Maandelijks archief: juni 2013

Flink


Weten dat je iets beter niet zou kunnen doen en het toch doen, dat is volwassen worden. De Texaan en ik grijnzen naar elkaar. Hij ziet er moe uit, ik niet. Toch weerspiegeld zijn uiterlijk mijn innerlijk. Het is dat verdomde stralen dat me nekt. He get laid so many times by singing this song zegt zijn vriendin.

Verlangen, Het is niet omdat ik het woord ken dat ik ook maar een fractie van de betekenis, de consequentie en de inhoud kan vermoeden.

In volle snelheid spring ik van de fiets, op slot en dan rennen mijn voeten. Ik spring. Soepeltjes word ik opgevangen. Misschien ben ik soms te impulsief.

We staan buiten aan de tafel. Haar groene ogen kijken me onzeker aan. Dan zet ze haar lied in. Tot haar gekomen in de douche. Ze blijft me aankijken terwijl ze zingt. Voor een van haar beste vriendinnen geschreven. Een kerstlied in de zomer.

Mijn ogen dwalen af naar haar borsten, de aanzet, de ronding. Ze ziet er uit als een jong meisje.
Het lied is afgelopen. Ik omhels haar, en nog eens, we zouden vriendinnen kunnen zijn.


Noli me tangere

Als ik in de hoge spiegel kijk en lang genoeg mijn ogen open hou om mijzelf te bestuderen zie ik iemand die ik niet goed ken. Een enorme nieuwsgierigheid naar het onbekende, onaangeraakte maakt zich van mij meester.
De aanraking, hebben ze met mij te maken of ben ik een substituut voor iets waar ik maar een heel vaag vermoeden van heb? Ik sluit mijn ogen en geef me over aan het ritme van de nacht uiteindelijk ben ik hier en nu want wat in het licht gebeurde werkt verder in het donker


Beter

IMG_0713
We bezweren onze demonen door te zingen, te drinken en elkaar te omhelzen. Zo scheppen we de sfeer van samenhorigheid, onsterfelijkheid.
Er een grote tederheid in onze bewegingen terwijl we onze rol spelen. Waarachtiger dan dit zal het niet worden bedenk ik en prijs mij gelukkig.


Schemering


In plaats van de tuin is er een kleine koer. Ik kijk door het raam naar buiten. De tegels zijn opgebroken, er liggen hopen aarde. Een man is bezig een auto te begraven in een immense kuil. Alleen het dak en een stukje van het raam aan de bestuurderskant steken nog boven de grond, de auto hangt scheef. De voorruit is gebarsten in duizend kleine stukjes waardoor de binnenkant van de auto onzichtbaar is.
Tegen de man die bij me in de kamer staat zeg ik: Ze zijn een auto op je koer aan het begraven. Hij knikt en beaamt wat ik zie.
Misschien zit er wel iemand in? Ik voel een grote urgentie om te kijken. Hij niet, hij blijft staan in de kamer en doet zijn ding.
Op de koer buig ik me voorover om door het zijraam te kijken. In de auto zit een oude man met een rood hoofd. Hij heeft dun grijs haar.
Met een stem waarin mijn paniek doorklinkt maak ik hem attent op zijn penibele situatie. Ach er ligt nog maar één schepje zand op. Hij lacht als hij naar me opkijkt.

Ik roep naar de man in de kamer, hij zwaait en lacht ook. Ik graaf de auto uit en wil hem van de koer weg. Naast het huis is een autosloperij. Er lopen twee waakhonden. Ik ben niet bang. Ze zullen mij niet bijten.

Met veel duw- en trekwerk krijg ik de auto uit de kuil en van de koer. De weg naar de sloperij is steil. Achter de ruit kijkt de man vanuit de kamer. De oude man in de auto zit stil, zijn hoofd hangt een beetje voorover. Ik kniel naast de auto en fluister met mijn hoofd door het raampje in zijn oor: Hier ben je veilig.


When I was little

Hoe Patty Smith zich met haar tanige lijf vastklampte aan de microfoonstandaard. Sigaret, drank, drugs en sex. Als veertienjarig verlangde ik naar zo een groot en meeslepend leven. De muziek, het leven, voor zover ik kon beoordelen van Smith beantwoorde aan al die vage dromen die ik had over het volwassen leven.

Nu staat ze op het podium. Vol vuur en passie spuugt ze de woorden die nog niets aan kracht hebben ingeboet. Op het puntje van mijn stoel zit ik maar liever nog zou ik woest open en neer springen. Het concertgebouw in Brugge, ergens boven op het balkon leent zich er niet voor.

Haar outfit maakt me aan het lachen. De strakke zwarte broek, het witte shirt, ondervestje en colbert, te groot in de schouders. het werpt me in één klap terug naar mijn tienertijd. Ik jatte de kleren uit de kast van mijn opa. (behalve de broek, die trok ik al liggend op de grond aan, zat ie mooi strak). Jarenlang was het mijn uniform op de middelbare school, de laarzen die ik van mijn afwasgeld kocht en die zwaar klosten onder het lopen: Zij draagt ze nog steeds.

Na afloop van het concert stap ik buiten. We drinken een glas en glimmen van pret. Ik wil nog steeds Patty Smith zijn.


Stay put

Na amper een paar lessen en overdreven uren oefenen speel ik mijn beperkingen uit. Mijn spel wordt door buurvrouwen, dikke zigeunerinnen en pianisten die me prijzen vanwege mijn sprankelende persoonlijkheid gewaardeerd. Mij kan het niks schelen. Gelukzalig, en zonder zicht op de regels van het spel verzin ik mijn eigen variaties. Als ik mis mep probeer ik het opnieuw en bedenk een onorthodoxe oplossing.
Dat kan eigenlijk niet peinst de leraar van de Goeste die me treft als ik stiekem zijn valse piano in een onbewaakt ogenblik bespeel.
Klinkt wel goed, hij speelt het na, strakker en met meer dynamiek.

Wauw, dat verzin ik toch maar mooi, opgewekt vergeet ik onmiddellijk hoe het ook alweer ging en bedenk iets nieuws!


Waar

Iets kan waar zijn ook al is het in de hoogste mate schadelijk en gevaarlijk.
De zin vormt zich in neonletters ergens in mijn hersens.
Aan-Uit-Aan-Uit.

Wellicht is het niet helemaal waar!

Zo zit ik met mijn dikke sokken, gehaakte lappen, een grote pot te sterke muntthee en mijn boek op de bank. Ik heb de neiging te onderstrepen en uitroeptekens te zetten. In geleende boeken mag dat niet daarom heb ik een pen en een blaadje.


Gloeiende

IMG_0931
Tel tot tien, tot twintig, beter nog. Mijn diepe ademteug is zuurstof voor het vuur. Driftig ben ik, mijn voeten duwen de vonken uit de stoeptegels. Zeldzame woede raast door mijn lijf. Ik zou van alles kunnen zeggen maar bijt mijn tanden op elkaar.
Voor de zoveelste keer krijg ik bericht: Dit is de laatste keer dat we contact hebben
Eén keer te veel.


Straf

IMG_1105
Ik ren, ik ren harder, ik ren ver, ik ren verder.


Tegenstelling

IMG_1069
In mijn mailbox bericht: Ik stop er mee, mijn masker heb ik meegenomen, het jouwe ligt in de koffer, het ga jullie goed.
Twee keer lees ik de woorden tot ik besef dat het echt waar, het masker waarmee ik al maanden speel is het weg.

Het proces van maskers maken, stap voor stap vormen, was geweldig. Ik verheugde me op het spelen met mijn zelf geconstrueerde alter ego.
Het lukte niet. Het masker en ik spraken niet met elkaar.
Haar masker lonkte naar mij en paste haar niet goed.
Ruilen riep de regisseur en zo speelde ik met liefde en tederheid met de oude vermoeide.

Nu is ie weg, zonder pardon of afscheid. Met buikpijn vertrek ik naar de repetitie. Ergens onder de weg beslis ik dat ik zal spelen met wat ik heb. Dat alles vertrekt uit tegenstellingen.
Ik pak meneer Neusmans uit de bruine kartonnen koffer. Als ik hem opzet kriebelt zijn snor mijn lippen.
Go Baby! fluistert hij in mijn oor.