Maandelijks archief: februari 2014

Drie uur achttien

Drie uur achttien zegt de wekker. De gedachten in mijn hoofd lijken veel te groot om ooit te passen. Zoals mijn mond het ijzer op mijn tanden probeert te omvatten. Ik proef de bloedsmaak op mijn lippen.

Op blote koude voeten sluip ik de trap af, de straat glimt donker, een vogel fluit al.
De waterketel zingt zijn lied. Met de dampende beker thee in mijn handen klim ik weer naar boven. Hoop ik op verlichting, de terugkeer van mijn beoordelingsvermogen.

Met de deken om het lijf geslagen, de benen hoog opgetrokken wacht ik. Vier uur achtenveertig, probeer ik lief te zijn voor mijzelf en schakel de elektrieken deken op drie.


Sukkel

Geheel van de wereld begeef ik me door de dag. Schijnbaar wek ik wel min of meer de illusie dat ik mijn eigenste zelf ben. Ik geef antwoord op vragen, laat mij een blokjesbeugel aanmeten, bijt daardoor mijn lip kapot. Mijn verstandige afstandelijke zelf lijk ik ergens onderweg verloren te zijn.

Geen idee of ik juist zit. Alsof alle lagen tussen mij en de buitenwereld opgelost zijn in de waas van de jetlag beef ik van schrik.


Give more love

Gedesoriƫnteerd word ik wakker op de vloerbedekking van de luchthaven. Neil Daimond hard uit de speakers. Ik lig met mijn hoofd op mijn jas, half onder de bank gerold. Mijn blik wordt langzaam scherp. Er ligt een grote rode pil op de grond, als ik mijn arm uitstrek kan ik hem aanraken.

Voor me zie ik twee benen die op een koffer rusten, ze horen bij een bebaarde grijze man in een Harley shirt. Hij doet zijn best om niet naar me te kijken terwijl ik vanonder mijn bank kom gerold en me zet. Ik knipoog hem lui toe.

Eenmaal weer deftig op de bank drink ik een reuzen beker thee met kleine slokjes, tevreden dat mijn vaardigheden om me als een kat op te rollen en een tukje te doen nog dik in orde zijn.


Hi!

Hee, hoe gaat het met je? Goed, dankje. Oh ik zie je zo graag, ik jou ook. omhelzingen, zoenen, stralende glimlachen die ogen nooit bereiken. Kom je van Belgiƫ? Hoe fantastisch. We houden van chocolade.

Op straat knoop ik een praatje aan, na afloop van een optreden word ik naar mijn mening gevraag. Elke keer als ik zonder terughoudendheid spreek deinzen mijn gesprekspartners vol afgrijzen achteruit. De schrik die mijn oprecht uitgesproken gedachtes opwekt bezie ik vol verbazing.

Het is niet zo dat ik hier probeer te shockeren of mensen provoceer. Beleefd informeer ik naar hun leven, waar ze angst voor hebben en wat hun vreugde brengt. De enkele keer als ze dronken of stoned zijn wordt er een tip van de sluier opgelicht, de volgende dag elke herinnering verdwenen en schijnt de zon weer aan de wolkenloze hemel.

Het Blanton museum of fine art ontvangt me met erbarmen. Gelukzalig zwerf ik door de zalen en gangen. De stilte omarmt me. In de verte hoor ik de suppoost een andere bezoeker op vlakke toon sommeren achter de grijze lijn te blijven.
Het gouden licht in de portretten schijnt me geruststellend toe, hier valt niks te lachen, god wat een vredig gevoel.


Vrees niet

Ze wijst met haar vinger en spreekt me streng toe: Televisie kijken kan je leven redden. Als je geen tv kijkt weet je niet wat er in de wereld gebeurd, van staren naar het toestel leer je nog eens wat.
Ik sputter nog wat tegen, haar ogen spuwen vuur: Wie is er hier nou eigenlijk geboren, je moet altijd op alles voorbereid zijn, pepperspray, je pistool. Jammer dat je die niet in het vliegtuig mee mag nemen. Ik snap dat je nu niks bij hebt.
Gelukkig is Miss Lavelle hier om je te beschermen. Verblindende spuitbus in het borstzakje van haar overhemd, gun in haar tas. Maak je geen zorgen.

Als je niet in De Heer gelooft ben je niet beter dan die papierenzak daar op de grond. Je hele leven blijf je zorgelijk, Jezus neemt al je zorgen weg. Ze steekt me onder het preken een roddelblad toe. Hier lees je horoscoop eens, hardop, zodat ik het kan horen.

Gelukkig, mijn karma is aan het terugkeren, mijn geluksnummers: 44, 11 en 7.


Muts

Doe voorzichtig, pas je wel op, kijk je uit? Passanten, winkelbediendes en vrienden manen ons om onderweg geen gevaarlijke dingen te doen.
Wat voor gevaarlijks er op de loer ligt wordt me niet geheel duidelijk.

De mensen die we onderweg tegen komen zijn zonder uitzondering aardig en behulpzaam. Stellen belangstellende vragen, geven complimenten over onze outfit, zijn tevreden als we onze geplande reisroute delen. Zonder uitzondering echter drukken ze ons allemaal op het hart op te passen.

In het trailerpark waar onze deur nauwelijks op slot kan, op de rommelmarkt met louter Spaans sprekende Mexicanen en ouwe meuk, in wijken waar daklozen over straat zwerven en aan elk stoplicht arme sloebers hun best doen om geld bij elkaar te schrapen, nergens voel ik me onveilig.

You’re so cute lispelt de smoezelige grijs bebaarde man met plastic tassen met blikjes bier. Ik lach hem stralend toe, dat vind ik nou ook.


Te leen

Linkshandige gitaren, een tevergeefse zoektocht in de krochten van Austin. Plastic geluid, speelgoed nek, krom en gebarsten het lijkt op niks. De muzikanten die gevraagd worden schudden mistroostig het hoofd, Links? Nee,
die hebben ze niet.

De halve wereld over vliegen en dan niet kunnen spelen lijkt idioot. Er zijn afspraken voor optredens, muzikanten die rekenen op ontmoetingen. Zonder gitaar in Austin is zo iets als een fiets met een lekke band, je trapt, het maakt lawaai maar komt amper vooruit.

De gitaren hangen aan een soort kapstok, met de vingers langs de snaren wordt het geluid getest. Aangenaam verrast, luister nekeer!
De gitaar mag uit de kapstok, er wordt gestemd, vakkundig bekeken of de snaren omgezet kunnen worden. Zelfs het element blijkt te werken als ie ingeprikt wordt in een ouwe Fender versterker.

Hoe wilt u betalen? Ik zal de hoes even halen. de verkoopster van de pandjeswinkel haalt geroutineerd de creditkaart door haar machine. Als de gitaar niet bevalt mag ie binnen dertig dagen teruggebracht, dan krijg je zonder mankeren je geld terug.

Lang leve de belening!


Adoptie

I like you’re blouse, Miss Lavelle stapt in haar groene glimjurk van het podium en knikt me toe. Als een puber op een eerste afspraakje sta ik te blozen. Ze bekijkt mijn borsten goedkeurend, ademloos hou ik haar hand vast.

Ik ken de nummers die ze speelt uit mijn hoofd, ze kronkelt met haar heupen, verzekerd haar toehoorders dat onderbroeken geldverspilling zijn en enorm ongezond. Doe maar uit spoort ze ons aan.

Interview met een plaatselijk tv station, lamplicht schijnt met compassie op haar in netkousen gestoken benen: Ik zing sinds mijn twaalfde, en ik ben nooit gestopt’. Ik zou haar geen jaar ouder dan vijfenzestig geven maar weet dat ze diep in de tachtig is.

Ze zingt flying without wings, maant de band tot stilte, met mijn rug tegen de deur, doe ik mijn ogen dicht.

Morgen komt ze collardgreens voor ons koken, ik zal haar hand vasthouden, geen onderbroek dragen en zij zal naar mijn borsten staren. Ieder zijn deel.


Poef

Nee, nee, niet doen! Alles in mij wil heel hard roepen dat ze de revolver niet moet rond zwaaien maar met de loop naar beneden moet houden of op een doel moet richten. Voor ik naar adem kan happen heb ik een ak 47 in mijn hand.

Ik voel het gewicht, hoe soepel zet ik hem tegen mijn schouder, mijn wang langs het zachte geoliede hout richt ik op een schroef in de garagedeur. Vaste hand, ik bibber niet, zeg ik zachtjes poef.

De loop keurig naar de grond gericht naast mijn in donkerrood gehulde pantybeen spreken we over terugslag, het schieten met hagel of kogels. De hele tijd hoor ik een mantra: Nooit op mensen richten, hou de loop naar de grond, niet aankomen!

Het pistool zit veilig in de holsters, geen kogels, alleen voor de foto. Opgelucht haal ik adem, geen gezwier en gezwaai meer. Een instinct uit de kinderjaren onderdrukken is hard werk.


Schietincident

Braaf zitten, niet spreken, dat gaat allemaal van de schiettijd af blaft het meisje in uniform ons toe. De video start en vanaf het scherm worden de spelregels uitgelegd door een vrouw wiens linkeroog enorm scheel kijkt. De giechel borrelt steeds op, dat mag niet.

Nummer 44, blauw staat er op mijn briefje. Ik hang mezelf een soort pak om met allemaal lichten en krijg nog eens op het hart gedrukt mijn schietding met twee handen vast te houden, anders doet ie het niet. Mijn partner in crime is groen. Dat vinden we niet leuk dus besluit ze dat ik blauw groening ben. Samen schieten we met onze laserstraal op alles wat beweegt.

We buikschuiven nog net niet over de vloer om onze tegenstanders te besluipen maar veel schelen doet het niet. Opgewonden van pret kijken we elkaar aan, dit is leuk! Raken doen we niemand en we verliezen leven na leven. Ons deert het niet, zelfs niet als Nicolas, een entertje van acht, ons voor de zevenentwintigste maal neerknalt.

Es is niet mee, ze houdt niet van schieten op mensen, daar kan ze niet goed tegen. Ze gaat van de week mee knallen met pistolen en geweren op de baan.