Maandelijks archief: september 2014

Zwart gat

Ze stommelen mijn trap weer af. Ik blijf achter. Verbijsterende woede trekt in rooie vlagen door mijn lijf. De tasje, net nog vol warme thee, smijt ik rammelend door de gootsteen. Een controlerondje in mijn huis. Het huis waar ik elke maand netjes 720 euro voor over maak op de rekening van de man die net dreigende woorden sprak.

Ik zie hoe het licht aanfloept in zijn huis tegenover het mijne, de tv in de woonkamer die aangezet wordt. Het eerst zo geruststellende behang, gevormd door de mensen om mij heen, komt me nu vijandig voor.

De volgende dag besluit ik dat een bezoekje aan de kapper wonderen zal doen voor mijn humeur. Ik druk de toets in op mijn telefoon waarachter ik de haarsnijder vermoed. Het is in de auto, de bril ligt naast me ergens in de tas. Zo op de tast bedien ik de telefoon.

Een vlaamse stem beantwoord mijn oproep, dooe het geraas in de auto, de uitlaat is stuk, versta ik amper wat ie zegt. T’is met Miranda, ik wil graag een afspraak maken om te knippen. Het blijft stil aan de telefoon, te lang. Je spreekt met de huisbaas.


Gezellie

Met twee mens sterk stommelen ze mijn trap op. Ze willen wel een tasje thee. Als ik vraag wat er nu zo dringend is komt er een heel verhaal over dat ze zo geschrokken zijn en dat ze graag opheldering willen en dat ze hopen dat het allemaal op een misverstand berust.

Zenuwachtig wiebel ik op mijn stoel. Dan blijkt dat de netwerkbeheerder van gas en electra aan de deur is geweest. Ze kwamen de toevoer afsluiten, er zou niet betaald zijn. Ik schiet in de lach, als het dat maar is. Ik toon ze op mijn computer de correspondentie met de leverancier. Er is ergens in het voorjaar een verschil van mening van bijbetaling geweest. Al lang opgelost, blijkbaar vergeten doorgeven aan de beheerder van de leidingen.

Reuze blij knikken ze, Ja een misverstand! Dan is er nog iets, Ze hebben eens met hun makelaar gesproken want stel je voor dat het gesprek de andere kant uit zou zijn gegaan, en we een echt verschil van mening zouden hebben. De makelaar heeft gezegd dat we het huis goed moeten onderhouden. Ik kijk mijn overburen en tevens huisbazen trouwhartig aan, benieuwd wat er zal komen. Ja de rolluik is al een tijdje niet meer naar beneden geweest en die is toch stuk?  Alweer knik ik. Nou ze willen wel eens een inspectierondje in het huis maken. Om te controleren of ik wel goed op hun huis pas.

Mijn mond begint open te vallen, ze drinken hier aan mijn keurige tafel thee uit hippe kopjes, in mijn spik en span gepoetste keuken, ik zwaai regelmatig naar de buurvrouw als ik op de vensterbank balanceer om de ramen te zemen. Mijn stalen binnenkant begint zich te roeren.

De kachels zonder terugslagklep of beveiliging als de waakvlam uitgaat waar elke winter wel een onderdeel van af valt, de koelkast die lekt en altijd staat te draaien, de aanrecht met de roestvlek omdat er gene kraan opzit die past, het badkamermeubel waar de kale plekken spaanplaat doorheen zwellen van ouderdom, geen vluchtweg als er brand is, een kier in het dak waar de sneeuw doorheen waait.

Misschien moet ik ook eens iemand op inspectie laten komen suggereer ik. Maar hun makelaar heeft gezegd dat ze een inspectierondje kunnen maken want er is nog iets, er lopen bij jullie zoveel mensen in en uit en die blijven dan ook logeren. Je mag je huis niet onderverhuren.

 IJzig kalm ben ik als ik hun meedeel dat ze helemaal niks te maken hebben met wie ik binnen laat en voor hoe lang. Ik verhuur mijn huis niet onder. Je woont hier toch graag Miranda en je wilt hier toch graag blijven wonen?  Ik tel heel langzaam tot tien.


Man

De medebewoonster van mijn huis spreekt me aan, of ik contact wil opnemen met de huisbaas, tevens overbuurman. Als ik hem in zijn keuken zie scharrelen terwijl ik naar het werk vertrek bel ik even aan. Misschien wil ie wat repareren, de kachels vallen bijna uit elkaar en in het dak zit een kier.

Hoog torent hij boven me uit als hij de deur open doet. Ik sta op de stoep. Hij blijft op de tweede traptreden staan. In zijn deftig overhemd kijkt hij naar beneden.

U wou ons spreken? Hij knikt, Heel dringend ja. Kan je vanavond? Ik kan eigenlijk niet maar geef aan dat het laat op de avond wel zou kunnen.Zelfs na half tien is goed. Want het is heel dringend.Zo ergens rond mijn navel begint er iets te piepen. Dit klinkt niet alsof hij me een gunst gaat verlenen.

Kunt u misschien alvast vertellen waar het over gaat als het zo dringend is, Ik verrek mijn nek om hem recht aan te kunnen kijken. Nee Miranda vanavond!

Ik voel me weer vier en steek met een zwaar gemoed de straat over. Daar laat ik de groene deur achter me dichtvallen. Op tafel ligt een briefje. Er staat op: Dringend contact opnemen met de buren.


Weids

Reusachtige walvissen op een wit doek met zwarte stift, de twaalf apostelen, piano spelen tot diep in de nacht, dansen op lang niet gehoorde muziek. Soms is de beslissing nemen genoeg om de ruimte in je hoofd te verveelvuldigen.

Ik ruik weer de geur van de herfst, zie het veranderde licht, voorzichtig en uiterst langzaam peuter ik aan de harde schil die nu nog mij is.

 


Wolf

Amper daglicht komt er binnen op mijn kantoor, het is lunchpauze en ik leg mijn voeten op het bureau en zip tevreden van mijn thee als de telefoon gaat. Twee dooie schapen in een weide vlak bij Axel. Als ik op schiet kan ik nog live mee in het nieuws tussen de middag.

De redactie zal zorgen dat er een dierenarts beschikbaar is om me te woord te staan. Ik graai mijn spullen bij elkaar, controleer of de batterij van mijn zendapparatuur werkt en schiet in mijn auto.

Van verre zie ik de groene jeep van de dierendokter al staan, een mooi richtpunt. Met piepende remmen kom ik tot stilstaand en nog voor ik de auto uit ben roep ik al in mijn telefoon naar de regisseur in Souburg dat ik het zal halen. Als de dierenarts het prikkeldraad voor me naar beneden moet houden vervloek ik voor de zoveelste keer mijn rok.

Ik druk op aan en hoor de aanwijzingen in mijn oor: twee minuut dertig, ik roep als je nog 1 minuut hebt. We naderen twee stille schapen, de buik opengevreten. De weeïge geur van de dood hangt in de lucht. Ik voel mijn maag samentrekken maar mijn stem hapert niet.

De arts is zeker, hier is een groot beest aan het slachten geweest. Op mijn suggestieve vragen over een wolf geeft hij gretig antwoord. Nooit meer kom ik dichterbij de wolf van Walsoorden.  

 

 

 

 

 

 

 

 


Zwaailicht

Blinkend fluo-geel staat ze in een oude verzakte garage. Batterij plat, klimop over de deur gegroeid, ik moet langs de passagiersstoel naar binnen klimmen om achter het stuur te kunnen zitten. Het alarmnummer staat op de deuren, het zwaailicht bestoft op het dak.

De mee gebrachte accu wordt voorzicht in de binnenste binnenkant van de auto neergelaten. Zonder mankeren slaat de turbo diesel aan. Mijn hart slaat over van opwinding als ik mijn nieuwe auto hoor snorren.

Op de snelweg, met geleende platen, zwerft mijn vinger voortdurend naar de knop van de zwaailichten en de sirene, strafbaar hoor mompelt mijn passagier: Je mag niet met een prioritair voertuig op de weg als je geen brandweerman of ambulancier bent!

Mijn vinger bedwingend zit ik braaf in de zwartleren stoel terwijl mijn billen op temperatuur gebracht worden door de stoelverwarming. Een tikje op de gaspedaal en mijn V70 schiet vooruit.

Als ik aan kom op de plaats waar Zus aangepast zal worden aan het deftige verkeer staat een welkomstcomité op een rij om ons te verwelkomen. Ze zwaaien enthousiast terwijl ze roepen om zwaailicht en sirene.


Kleedje

Het is mijn eerste dag, met mijn kousen en zwarte rokje stap ik zwierig uit de auto. De dikke jas en een sjaal houden me warm. Mijn knalrooie laarsjes klikken vrolijk over de straat als ik het omroepgebouw nader. Een beetje zenuwachtig wacht ik voor de balie om me voor te stellen.

Ik mag mee met een van de ervaren verslaggevers. Van opwinding spring ik van de ene op de andere voet. Naar de haven gaat de reis, tijdens de rit in zijn ouwe stationwagen vraag ik hem de oren van het hoofd. Het gaat om duikers van de marine die oefenen ergens bij de Vlissingse sluizen.

In de bittere kou vormt mijn adem wolkjes, mijn knieën bibberen in mijn panty als ik sta te wachten op de betonnen kade. In het donkere water beneden me zie ik weinig beweging. Een kring en af en toe een luchtbel die naar boven komt is het enige teken.

De college tovert met zijn opname apparatuur, ik tuur in de diepte als er vanuit het niks zes duikers naar boven komen en me door hun duikmasker aanstaren. Ik trek mijn rokje over mijn dijen naar beneden en voel hoe mijn wangen langzaam kleuren bij mijn laarsjes