Donker

De witte pater is diep in de tachtig en af en toe een beetje in de war. We zitten op zijn veranda die hermetisch is afgeplakt met gaas tegen de muskieten. Vandaag heeft hij een goede dag. Hij verhaalt over zijn begintijd in dit Afrikaanse land. Hoe hij als twintiger met zijn moto de bush in trok en hoe daar dan de prachtige Afrikaanse vrouwen half naakt rondliepen. Zijn ogen glimmen: ‘We konden alles doen jong’
Nu zit hij hier in zijn witte jurk, kan zich amper nog verroeren, ziet bijna niks meer door de diabetes en laat zich door zijn huishoudster eindeloos kopjes thee brengen met veel suiker.
Af en toe stel ik een vraag, enkel voor de vorm, hij praat toch wel. Het donker rondom ons is inktzwart als hij midden in een verhaal besluit dat het bedtijd is. Hij drukt me op het hart niet alleen naar mijn logeerhuis ergens in de buurt te lopen. Véél te gevaarlijk voor een vrouw alleen.
Ik knik maar weet al dat ik zo zal vertrekken. Geen zin om te wachten tot zijn huishoudster besluit om me weg te brengen zoals haar gevraagd is. Het is amper negen uur dus wat is het probleem, bedenk ik.
De huishoudster kan het toch niks schelen, die is druk bezig met de restjes eten in te pakken en klokt op haar veel te grote schoenen als een matrone door het huis.
Opgewekt vertrek ik, sla de deur met een klap achter me dicht en stap het duister in. Nergens zie ik meer een lichtje, straatverlichting bestaat niet en de hutjes zijn bijna net zo donker als de nacht zelf. Het zand loopt in mijn schoenen, ik kom maar langzaam vooruit. Moet ik hier nu links of rechts? Niks bekends zie ik en niemand op de zandpaden om te vragen waar ik woon. Wat zou ik moeten vragen bedenk ik, er zijn geen straatnamen, ik weet alleen dat mijn gastvrouw Miriam heet.
De beste optie is met hangende pootjes terugkeren en wachten tot ik thuis gebracht kan worden. Ik probeer me te orienteren en te ontdekken waar ik vandaan ben gekomen. Ik heb werkelijk geen idee en sla op goed geluk een pad in tussen twee huizen. Nog maar een keer sla ik de hoek om maar nog steeds herken ik helemaal niks. Er is zelfs geen stoep waar ik me op kan zetten om een plan te bedenken. Besluiteloos sta ik daar net mijn voeten in het zand.
Dan vanuit het niks staat de huishoudster voor mijn neus. Ze giechelt en zwaait met haar vinger woest heen en weer voor mijn gezicht. Ik versta geen woord maar grijns haar opgelucht toe. Ze grijpt mijn arm en trekt me mee. Binnen drie minuten zwaait ze de deur open van het huis waar mijn bed staat. Mijn gastvrouw en de huishoudster klakken woest met hun tong, wijzen naar mij en krijgen de slappe lach. Ik geef ze alle twee een klapzoen en vertrek naar het washok waar ik eerst een reusachtige kakkerlak doodtrap (die maakt het zelfde geluid als blaaswier als je het laat ontploffen) voor ik mijn kleren uit doe en met een ouwe plastic beker tevreden water over mijn hoofd schep.


One response to “Donker

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: