Maandelijks archief: maart 2015

Achterstevoren

Het zwiert en het zwaait rond mijn in kousen gestoken benen. Ik streel met mijn hand over de stof van mijn pas gekochte jaren vijftig jurkje. Gevonden voor drie euro in de tweedehands winkel koop ik er een bijpassende, drie keer zo dure, blauwgroenzeegrijze bloem.

Vrolijk loop ik de hele dag met mijn uitdossing te pronken. Ergens in de middag ga ik naar het toilet en ontdek twee zakken aan de zijkant, netjes weggewerkt in de naad. Als ik er mijn handen in wil steken sta ik eindeloos te sukkelen. Het past niet.

Ik til de rok van mijn jurk hoog op om de constructie beter te kunnen bestuderen. De zakken zitten verkeerd om constateer ik. Peinzend bezie ik het geheel om dan te beseffen dat ik mijn jurk al de hele dag achterstevoren draag.

Giechelig trek ik de jurk uit en draai hem om. Mijn handen passen nu moeiteloos in de zakken. In de spiegel zie ik een intens truttige jurk. Snel haal ik mijn armen uit de mouwen en draai mijn jurk weer terug met de achterkant naar voren.


Draaiing

Als ik aan kom stappen vanuit de winkel zie ik een vreemde oude man in mijn auto zitten. Hij heeft een pet op en een rood gezicht. Een beetje hulpeloos sta ik naast de deur waar ik eigenlijk in wil. Vriend Jan springt aan de bestuurderskant uit de auto. Ik heb hem van de straat geraapt.

Als hij mijn verbaasde blik ziet legt ie uit hoe de man begon te wankelen op straat en zich duizelig neer liet zaken op de stoeprand waar hij vervolgens niet meer vanaf kwam. Zorgzaam heeft hij hem in de auto gezet. We brengen hem even thuis.

Thuis is om de hoek maar in de paar minuten die hij in mijn auto doorbrengt vertelt hij het verhaal. Tot 55 nooit een dokter gezien, nu kent hij ze allemaal, een bloedruk van 210.

Als hij uitstapt voor zijn deur, nog steeds behoorlijk bibberig, grijpt hij mijn hand. Ik zal het nooit vergeten dat jullie mij thuisbrachten. Verbaasd voor al die dankbaarheid voor zo een klein gebaar wijs ik naar Zus, mijn bejaarde gele ambulance: Ze doet alleen maar haar werk.


Klop

Midden op de dag in bad, muziekje erbij en een dampende mok thee op de rand. Ik weet de was die zijn schone rondjes draait in de machien zodat niet alleen ik, maar straks ook het bed kraakfris zal zijn.

in mijn badjes zit ik achter de computer na te dampen en te genieten van de zon op mijn rug. Een bezoek aan de wasserette stel ik nog even uit want de hele middag ligt nog voor me. Nu nog is het huis van mij alleen.

Uiteindelijk verzadigd door bad, thee en het verlummelen der uren prop ik de natte was in een grote tas. Verheug me op de krant die ik zal kopen als het goeie goed in de droger zit. Geheel tevreden met het universum en de plaats die ik daar vandaag inneem stap ik de straat op.

Vijftig meter van mijn deur, om de hoek hoor ik lawaai. Mannen spoeden zich langs me heen. Ze gesticuleren wild met armen en roepen elkaar toe. Ook al versta ik er geen woord van ik begrijp de strekking: Het gaat niet goed!

Het tafereel dat zich voor mij ontvouwd heeft iets weg van de schilderijen van Jheronimus Bosch. Mannen gaan elkaar te lijf met stokken en hamers. Er is bloed en gekrijs. Politiewagens komen met hoge snelheid aan en met rokende banden tot stilstand. Het blauwe licht weerkaatst in de ruiten van de huizen.

Motards blokkeren de wijk, niemand kan nog in of uit. Ik sta op de stoep, de tas met natte was hangt zwaar aan mijn arm. Ik denk dat mijn mond open is. Een vrouw met dikke steunkousen aan, in een grijs vest met donkerblauwe rok, grijpt me bij de arm. Haar gezicht vol expressieve rimpels knikt  en schud. In plat Gents doet ze haar verhaal. Ik versta er geen woord van, of toch, eentje wel: Broer!


Overmoed

Potgrond, bakken, kruiden, een frambozenstruik en twee bessen. Zo gelukkig als een kind huppel ik achter mijn kar door het tuincentrum. Truttige viooltjes in alle tinten paars schuimen over de rand van de winkelwagen.

Verlekkerd sta ik voor het rek met zakjes zaad: Radijs, raketsla, basilicum, koriander, ik neem ze allemaal mee. Hoe fijn zal ik zijn als ik straks zo naar buiten kan stappen om voor het eten de ingrediënten bij elkaar te plukken.

Het tafeltje, met fleurig kleedje, witte wijn in een beslagen glas. Mijn voeten met kersenrood gelakte nagels in charmante sandalen. Ik zie het romantische beeld van mijn betere zelf al zitten op mijn terras. Omringd door wuivend groen, verse geurige kruiden, een oase zal het zijn bij mijn nieuwe woonst.

Opgetogen steek ik mijn hand uit naar een zak kleine plantuitjes.

Naast ze sist mijn metgezel: Je hebt geen tuin!


Who I am

We zitten rond de tafel en doen een voorstelrondje. De man tegenover me verteld iets over zijn bedrijf. Hij voegt er aan toe dat hij een materialist is. Mooie auto’s, dure horloges, goeie restaurants, hij geniet graag van het leven en heeft alles gedaan.

De andere tafelgenoot haakt aan, hij is door een afschuwelijke scheiding helemaal van onder nul moeten beginnen. Hij had geen rooie cent meer over. Gelukkig houdt hij van zijn werk, maar schemert hij door Het zal ook wel moeten.

Terwijl ze hun verhaal doen vraag ik mezelf af wat ik straks ga zeggen. Zal ik vertellen dat behalve mijn ondergoed en kousen alles wat ik draag vandaag gekregen of tweedehands is, dat mijn auto een ouwe gele ambulance is, dat ik zelden iets tegen mijn zin doe en dat geld een van de laatste dingen is die mijn interesse hebben?

Ter plekke laat ik mijn pedante ik achter als ik vertel hoe ik hou van mijn werk, de mensen die ik ontmoet en de verhalen die ze meebrengen. Tijdens de wandeling steel ik hun verhalen over die ene grote liefde in hun leven en de angst om te verliezen.


Warm

Ik doe de ruit van mijn auto naar beneden. Achter glas prikt de zon al warm in mijn nek. De nieuwe zonnebril, gekocht in de kringloopwinkel staat ubercool maar de poten snijden wel akelig in het vel achter mijn oren.

Ik hum een beetje in het wilde weg, niks moet vandaag. Wat een geluk. Ik passeer een typisch Vlaams dorp. Kerk, plein met grijze betegeling en een strookje gras met bankje.

Op het bankje zit een oude man. Hij stroopt zijn lange broek af tot op zijn kousen. Hij zit daar in zijn shirt, met de broek op zijn schoenen. Hij sluit zijn ogen. Ik rij schaterlachend verder.


Struikelblok

Mijn adem vormt wolkjes en het licht is nog nauwelijks op. Voor me schuifelt een man met twee vuilniszakken in elke hand een. Zijn haar is grijs en lang. Onder zijn groezelige, ooit grijze, trainingsbroek draagt hij sloffen. Zijn voeten zijn bloot.

De auto veel te ver weg geparkeerd haast ik me voort, de eerste afspraak, dringende zaken, belangrijk, belangrijk. Zo op deze vroege ochtend zit mijn hoofd alweer boordevol plannen en moeten.

Net als ik de man kwiek voorbij wil steken zet ie een van zijn zakken neer. Te laat is mijn reactie en daar lig ik gedrapeerd op de stoep tussen de voeten van de man.

Madamsje, amai wat doedegij daar. Ik grijp zijn uitgestoken hand en sla geschrokken het stof van me af. Mijn kous is stuk en mijn ego geknakt. De man houdt nog steeds mijn hand vast die ik graag terug zou hebben. Mijn knie doet pijn. Ik verlang naar de privacy van de auto waar ik zachtjes wil snikken over zo veel ongeluk aan het begin van de dag.

Zijn vrije hand verdwijnt ik de zak van zijn jas, daaruit haalt hij een blokje chocolade met zilverpapier er omheen geplakt. Zo te zien bewaart de man de lekkernij al even in zijn zak. Hier, voor het verschieten!