Maandelijks archief: februari 2015

Taart

De Tinnenpotstraat in Ardooie is lang en kronkelig. Prachtig dat dan weer wel: De heldere zon op de met water doordrenkte klei, kale fruitbomen en rommelige hoeves. De asfaltweg wordt steeds smaller, modder ligt als een bruine glimmende deken over de weg waar mijn ouwe bus gevaarlijk overheen slipt. Het kan niet zijn omdat ik als een woeste cowboy rijd want mijn snelheidsmeter komt niet boven de 30 kilometer per uur.

Ik zoek nummer vijf. Ik vind numer zes en acht en uiteindelijk ook nummer twee en vier maar vijf blijft onvindbaar. Hardnekkig speur ik rond. op nummer vijf staat namelijk het door mij begeerde butagas fornuis waar ik me de lekkerste taarten uit fantaseer.

Ik heb een nieuwe loft, superdeluxe cv ketel, energiezuinige radiatoren, speciaal voor mij een groen jaren zeventig ligbad geïnstalleerd. Er is één maar: De loodgieter vergat aardgas aan te leggen in de keuken. Daarom heb ik me nu via een Vlaamse tweedehandssite een echt flessengasfornuis aangeschaft.

Een donkerblauwe volkswagen stopt, het raampje wordt naar beneden gedraaid. Heb jij een fornuis gekocht via Kapaza? Stomverbaasd kijk ik naar de man met zonnebril die zijn auto naast de mijne stil heeft gezet. Als ik bevestig knik zegt ie dat ik hem maar moet volgen. Na nog een stukje gekronkel, inderdaad daar was ik nog niet eerder maar het is toch echt Tinnenpotstraat, springt zijn kleinen uit de auto om de grootvader te roepen. Die verkoopt het door mij begeerde object.

De oudere man klept oven open om te laten zien dat alles er piekfijn uitziet. Tevreden trek ik mijn portemonnee om de afgesproken twintig euro te betalen. Het fornuis was van zijn moeder. Eenennegentig is ze en op twee januari naar het rusthuis vertrokken. Akelig gevallen en het ging niet meer. Elke ochtend nog kijkt hij uit het raam van zijn huis, dat naast dat van zijn moeder is gebouwd, om te zwaaien om zich dan te realiseren dat ze niet meer daar is.

Zeg maar dat ik veel taarten zal bakken in haar oven.  Liefdevol aai ik met mijn vinger over het blinkende randje van het handvat van de oven.


Niet dood

Michele is verongelukt! Ik moet het drie keer vragen om te verstaan wat er gezegd wordt. Mijn hand beeft als ik het kopje thee van mijn bureau pak. Haar vette lach, hoofd in de nek, mond wijd open van pret. De ongepaste grapjes, hoe ze omgeven door een wolk van maismeel in mijn keuken met haar handen wappert. De beelden staan me levendig voor de geest.

Voor sommige mensen ben ik gewoon een beetje te veel ze zegt het met stralende ogen.

Ergens op een weg in Canada, amper vijftien kilometer van huis, houdt Michele op te bestaan. Een paar auto’s, winterse omstandigheden, een grote klap en dat is het dan.

Niet voor mij. Ik kan niet geloven dat iemand als Michele, zo vol van leven, zo’n sterke lichte ziel, zomaar kan sterven. Voor mij is ze altijd al aan de andere kant van de aarde. Geen tastbare plek, geen straat of huis waar ik me haar voorstel. Haar gulle lach klinkt in mijn oren, ik zie hoe ze het haar achter haar oren stopt en met grootse gebaren haar woorden onderstreept. Ze blijft aan de andere kant van de aarde.


Choc

Tien sandwichen, een ronde Suisse, twee boterkoeken met rozijnen en een donkerbruin gesneden, moeiteloos en geheel accentloos rolt het over mijn tong. Op en top Vlaams zoals ik daar sta in mijn donkerblauwe kleedje met botten en een kousenbroek vind ik zelf.

En doe maar tweehonderdvijftig gram bonbons. Er valt een doodse stilte, het meisje achter de toonbank in haar witte schort spert haar ogen wijd open. Bonbons, herhaal ik wat onzeker. Maak ik hier weer een enorme taalfout en is bonbons een vuil woord dat  Vlamingen nooit of te nimmer gebruiken?

Ze kijkt wanhopig naar haar collega, wat wil ze? vraagt die. Plots plopt het Vlaamse woord ergens in mijn hoofd tevoorschijn. Pralines! zeg ik opgelucht. Ja ze wil pralines piept de verkoopster. Haar collega wijst naar de doosjes Valentijnsbonbons.

Nee, die wil ik niet, ik wil gewoon een doosje met pralines. Ik word er een beetje zuchterig van. Ondertussen is er vijf minuten verstreken. De verkoopsters kijken nu naar elkaar. Een van de twee schuift in de richting van de kunstig op gemaakte chocolaatjes. Ik zal het wel doen. Het meisje dat me eerst zo aardig van brood en koeken voorzag schuift opgelucht terug tussen de broodrekken.

Verbaasd bezie ik het tafereel. Heb je een chocoladefobie? pols ik voorzichtig. Ik krijg geen antwoord en zo verlaat ik in doodse stilte de bakkerij. Nog dagenlang probeer ik te reconstrueren wat er nu eigenlijk misging.


Pluche

Er zit een dame met een zwarte bontmuts. Haar ellebogen rusten op het pluche tafellopertje ergens uit de jaren zestig. Ze heeft haar groene jas nog aan. Af en toe nipt ze aan haar glas witte wijn. Ze houdt in de gaten wie het café binnen en buiten gaat.

Ik zit aan een zelfde soort tafel en onderga haar onderzoekende blik gelaten. Ik koester me in de zon die door het raam zacht mijn contouren in schaduw op de vloer aftekent en bestudeer het interieur. Ooit hip en knus in de jaren zestig, daarna decennia oubollig en nu zeker hartstikke vintage.

Ik kan zien dat het rookverbod hier niks meer heeft kunnen redden. Alles heeft een bruinig patina van jarenlang nicotine van de sigaren van de notabelen en de journalisten die hier broederlijk glas en verhalen deelden.

De kastelein, heeft iets geruststellends, hij ziet er uit als het archetype van een betrouwbare cafébaas, gestreept overhemd,  zijn broek, opgehouden door een riem, misschien een paar kilo teveel maar dat verhoogt alleen maar het gevoel van gezelligheid. Met rustige, zekere gebaren beweegt hij zich door het café. Ik weet hier geen glutenvrije boterham maar soep met vermicelli, zachte witte boterhammen en uitsmijters met een grote gele dooier.

Ik voel me merkwaardig thuis als ik met mijn vingers patronen nateken in de tafelkleedjes waar mijn vingers diep in wegzakken.