Maandelijks archief: juli 2015

Stòm!

Slaperig nog spring ik uit bed. Mijn hersens en het lijf lijken nog maar weinig connectie met elkaar te maken. Ik strompel richting keuken en stap vol op een kleine plastic auto. Hij spat uit elkaar, de plastic splinters prikken akelig in mijn voet.

Koffie, kreun ik en druk op de knop van de waterkoker. De koffiemolen gaat vol met bonen, de dure Portugese besluit ik, de eerste werkdag na de vakantie moet ik goed beginnen. De machien begint te ronken. Op volle toeren vliegt het deksel los. een stofregen van koffie daalt over mij en de keuken. Mijn voeten laten twee onbestofte afdrukken na als ik opzij stap.

Uit de keukenkast pak ik de grootste beker die ik vinden kan. Kokend water en een theezakje, laat de koffie maar zitten. Terwijl de boel op kleur komt doe ik een kleedje aan en stop wat fruit in de tas. Hup, op naar het werk. Als ik de straat uit rij ontdek ik dat mijn beker thee nog op de keukentafel staat.


Macht der gewoonte

Op vakantie ontwikkel ik pijlsnel een ijzeren routine. Ik drink mijn koffie, loeiheet en met veel melk, elke ochtend bij het café onder mijn zomerresidentie. Het ontbijt, een mango en een stuk meloen, koop ik voor anderhalve euro bij de groentewinkel in de straat. Het is een beetje morsige winkel. De verschrompelde en beschimmelde groente wordt apart gehouden in een roze plastic emmer. Ze verkopen ook slakken, met een tekening van en vrolijke slak op een stuk karton boven de toonbank wordt het heugelijk feit aangekondigd. Soms ontsnapt er een via de roetsvrijstalen toonbank. Dan probeer ik voorzichtig te manoeuvreren met mijn stukken fruit om de vluchteling niet te pletten.

Tevreden wandel ik dan met een plastic tasje aan de arm naar mijn tijdelijke woonst, roze met een piepklein balkon, als ik mijn nek verdraai en ver over de balustrade leun zie ik de Atlantische oceaan.


Klein geluk

Ergens in een buitenwijk van Lissabon, een kleine overdekte betonnen markt. De geur van verse vis, grote bossen koriander en peterselie, knoflook, vers gebakken brood en kaas mengen zich tot een zware odeur die me afstoot en tegelijkertijd het water in de mond doet lopen.

De hal wordt bemenst door oude vrouwen. Een van hen, blauwe jasschort, grijs piekhaar, doet een een poging grote bollen knoflook aan me te verkopen. Ze lacht me als een charmant jong meisje toe, hoofd een beetje schuin, twinkelende donkere ogen. Het effect wordt versterkt doordat er geen enkele tand meer in haar mond te zien is. Het stoort ons niet als we tevreden een transactie afronden. Ik een bol look, zij vijftig cent.

Het hele tafereel speelt zich af onder het scherpe toezicht van de rest van de vrouwen achter de kraampjes en hun vriendinnen die met rieten tassen aan de arm, geleund over de toonbank, een praatje komen slaan. Nu duidelijk wordt dat ik niet alleen een toerist ben die komt aapjes kijken wordt er geroepen en gelachen.

Ik mag proeven van de vijgen, een vis wordt omhoog gehouden. Met zorg doe ik mijn boodschappen. Bij elk kraam probeer ik iets te kopen en een praatje te maken in zeer gebrekkig Portugees. De dames deert het niet, ze knijpen in mijn arm en gluren in mijn tas. Als ik bij het laatste groentekraam kom en drie pruimen wil kopen mag ik niet betalen. Een eeltige hand legt met zorg de pruimen bovenop mijn andere aankopen. De vrouw komt vanachter haar hoog opgestapelde groent, aait over mijn schouder en geeft me een duwtje in de richting van de uitgang.


Niks

Jeugdboeken zijn het, er staan er minstens 40 op mijn iPad zucht ik tevreden als iemand me vraag wat ik lees. Geen angst dat ze straks op zijn. Ik ben heel tevreden als mijn reisgenoten slapen, dan kan ik lekker lang lezen.

Krijg ik het te warm dan ren ik naar de oceaan, spring een kwartier in en uit de golven en duik gelukzalig terug  in mijn boek.

Nu is er visite, ze zitten te wachten in het café beneden. Het kind slaapt nog, jammer hoor ik kan nog niet komen bel ik naar mijn reisgenoot die al aan de koffie zit.

Op mijn tenen sluip ik terug naar de zetel, lezen!


Zeegroenappelblauw

De golven zijn hoog en woest, wind van zee en opkomend tij. Het gebulder overstemt alle geluiden van de drukte op het strand. Ik laat me wiegen, weg van de kust.

De bodem diep onder mij voel ik niet, mijn witte voeten drijven los in het heldere water. De strandwacht heeft als eens gefloten, ik waan mij min en laat me niet binden.


Beestenboel

Ik draai me lui op de handdoek, zand knarst tussen mijn tanden en tenen. De wind blaast de surfers met een staart van witte schuimpluimen over het water van het binnenmeer. In de verte blinkt de oceaan.

Ik lees kinderboeken, eet een pond kersen. Paars op mijn vingers en mijn lippen. In de middag doe ik een dutje.

Factor vijftig trekt witte banen over mijn vel. Vino Verde in een koel glas waarop druppels traag naar beneden  rollen. Rooie schouders markeren het einde van een vakantiedag.


Pink

De avondzon werpt zijn zijden stralen op het zacht roze appartementsgebouw. De dikke eiken deur glanst me indrukwekkend toe. Ik haal de sleutel uit de witte envelop met de routebeschrijving. Opgelucht pas ik de sleutel in het slot.

De klik blijft uit.

Ik haal de sleutel uit het slot en probeer opnieuw, niks. Ik duw met mijn schouder, niks. Controleer het huisnummer en wandel zelfs naar de hoek van de straat om de naam nog te lezen.

Daar sta ik 2000 kilometer van huis met een hond die opgewekt heen en weer springt, en een sleutel die niet werkt. Een telefoonnummer van de eigenaar heb ik niet want huis is van een vriend van een vriend. Die vriend is naar een trouwfeest honderden kilometers van Lissabon.

Ik druk op een willekeurige bel naast de deur in de hoop dat er iemand thuis is die argeloos op het deuropenmaakknopje drukt. Een krakende stem komt uit het kleine koperen rooster. Een vloed aan Portugees maar geen bevrijdende klik van de deur.

Nog een keer wrikkel ik met de sleutel in het slot en fluister Sesam open u! Het wonder is geschied. De deur zwaait open en ik stap de marmeren hal in.