Maandelijks archief: augustus 2015

Bevlekt ontvangen

De klamboe doet zijn werk goed. Er vliegt nog wel eens aan verdwaalde mug rond in het gaas die zich in het duister van de nacht laaft aan mijn bloed. Maar als je gewend bent aan een zwerm is één mug geen mug.

De klamboe is gekregen, en een cadeau kijk je niet te nauwkeurig in de bek. Bij het muggennet hoeft dat ook niet. Je ziet de gebreken zo wel. Er zitten hele rare donkere vlekken in:  Zou er een beest in geslacht zijn? Tussen de plooien plakt ook een soort staafje. Ik pruts het eruit. In een vreemd soort impuls ruik ik er aan: Pepermunt.

Merkwaardige conclusie trek ik, die niet voor publicatie geschikt zijn vanwege te gruwelijk dan wel te pornografisch. Aan de vlekken ruik ik trouwens niet, dat gaat zelfs mij, met mijn verdorven fantasie, te ver.

De vriendin waarvan ik de klamboe kreeg komt op visite. Uitbundig prijs ik de kwaliteiten van het net. Voorzichtig informeer ik naar de aard van de bevlekking.

Ze schatert als ik mijn verhaal doe. Kreeg de klamboe cadeau van een vriend, de tandarts, maar pakte hem nooit uit. Uit zeer betrouwbare bron weet ik dat de man wel van een experiment houdt. Het staafje gaat een geheel eigen leven leiden samen met de vlekken.


De Dichter

Voorzichtig schenk ik de wijn in het dunne antieke glaasje, ik drink op de verjaardag van De Dichter.

Aan onze eerste afspraak gaat een lange briefwisseling vooraf. De muziek waar hij van houdt, de cafés die hij bezoekt, boeken gelezen, losse filosofische gedachtes. In zijn zwart kriebelig handschrift komt het tot mij. Het duurt overigens ook wel even voordat ik kan ontcijferen wat er op de vellen dun papier staat. Elke keer als er een brief komt met de voor hem karakteristieke M maakte mijn hart een sprongetje van vreugde.

De winter is al koud en donker als we tot een datum komen die ons beide schikt. Hij zal eten maken en ik mag aanschuiven. Ergens in een cité van Gent word ik verwacht. Zijn beschrijving lijkt op papier belachelijk eenvoudig  en ook nog als ik hem aan de telefoon heb, hij ergens vanuit een cel in de Brugse Poort en ik vanuit mijn warme zetel thuis, lijkt het nog kinderspel.

Nu op die gure avond is het andere koek. De straatnamen amper te lezen en de straten die ik in zou moeten, allemaal eenrichtingverkeer, kom ik nergens. Het etensuur al lang voorbij doemt het politiebureau op. Ik stap binnen, schuif het groezelig en ondertussen gekreukte briefje onder de neus van de agent. Gedienstig maakt hij een tekening op de achterkant van mijn papier.

Ik vind het kleine huis, waar een zelf gefabriceerde kachel roodgloeiend staat, zonder verder moeite. De stampot, een beetje uitgedroogd maar met wat melk erdoor, nog best eetbaar. Zijn warme donkere ogen, de lachrimpels achter de bril met de kleine glazen. Zijn krullen, zwart bijna, die hij tijdens het spreken gedachteloos naar achteren strijkt.

Als ik moet plassen geeft hij me een kaars mee. Buiten op de koer is het gezamenlijk toilet. Mijn adem vormt wolkjes in de vriesnacht. Ik weet deze nacht vergeet ik niet meer.

Nu, in dit leven komen wij elkaar nooit meer tegen, ik drink mijn glas met kleine slokjes leeg. Op De Dichter, op leven!


War on terror

Beetje lezen, soms met de computer op schoot nog een fijne serie of een sentimentele film kijken. Mijn voor het slapen gaan rituelen zijn niet zo opzienbarend. Het begint pas spannend te worden als het licht uitgaat.

Zodra ik het knopje van de schemerlamp uit knip en mijn moede hoofd zacht op mijn kussen laat zaken hoor ik de aanvalstonen van de kamikazemug. Met ware doodsverachting stort het beest zich bloeddorstig op een naakt stukje mij. Ik duik onder het laken tot het gezoem verstomd. Zodra ik een arm, been of een ander lichaamsdeel bloot laat begint het hele spel opnieuw.

Ik probeerde al de wapper techniek met het dekbed en vond bij het ontwaken daadwerkelijk een dooie steekmachien tussen de plooien. Veel vaker helpt er niks. Er duiken zelfs bijtbeesten op die niet zoemen maar mij achter laten, na de kus des doods stel ik mij zo voor, met een brandende rode bijtplek waar enkel wanhopig krabben uitkomst lijkt te bieden.

Zo stommel ik nacht na nacht ergens halverwege mijn slaapcyclus naar de bank, met de ventilator boven mijn hoofd ben ik veilig. Muggen en ander gespuis houdt niet van draaiende wieken. Elke ochtend word ik dan wakker met een patroon van gehaakte vierkantjes over mijn hele vel.

Vandaag besluit ik dat het afgelopen moet zijn. Geen woeste haakpatronen, jeukende bobbels, brandende plekken of zwiepende ventilatoren die me mijn kostbare slaapuren kosten. De gekregen klamboe is een onneembare vesting. Laat nu de slaap maar komen.