Maandelijks archief: september 2013

Oase van verlangen

IMG_1530Ik verlang naar een huis met een poes en een kachel met vuur. Breiwerk op de pennen, een zelfgebakken brood. Naar appelbomen en de geur van rijp en rottend fruit en dat ik de goeie appels uitzoek en een kast vol potten met moes heb. Een man die houthakt. Het huis moet afgelegen liggen ergens met bergen en bos, alle mensen die ik graag heb in de buurt, ze komen alleen langs als ik daar zin in heb. Er zijn boeken, dikke sokken, dampende bekers thee.
Schemerlampen verspreiden zacht licht, er is een piano en iemand die er op kan spelen.
Ik hoef er nooit weg, alleen misschien om voer voor de kippen te kopen of een fles melk om koffie verkeerd te kunnen maken.


Spoedje

Paniekerig kijk ik rond me en zie alle soorten en maten gips, zwachtels en bergen watten. De dokter is jong maar beslist. Een band aan de linkerkant van de knie is zeker stuk of gescheurd. Zeer pijnlijk, met rust moet het overgaan doceert ze.
er wordt een heus pijnstillingsschema opgezet met wel twee verschillende soorten dempers. Een ding is zeker, ik wordt hier serieus genomen.
Ik kan moeilijk denken, het idee van gips, onbeweeglijk en rust neemt me nogal in beslag. Opgelucht haal ik adem als ze het heeft over stevig zwachtelen, het zal nogal een gevaarte worden waarschuwt ze. Mij kan het niet schelen, ik zal geen keihard koud blok aan mijn been krijgen. Als de verpleegkundige komt om zijn inpakwerk te doen piep ik snel anders. Van boven mijn enkel tot ver op mijn bovenbeen gaan er dikke lagen watten en elastisch verband op.
Geen kant kan ik nog op. Als ik later op de middag met twee krukken door mijn huis met de zeventwintig trappen dwaal krijg ik de slappe lach, Iemand nog een bejaardenwoning over?


In goed gezelschap

IMG_1554
Ik stel me recht op de pedalen om de eerste steile helling te beklimmen. Het stuur losjes in de hand zet ik stevig aan. Knak zegt iets in mijn knie. Messcherpe pijn schiet door de zijkant van mijn linkerbeen. Ik laat me van de fiets af glijden, op het goeie been hink ik naar de kant. Bij elke beweging gaat de messentrekker aan de slag. Het zweet breekt me uit en ik wordt een beetje misselijk.
Uit de gele auto met daarop in blauwe letters Medisch Team springen twee mensen in fluorescerende pakken. Ze kijken bezorgd naar de knie die meteen blauw en dik wordt. Oei, oei, verder fietsen is geen optie. Hup in de bezemwagen. De mannen die van het opvegen van de lamme en de kreupelen zijn spreken een Limburgs dialect waar ik geen touw aan vast kan knopen. Dat is niet erg, ik moet me concentreren op het stil houden van mijn knie.

Bibberig en met een ijszak laat ik me slapjes vervoeren. Daar staat al weer een renner aan de kant, het is Peter Vandermeersch en zijn zoon. Ze geven op, gaan terug naar Leuven. De zoon is niet fit om te fietsen. Zie ik daar een glimp van opluchting in de ogen van de vader die net de eerste col beklom?.

Bij de volgende klim rekt het peloton zich uit tot een lang en kleurig lint. Ik zie hoe een man in een rood Lottoshirt geduwd wordt. Die haalt het niet becommentariëren mijn bezemmannen. Ze knikken er deskundig bij, gisteren waren ze ook al van de opveeg, zij hebben er verstand van.
Het duwen is inderdaad niet genoeg. De man met de wuivende grijze lokken moet opgeven. Zijn benen bibberen als hij wacht op onze bus. Het raampje van de bezemwagen gaat naar beneden, zijn ademhaling raspt. De half dode renner moet terug naar Leuven. De bezembus is vol want ik, mijn fiets en proviand voor zeventig fietsers vullen hem ruimschoots.
Het is Guy Swinnen die hier langs de weg staat af te zien. Met een sluts handje zwaait hij ons na.
Ik bevind me vandaag ik het goede gezelschap van opgevers met ballen.


Krochten

Het ruikt in het huis naar ouwe vrouwen. Een rood pluchen kleed op de ronde tafel, een appel, een scherp mes en een schoteltje staan klaar. Ik zit op een stoel met een zitting die prikt aan de achterkant van mijn blote benen die de grond niet raken. Tegenover me zit de juf die ik op de kleuterschool had. Haar benen raken de grond ook niet. Ze zijn korter dan de mijne. Ik moet steeds kijken naar de vrouw met het grijze haar die kleiner is dan ik. De vergroeiing op haar rug die een flinke bult onder haar kleren vormt. Hoe zou ze slapen, kan ze wel plat in bed liggen?
Ze pakt de appel, mes in de aanslag. Het verhaal gaat over de maten in de muziek. Je kan één hele noot hebben zoals je ook een hele appel hebt. Een tweekwarts maat is de appel in twee stukken. Ze snijdt en ze praat. Daar komt de vierkwartsmaat. Hup, de appel in vier parten. Ik mag er twee opeten. Ze giechelt, je hebt net een tweekwartsmaat opgegeten!

Tweeënveertig jaar later zit ik achter de piano, voor me ligt een blad met daarop Minuet in G Major uit het notenboekje van Anna Magdalena Bach. Drie kwartsmaat staat er op. Binnen een paar seconden zit ik aan de tafel van juffrouw de Kraker, mijn benen bungelen, voor me ligt de appel, ik ben weer acht en ergens achter een deurtje in mijn hoofd vind ik de formule om noten te lezen.


Tijdreizen

IMG_1524
ik had graag

gister heel graag

gewild dat het

vandaag zou zijn


Wat je zegt

“Je bent toch geen gevaarlijke gek?” ik strek me uit op het lijf van de man. Zijn armen zijn stevig rond me. Als ik praat met mijn wang ergens op zijn borstkas voel ik zijn spieren onder zijn wit marcelleke bewegen. “Nee schatje nee” Het articuleren gaat hem niet meer zo goed af, het is laat. Hij verstevigd zijn greep op mijn middel, ik hoor hoe hij lacht, diep en donker.
Het licht door het raam valt op de spiegels op de kast er is muziek. Als ik mijn hand uitsteek voel ik met mijn vingers de stoppels op zijn wang.

Voor ik in slaap val denk ik aan het maanlicht en het groeiende haar. Deze man zou makkelijk in deze nacht kunnen veranderen.
Geruststellen doet hij niet meer.


Gerief

IMG_1543[1]
De hele week sleep ik mijn spullen van hot naar her. Ik verlang naar mijn eigen bed, de witte lakens, de lapjesdeken die ik warm rond mijn lijf draai. Mijn boeken, de lievelingstrui. Elke keer stop ik mijn ouwe koffer vol met kleren die ik bij nader inzien liever niet wil dragen. Ik vraag om een extra shirt of dikke sokken op de plek waar ik logeer want het is altijd kouder dan verwacht.

Soms grijp ik midden in de nacht wanhopig om me heen om naar adem happend wakker te worden. Gedesoriënteerd zet ik me recht, waar ben ik, ben ik alleen, herken ik de geluiden?
In de splitseconde waarin ik niet meer weet op welke plaats ik mij bevind, in welk bed ik lig, reis ik in blinde paniek door de tijd tot ik terugzak in mijn bed en gerustgesteld weer in slaap sukkel. Doe nog maar een tukje sus ik mezelf.


gesprek

Hij kan knetterhard, voel maar! In mijn hand heb ik een lipstickrode trillende vibrator. Inderdaad hij bibbert als een gek in mijn hand. Wel klein, moeilijk richten peins ik. Gelukkig zit er ook een lichtje op, kan je hem in elk geval vinden alstie uit je vingers glipt onder het dekbed.
Is de batterij niet te snel leeg? Welnee, je kan hem opladen.
Ik hou niet zo van het geluid, dat trillen en zoemen. Deze is best wel stil!

Vergelijkend onderzoek voor de cursus relaties en seksualiteit: Een mens moet er iets voor over hebben maar dan heb je ook wat.


Stront

Op mijn schouder draag ik een trap van een meter of vier. “Pas je op dat je niet in de schapenstront stapt?”. Ergens achter mij in de wei roept mijn vriendin de waarschuwing. Ondertussen speur ik naar de bok, het schaap dat eruit ziet als een varken met een enorme balzak en een blauw kussen op zijn buik gebonden. Levensgevaarlijk, kan je zo omver bonken en je heup breken. Ik hoorde net hoe tricky zo’n op seks belust schaap kan zijn.
Het manoeuvreert nog al moeilijk met zo’n trap op je lijf in het hoge gras, spiedend naar een bronstig schaap terwijl ik de laaghangende takken van de fruitbomen en de schapenkeutels probeer te ontwijken.

We kiezen een stoofperenboom waar het namiddaglicht nog mooi op valt. Hup de er ladder tegenaan. We maken promotiefoto’s, het moet er een beetje gelikt uitzien. Het fototoestel wordt op een statief geschroefd en ik klim alvast via de sporten hoog in de boom. Als ik op een brede tak zit zie ik op elke witgeverfde trede de afdruk van mijn schoen in Schapenstront.


Verdwaalspecialist

De dichter waart nog in de stad. Soms zie ik hem stappen, zijn rug verdwijnen in de verre straat, een donkerblauw jas, zwart met grijze krullen die ik vanuit mijn ooghoek waarneem als ik de hoek omsla.
Schiet op, loop harder maan ik mij!
Nooit lukt het hem in te halen.

Ik stel het me voor, keer op keer, mijn hand die ik op zijn schouder leg en meteen naar beneden zal laten glijden om hem te kunnen omhelzen. Hij die omkijkt, zijn ogen achter de belachelijk kleine bril met ovale glazen. Hoe hij dan mij omvat en zal zeggen: Waar bleef je toch?