Maandelijks archief: november 2013

Bek

De groene leren stoel is koel aan mijn benen, de muziek hip. Ik strek mijn benen voor me uit en voel met mijn hand de zachtheid van het leer. Zenuwachtig en kwetsbaar voel ik me, zo half liggend in deze onbekende ruimte. Matglazen wanden met moderne geslepen figuren scheiden me van de andere patiënten.

Een grijze magere man met een kapje voor zijn mond steekt zijn hand uit. Hij stelt zich voor met zijn achternaam. De mond mag open. Met een spiegeltje bekijkt ie de achterkant van mijn gebit.
Snel legt hij zijn spullen neer en niest als een bezetene zeker zes keer keihard achter elkaar.

Ik krijg een grote handspiegel om mee te kijken. Hij wijst en tikt. Dat wordt dan een blokjesbeugel boven en onder! Tien minuten later lig ik met een soort gebit vol roze pudding die keihard wordt te kokhalzen in de stoel.

Nu al spijt grijnst de man vanachter zijn mondkapje, duizend lachrimpels golven zijn gezicht.


Ren Mi ren!

484812~1
De hele dag zit ik op kantoor en speel deftig mijn rol. Ik betrap mijn vinger op rusteloos tikken, mijn voet tapt de maat op een zelfbedacht, in mijn hoofd afgespeeld, lied.

Met mijn billen op het aanrecht snuif ik de lucht op van mossels met frietjes. Ik weet niet waarom je zo hard praat maar het hoeft niet zegt de mosselman. Mijn benen wiebelen tegen de witte kastjes.

De buitenlucht vol najaar, aarde en regen omhult me. Het huppelen is sterker dan mijzelf. We spelen cowboy en ik mag een extra rondje rond de kerk. Daar glimt het gras zo schoon dat ik mijn armen spreid en ren.


On danse


Zo naar tien uur in de avond, ik kan niet meer. Dag twee van de creatieve stage. Elke dag van half negen in de ochtend tot laat in de avond. Lamlendig schuif ik tafels en banken naar de zijkant van de grote zaal met de houten vloer. De leerlingen zijn zich omkleden voor de Raar met je Haar fuif. Negen begeleiders nemen in de grote hoge zaal amper ruimte.

Plots is daar de muziek, vanuit de boxen aan het plafond beukt die op ons neer. Marie bedient de lichtknopjes alsof ze zelf het lichtplan bedacht en dan is daar de dans. Bewegingen golven, we springen in en draaien. De ruimte maken we de onze, voeten raken amper vloer. Ik voel hoe mijn lijf het over neemt. Het denken is verdwenen. Als van op afstand zie ik mij buigen en vloeien. Geen angst, geen tijd, geen schaamte.
Heel alleen ben ik daar samen.


Weerzien

De manier waarop haar mond krult, hoe ze haar ogen toeknijpt als ze lacht.

Met grote gebaren onderstreept hij zijn verhalen, hij trekt met zijn hoofd een beetje opzij bij verontwaardiging.

Er zijn foto’s van de dichter die ik niet meer ken. Een moedige oude man die het vuur tegen beter weten brandende houdt.

Een grote tederheid overvalt me. De dichter is niet dood hij leeft!


Het moet op

Het moet op, met die woorden wordt een halve kilo marsepein op de tafel gelegd. Er zijn ook chocolademannetjes, die liggen broederlijk op het zelfde bordje. Ik heb net mijn melk laten ontploffen in de magnetron, de koffie loopt nog door.

Naast me op de eettafel zijn twee collega’s Lego basket aan het spelen. In alle ernst worden de spelregels uitgelegd. We spelen vier kwartjes, mag ik je een tip geven? Je moet goed kijken met welk poppetje het gemakkelijkst te scoren is. Ze spelen met het mes op tafel.

Straks wacht het stapelbed. De slaapkamer ruikt naar natte sokken. Ik mag. Het Bart Simpsons dekbed lenen voor de nacht. Ik ben al een beetje misselijk van de zoetigheid. De creatieve vorming is nog maar net begonnen.


Presidentieel

Naast het bed brandt aan elke kant een lampje, zacht licht verspreidt zich in de kamer. Het is een lelijk bed. Modern met een of ander fantasie-hoofdeind en opgemaakt met zwartwit beddengoed. ik sta er naast met mijn opnameapparaat in de aanslag.
Terwijl ik mijn vragen afvuur op de vrouw tegenover me vraag ik me af aan welke kant de president slaapt.

We spreken over corruptie in het land waar ze zo is van gaan houden, het gebrek aan goeie gezondheidszorg en wat zij als presidentsvrouw kan betekenen. Ze vertelt over de eerste ontmoeting met haar man, de rozen die hij voor haar meebracht, de romanticus die haar stap voor stap veroverde. Haar ogen stralen.

Zou het nog wel ok zijn om met vlechtjes in haar haren gek te dansen vraagt ze zich af, of gekke bekken te trekken op straat tegen haar zoontje. Ik schiet in de lach als ik denk aan het leger bodyguards dat haar, en ook mij deze dagen, omringt. Met hun zonnebrillen waar de straten van Tblisi in weerspiegelen, het hoofd geschoren, de spierbundels die bijna uit het strakke dure shirt barsten, de auto met geblindeerde ruiten die stapvoets naast ons rijdt als we ons in de stad begeven.

Nu is ze presidentsvrouw af, het luchtige van het meisje naast het bed is ze ergens onderweg verloren. Ik denk nog met regelmaat terug aan de twee jonge vrouwen uit Zeeuws-Vlaanderen naast het bed van de president van Georgië.


De broosheid der dingen

mep


Ochtendlichtheid

Zwarte nylons, zwart hemdje. Ik bezie mezelf in het ochtendlicht voor de spiegel. Kwetsbaar en nakendig, mijn haar piekt alle kanten uit, de luciditeit van een nacht vol dromen hangt nog rond me.
Ik draai om de ronding van mijn billen te bekijken.

Zo sta ik daar een tijdje te genieten van het beeld dat ik schep van mijzelf.


Eureka

Maanden lang vertrek ik in het holst van de nacht naar Leuven om op tijd op mijn afspraken te zijn. Voor zes uur moet ik Gent achter me laten om niet in de moordend trage file van auto’s te geraken die me het benauwde gevoel geven van een slak op weg naar Rome.

Zo comfortabel mogelijk probeer ik me de rit te maken. De juiste muziek in de cd speler, een thermos thee, glutenvrije koekjes, fruit en nootjes. De wekelijks terugkerende wanhopige poging om op tijd in Leuven te geraken stemt me hoe dan ook diep treurig. Soms probeer ik oogcontact te maken met een mede weggebruiker. Als er iemand terug kijkt zwaai ik. Zelden heft iemand zijn hand op om mijn vriendelijk gebaar te beantwoorden.

Op een dag besluit ik dat het genoeg is. Waarom dacht ik niet eerder aan de trein? Op de fiets naar Sint Pieters, daar koop ik me een goeie koffie en de krant. Vorstelijk zal ik dan langs de files zoeven, het laatste nieuws tot me nemen. Wie weet wel een deftig gesprek aan knopen met een ander levend wezen in plaats van als een kwijlende idioot te wuiven naar norse automobilisten die me negeren.

Vol van de voorpret en vervuld van tevredenheid over mijn briljante idee om de trein te nemen fiets ik naar het station. Ik voer mijn plan nauwgezet uit, de koffie, de krant. Ik spin bijkans van genoegen over zoveel planning en controle. Op het perron wacht ik op mijn trein. Het is behoorlijk druk. Als de deuren open gaan wacht ik netjes in de rij. De mensen achter me duwen me naar voren. Ik wordt in de wagon geperst. De krant verfrummeld onder mijn arm. De Koffie houd ik voorzichtig voor me uit. Met moeite passeer ik de deuren. Halfweg het treinstel geef ik het op. Ik laat me zakken en zet me met mijn rug tegen de zijkant van iemands tas. Treurig zip ik van mijn koffie, de krant verdwijnt in mijn tas. Reizen in België is kak!


Stichtelijk,

Ik lees over de groep meisjes tussen de 13 en de 16 jaar, seks als machtsmiddel, ongewenste zwangerschap, prostitutie en overleven zijn de woorden die aan me blijven kleven. Ik kom langs met mijn Piet en rooie koffer. Al een paar dagen loop ik te bedenken wat ik deze meisjes, die al een leven achter de rug hebben, mee wil geven.

Met mijn stichtelijke praatjes over plezier, niks doen wat je niet fijn vindt, je lijf kennen en verkennen moet ik hier niet aankomen. Ik wil niet vervallen in vermaningen en verboden, die krijgen ze genoeg. Aan de telefoon met hun begeleidster krijg ik het thema: Ik kan ze niet controleren dus wil ik het liefst dat ze niet ziek worden en hun concentratieboog is ongeveer 5 minuten.

In blokken van 5 minuten zal ik ze duidelijk moeten maken wat veilige seks is, dat een condoom een verstandige keuze is en hoe ze hun partner zo ver kunnen krijgen dat ie dat condoom ook om wil doen.