Maandelijks archief: augustus 2014

Hips

Bij het derde glas wijn begint mijn s zachtjes te slissen. Vanmorgen werd mijn ijzerwerk weer aangedraaid. De tanden in mijn mond protesteren tegen zoveel geweld en maken het eten onmogelijk. Flauw sabel ik op een stuk meloen, tegen beter weten in probeer ik het zachte midden van een speltboterham.

Niks hapt lekker weg, chagerijnig zip ik van de koele witte wijn terwijl mijn gedachten rondjes draaien. Slok na slok word mijn wereld d waziger en het metaal in mijn mond groter. Ik laat het allemaal slopen murmel ik tevreden terwijl ik nog eens inschenk.

 


Stoer

Ik stuur Snor met ware doodsverachting het modderige bospad in en negeer het verboden toegang bord. De achterkant slipt vervaarlijk als ik de bocht neem. Grote plassen en diepe sporen markeren het pad dat steeds dieper het bos in verdwijnt. Ik probeer de auto op snelheid te houden om te voorkomen dat ik in een plas tot stilstand kom.

Ik doe de lichten uit zodat ik niet ontdekt word op verboden terrein. Zo rij ik in het maanlicht door het bos.

Opgelucht, want niet vast geraakt, draai ik een pad in naar rechts, kleine boompjes zwiepen onder de auto om enigszins verfrompeld na mijn passage weer recht te veren. Net om de hoek parkeer ik minutieus tussen twee bomen, de neus naar het pad zodat ik snel kan wegrijden, onzichtbaar voor eventuele voorbijgangers.

Met matjes, dekens en kussens maak ik op de platgelegde achterbank een warm nest, de regen die op het dak roffelt en de bomen die heen en weer wiegen in de wind versterken het gevoel van knus. Ik trek al mijn kleren uit en doe mijn regenlaarzen aan. Zo plas ik in het donkere, donkere bos. Onder de geopende achterklep wrijf ik met een handdoek de regen van mijn natte lijf.

Droog kruip ik onder de dekens, de deuren doe ik op slot tegen de bijlmoordenaar. Slaap zacht! 


Stokstijf

De hitte van de gloeiende kooltjes van het vuur dringt door in de steen waar ik met mijn rug tegen leun. Ik lik de laatste restjes eend met tomaat en uien van mijn vingers en schuif de pot die in het vuur heeft gestaan met mijn voet opzij. Zuchtend van tevredenheid strek ik mijn benen.

De fles witte wijn staat onder handbereik, niet meer kraakfris maar goed voor een regelmatig slokje. Ik leg de deken over mijn benen en staar naar het donkere bos voor me. In het maanlicht zie ik de contouren van de bomen, er zijn sterren en er pinken rode lichtjes van de vliegtuigen die richting Zaventem vliegen.

Ik spits mijn oren bij het horen van geluid recht voor me, zeker een beest, het gekraak en geritsel wordt luider. Mijn spieren spanen als het dichterbij komt. Dan wordt het doodstil, het enige hoorbare is mijn ademhaling, oppervlakkig en gejaagd. Ik ga op mijn hurken zitten, klaar om weg te springen of te roepen. Ik weet heel zeker dat er op een paar meter afstand iets zit wat naar me loert.

Zo zit ik in opperste concentratie. Een eeuwigheid lijkt het tot het ritselen weer begint, weg van mij, het vuur en de deken. Zenuwachtig giechel ik mijzelf gerust. 


Kniptang

De man naast me klopt als een waanzinnige op zijn lijf: Ik ben mijn fietssleutel kwijt piept hij. Tot twee keer toe haalt hij al zijn zakken leeg maar de sleutel is nergens te bekennen. Kwijtgeraakt terwijl ik op de deken lag denkt ie.

Net nog was het dekentje gespreid in de grote tent op de weide en nu heb ik het flink uitgeslagen in de warme buitenlucht. Beteuterd kijk ik rond me. Het gras is platgetrapt door de honderden voeten die hier de afgelopen dagen passeerden. Nergens zie ik een kleine zwarte fietssleutel.

Op goed geluk loop ik nog terug naar de grote blauwe tent om daar de grond af te speuren. Het concert van Flip Kowlier is net lekker op stoom gekomen, ik probeer de dansende voeten te ontwijken terwijl ik zoek. Een meisje, ze heeft een hoed op van kartonnen dienbladen, biedt spontaan aan te helpen als ze me naar de vloer ziet turen. Ik wimpel haar vriendelijk maar dringend af. Voor je het weet loopt de halve concert tent naar een fietssleutel te zoeken.

Bij de info hebben ze niks binnen gekregen en ook de afdeling Gevonden Voorwerpen heeft de sleutel niet. Plots dringt het beeld van een grote rooie brandweerauto op. Naast de fietsenstaling staan de pompiers, die willen misschien wel helpen met het slot doorknippen.

Met vier springen ze uit de auto als ik de situatie uitleg. Even nog is er twijfel want wie weet is de fiets waarvan ik het slot wil laten doorknippen niet van mij en stelen ze daar per ongeluk een fiets. De drang naar actie en avontuur is te groot om weerstand aan te bieden en voor ik het weet loop ik omringd door brandweermannen waarvan er één een kniptang van minstens een meter onder zijn arm heeft naar de fiets.

Deze is het wijs ik de mannen. Ik zie dat de zwarte sleutel in het slot van de fiets zit.


Stromen

De man staat op het podium in een soort boxershort, blauw met witte streepjes. Bruine sokken, de rechter een beetje lager dan de andere in donkere veter schoenen. Tijdens het zingen steekt ie zijn tong uit en rolt wild met zijn ogen. Hij slingert zijn gitaar van links naar rechts.

Zijn grijze haar staat recht overeind, hij is de zestig al lang gepasseerd. I know your mother zingt ie. De tranen rollen als vanzelf over mijn wangen. Hij weet als geen ander de essentie te raken van grote liefdes die nooit echt voorbijgaan.