hollanders denk ik. Het zijn Belgen, Westvlamingen zo te horen. Grote verhalen over hoe ver en hoe lang. Ze drinken pinten uit flinke glazen. De felgekleurde truien spannen om de buik. Mah joeng toch zeggen ze en slaan mekaar op de schouder.
Ik haal de Canon uit de tas en druk af, stiekem, niet om te begluren maar op zoek naar het moment van overgave


Onzienbaar

IMG_7786
In de weerspiegeling van de ruit zie ik dat er in mijn jeans hele vreemde knieën zitten als ik stap.
Hoe de man zijn bril terug op zijn neus schuift met de rug van zijn hand.
Het meisje van een paar huizen verder epileert haar wenkbrauwen op de bank voor het raam.


Johan

Een keer of twee per week gaat in het diepst van de nacht mijn mobiel. Het is Johan die me belt omdat er een auto van de Tractaatweg is geraakt of een paard losgebroken in Nieuwvliet.
Johan kan niet slapen. Voor hem is holst van de nacht zo helder als de dag, hij zit met zijn oor tegen de politiescanner gedrukt.
Meestal grabbel ik slaapdronken op mijn nachtkastje, bedank hem vriendelijk voor het bericht en rol me weer op onder mijn lekkere warme donsdeken.
Nu is het midden op de stralende lentedag dat mijn telefoon begint te piepen.
Een ongeluk ergens op een dijk in Oost Zeeuws-Vlaanderen, brandweer en ambulance rijden al. Het lijkt ernstig, zegt Johan, want de traumaheli zal ook komen.
Elke keer als ik hoor van een ongeluk slaat mijn hart een slag over en doe ik een schietgebedje, overtuigd als ik ben dat er een dag komt dat ik een bekende auto in de kreukels zal zien en er iemand uitgezaagd wordt die ik graag zie.
Als ik ter plekke kom, wapperend met mijn politieperskaart, haal ik opgelucht adem. Deze auto ken ik niet.
Mijn opluchting is van korte duur. Ik zie de strakke gezichten van de brandweermannen, ze bijten op hun tanden. De vrachtwagenchauffeur die bij het ongeluk betrokken is staat naast zijn van de dijk gegleden bakbeest. Asgrijs rollen er tranen over zijn gestoppelde wangen. Al die stompzinnige details, een geel vrachtwagenzeil, de chauffeur heeft zich niet geschoren, zijn jeans is te groot, branden zich op mijn netvlies.
De andere auto zit compleet in elkaar gedrukt aan de voorkant. Ik zie de wanhopige gebaren van de mannen die anders altijd zo lief voor me zijn maar me nu korzelig terzijde schuiven.
De mensen van de ambulance, de heli die landt, de arts die eruit komt gesprongen en rent naar de plek waar die verwacht wordt.
Dan wordt het stil, de mensen rond het witte busje verstommen. De mannen met gebogen schouders, de commandant moet slikken voor hij me te woord kan staan.
Een jonge gast, greep even naar zijn telefoon, week van zijn lijn af, raakte de vrachtauto. Hij was bij kennis, zijn been zat klem, we konden er niet bij.
De stilte is oorverdovend.
Het beeld van die jongeman op de brancard, het laken dat hem bedekt dat wappert in de wind, op de warme, mooie dag dat hij zijn been en zijn leven verloor.
Ik denk nog vaak aan hem, zijn ouders, zijn lief, zouden ze ooit mijn opluchting kunnen vermoeden?


Lijstje

Zwarte zwierige onderjurk
dikke grijze gebreide sokken
wandelschoenen
pantoffels en cowboylaarzen
paardenstront
houten plankje doormidden
porto rood
Het Kindeke en Mimi
de Wereld van Kikker
Autonomie


Vormen

IMG_1025
Overdag werk ik aan mijzelf, in de avond vorm ik mijn masker.


Uit

IMG_3369

Ik zie je zitten in je bed in de kamer. Broodmager, je horloge op het nachtkastje, zo’n verrijdbaar ding van de thuiszorg in mottig beige, de poes op bed. Je hebt net een ijsje op, poes mag de restje oplikken.
Dini heeft je haar geknipt. Ik moet er wel een beetje fatsoenlijk bij liggen straks als ik dood ben zeg je.

We praten over de begrafenis, ik zal spreken beloof ik. Je wil graag weten wat dan. Dat ik zo van je hou, natuurlijk. Ik heb werkelijk geen idee welke woorden ik moet gebruiken als jij dood bent.

Ik leun met mijn billen tegen de gaskachel. Het is ijskoud in je kamer, jij hebt het steeds zo warm. Opgetogen vertel je dat je weet welke grafsteen je wil: Een grote roze driehoek.
Ik krijg de slappe lach, jij niet.
Je bent bloedserieus. Ik kom met argumenten: Je hebt de afgelopen tien jaar geen roze driehoek gedragen, wat doet het er toe dat je sex met vrouwen had als je toch dood bent, het ziet er belachelijk uit, waarom wil je een statement maken na je leven?

Je blijft standvastig als een koppig kind. Bovendien herinner je me er fijntjes aan dat ik beloofde je wensen te respecteren.
Zelfs mijn wanhopige vraag waar ik dan wel zo’n reuze roze driehoek vandaan moet halen leg je naast je neer.
Volgens jou verzin ik vast wel iets

Nou dat deed ik Yvonne, want je was mijn allerliefste vriendinnetje, ik had hem eigenhandig gebakken als het moest. Gelukkig vond ik een vrouw die enthousiast aan de klus begon.
Maar god wat is dat ding lelijk. Ik kan niet wachten tot ie stuk vriest. De hele winter al hou ik hem als een havik in de gaten. Ik tik even op de bovenkant als ik je graf bezoek. Mompel spreuken en verwensingen.
Wat een opluchting zou het zijn als ie in gruzelementen lag. Dan laat ik samen met de kinderen, je zus en de rest van je vriendinnen een deftig monument maken.

Ik mis je zo Yvonne.


Neus

IMG_1011

Het is donker, het ruikt naar lente en houtvuur.
De nachtlucht is helder.
Ik twijfel over een zoen of niet

Mijn voeten knerpen op het grind
ik zou al lang in bed moeten liggen
thuis

In plaats van nachtlucht op te snuiven.


Verlangen

Hoe de stof zacht langs mijn benen zwiert, de wind aait, mijn heup mee draait met het klokken van de rok. De zon verwarmt mijn schouders en nek. De geur van pas gemaaid gras en regen op warm asfalt. Blote voeten in mijn sandalen of beter nog, mijn rooie dameshakken.
Het knisperende katoen van de zwart met wit gestipt jurk gaat door mijn handen. Ik kan geen weerstand bieden.
Ik denk aan walsen op het gras, een arm rond mijn middel, wuivende lokken, druppels op een koud beslagen glas.

Volgende week herintrede van de koude lees ik in de krant.