Maandelijks archief: mei 2013

Genoegelijk

De lichten van de woonboten reflecteren op het water. Mijn laarsjes tikken driftig op de stoep. Het is al bijna twaalf uur, de mensen die ik tegenkom slingeren een beetje. Dat geeft niks, ik had dat derde glas wijn misschien beter ook laten staan maar intens tevreden en gelukkig stap ik huiswaarts.

Ik deed vandaag mijn eerste kunstje in de doeken. Ondersteboven hing ik onelegant maar kinderlijk opgetogen over het lukken van mijn truckje in de rode lappen. Ik geef toe er kwam wat hulp aan te pas maar de euforie was er niet minder om.

Zonder vrees liet ik me voorover vallen.


Toverachtig

Ik mag voor bij de Turkse spupermarkt van 2 jonge mannen, de man van Clouds in my Coffee heet me hartelijk welkom in mijn buurt Ik zal u graag verwelkomen mevrouw.
Het roste meisje op de stoep voor de Zeeman knipoogt naar me. Ik vind de perfecte leren jas, heerlijk zacht, kraakt een beetje in precies de juiste kleur voor 15 euro, ik koop een zwart met gouden jurkje mét gouden roosjes. (iets te kort misschien maar ik besluit dat het best kan)

Gloed, ik kies voor het woord gloed vandaag.

(het betrekt nog wel een beetje als ik ontdek dat mijn bril weg is en ik morgen naar het politiebureau moet om te vragen of er een eerlijke vinder is. Zonder bril zie ik niks en moet alles op het gevoel)


Spoken

Ergens diep in de nacht wordt ik wakker van een ongewoon geluid. Ik luister ingespannen en dan hoor ik het nog een keer. Geklingel van kleine belletjes.
Ik weet me helemaal alleen in een reusachtige gite in Breux. Er kunnen hier minsten 10 mensen slapen maar nu is er niemand. Ik kreeg de sleutel van de schoonmaakmevrouw.

Ik weet dat het niet kan kloppen wat ik hoor, er is niemand maar toch hoor ik het steeds opnieuw en dichtbij. Zal ik mijn bed uitgaan en kijken? Ach, de deur is op slot, dus wie doet me wat. Het is lekker warm onder mijn donzenslaapzak.

Ach ja natuurlijk, schapen denk ik, en draai me nog eens om.

Als ik het verhaal de volgende ochtend tegen de mevrouw vertel die de sleutels komt ophalen zegt ze3 “Er is hier in de verre omtrek geen schaap te vinden”


Roetsj

Niet schakelen op wat je ziet maar op wat je voelt. Ik spreek mijzelf streng toe. Zodra ik zie dat de weg omhoog of omlaag ga anticipeer ik met mijn versnellingen. Niet slim want op dat moment vraagt de weg daar echt niet om.
Ik foeter op de Ardennen en de straffe hellingen. Echt ik kan geen berg meer zien.
Tot ik op een meter of vier voor me een hert de weg over zie springen en wat later een grote bruine roofvogel zich naast me uit de boom laat vallen en zo een duif verschalkt. Het beest gaat zo op in de slachtpartij dat de veren me nog net niet om de oren vliegen. Duif dood, zoveel is zeker.

Bij aankomst in Dinant besluit ik toch dat ik steen en naaldbos genoeg gezien heb. Ik pak de trein naar Brussel en fiets via Dendermonde langs de Schelde naar huis.
De laatste 60 km heb ik pal tegenwind, minstens kracht zes, zo ploeter ik richting Gent.

Als ik met bibberbenen thuis de drempel over strompel is er niemand thuis. Heerlijk, ik lig een uur in bad te weken.
Eindelijk ruik ik weer lekker.


JA!

Als je alleen reist proberen mensen je vaak gerust te stellen. Eerst zeggen ze dat je eindbestemming nog kei ver weg ligt, hoe hoog en steil er nog geklommen moet worden en hoeveel het nog gaat regenen. Snel daar achteraan zeggen ze dan dingen als: Jij haalt het wel, uiteindelijk valt het wel mee en wat zal het fijn zijn als je aankomt/weer thuis bent.
Ze bedoelen het vast goed maar ik vind het vervelend. Wat moet er gesust? Of beter nog wie?
Het is niet uit armoede maar uit lust, dat reizen alleen. Ik kies ervoor en geniet ervan.
Ik probeer het uit te leggen maar het helpt niks. Ze blijven even hardnekkig als goedgemutst in alle talen zeggen dat de regen minder zal worden, ik de route vast zo weer vind en dat uiteindelijk aan alles wel een einde komt.
HOU TOCH ALLEMAAL JE KOP!
Let wel het gaat hier niet over mensen die van me houden en met bezwerende formules zoals: Pas goed op, doe voorzichtig, kijk uit als je naar beneden suist. de goden willen bezweren en onheil willen afwenden.
Die formules hebben nut, ik schat ze op waarde en aanvaard ze met graagte. Het is een manier om te zeggen dat ze me graag zien.
Ik denk aan hun woorden als ik me rot voel of met een hongerklop van de fiets afdonder. Het kan me soms tot tranen toe beroeren en hun liefde voor mij helpt me vooruit.
Maar deze wildvreemden onderweg die het uiteindelijk geen snars kan schelen hoe het met me afloopt en die hun sussende woorden maar over me uit blijven storten ergeren me mateloos.
Mocht u een fietser alleen voorbij zien speren of peinzend op een wegenkaart zien turen? Ik geef één goede raad: Zwaai zo vriendelijk mogelijk, deel eventueel een appel of een glaasje
water uit en zeg Goeie moed!


Don’t count the minutes, count the memory

IMG_9493
Ik hou ervan alleen te fietsen. Los van alles tussen twee werelden. Vertrek is duidelijk, aankomst onzeker. Nooit is mijn hoofd zo helder, zelden ben ik zorgelozer. Vol vertrouwen zoals een kind begeef ik mij op pad.
Ik spreek tegen de dieren in het veld, lach hardop om mijn eigen bedachte grappen. In mijn hoofd vormen zich verhalen, ik laat ze binnen en weer buiten.

Ik zwaai naar een oude man die voor zijn huis op een stoel zit. Soms hou ik mijn kilometerteller een tijdje in de gaten en probeer ik zo hard mogelijk te gaan. Mijn ogen zijn rood van de wind, mijn kleren zijn niet echt fris meer. Ik denk niet aan de volgende dag, geen idee hoeveel kilometers ik fiets.

Straks ben ik thuis, mijn eigen bed, de mensen die me graag zien, ik zal De Schicht en mijzelf schoonboenen en plannen maken voor niewe reizen.


Dood

De slagersvrouw van de winkel op het plein veegt haar handen af aan haar schort. Ze sneed net een plak zelfgemaakte paté af en pakte een droog worstje voor me in, ook zelf gemaakt knikt ze.
Ik zou hier wel willen overnachten maar volgens mij is het hotel verderop dicht. Maar nee, natuurlijk kan ik daar slapen. Ze merkt mijn aarzeling.
Wacht even, pas jij even twee minuten op de winkel en hup hup springt ze het trapje af.
Daar sta ik dan in een slagerswinkel in Montmedy, ik bekijk de etalage, zal ik straks ook nog een plak hesp af laten snijden? Ik reus van de honger.
Daar is ze al weer terug. Ach, ach de eigenaar is twee dagen geleden overleden. Het hotel is dicht. Ik vloek in mijzelf en bedank de vrouw uitbundig. Ik hoef nisk te betalen, een kado van haar voor mij!


Flink

Naast me rent een klein wit hondje met bruine vlekken een stukje mee. Ik weet dat het niet kan omdat ik het hondje ken, het is al een tijdje gelden doodgegaan.
Dag Takkie, zeg ik en hup weg is ze.
Langs de weg zie ik een opgerolde bruine beer. Gelukkig verdwijnt ie in de nevel voor ik daar ben
Ik weet wel dat het niet echt is wat ik zie maar begrijp dat de dingen die we net vanuit onze ooghoeken waar kunnen nemen soms vaste vormen aan nemen.
Ik zie ook nog een vos. Hij loopt voor me op de weg. Die is wel echt net als de dooie eekhoorn op het fietspad, de witte poes van de jeugdherberg en de geit op de helling.


Heluk

Ik bel aan bij een willekeurige deur in een piepklein dorpje waar alles dicht en stil is. Net 10 kilometer om moet rijden omdat ik zo opging in Mahler dat ik mijn afslag met grote paukenslagen voorbij zoefde.
Nu weet ik niet precies waar ik ben en heb geen zin om nog eens verkeerd te rijden. Een grijze mevrouw doet de deur open. Na een halve zin in mijn beste Frans vraagt ze: Ben je vlaams?Ze is van Hasselt en hier door de liefde terechtgekomen. Kom zet je even op het bankje. Als ik zit op het witte plastic ding haalt ze een glas water voor me. Amai, ik tref het niet met de hagel en de sneeuw onderweg. Gelukkig schijnt nu even de zon. Ik eet mijn appel en luister naar haar verhaal. Hoe ze als jong meisje terecht kwam tussen de gesloten norse Noord Fransen. Hoe haar man, ook al niet zo’n prater, haar zo graag zag.
Bent u gelukkig vraag ik haar, Ze denkt even na en zegt dan toch volmondig ja. Ze lacht er stralend bij.
Ze stuurt me in de juiste richting en herhaalt nog eens hoeveel geluk ik had door toevallig aan de deur van de enige Belg in de verre omtrek aan te bellen. Ik zoen haar op beide wangen en vertrek.


Roekeloos

Een straaljager van endorfines giert door mijn lijf. Ik sta op de top van een flinke heuvel. Ik verzamel moed. Er is ijsregen en ik ben zo koud dat mijn handen de versnellingen niet meer kunnen bedienen. Op een te zwaar blad kwam ik boven. Mijn hart klopt waanzinnig. Ik zie hoe de weg stijl naar beneden loopt, borden waarschuwen voor de helling. Terwijl ik langzaam sta te verstijven neem ik het besluit om me gewoon naar beneden te laten vallen. Remmen zit er niet in met mijn rooie koude handen. Kan mij het schelen.
Ik zet af met mijn rechter voet en daar ga ik. Vaag zie ik op mijn km teller 45 km per uur. Het is sterker dan mijzelf, deze roekeloze actie. In opperste concentratie stuur ik De Schicht naar benden. Mijn gewicht verplaats ik op het juiste moment naar links of naar rechts. Joechei wat ga ik snel.
Beneden in het dorp bibber ik van de kou en de spanning. Kletsnat neem ik een slok water en een hap uit mijn beurse appel. De volgende klim ligt voor me.