Up

Het miezert, ik sta met een vreemde rooie pothelm op mijn hoofd geklemd te luisteren naar de instructies van een man die zich kalmpjes los en vastklikt aan ijzeren kabels en katrollen. Ik draag een soort van harnas over mijn jeans dat al mijn vetrollen extra laat uitkomen. De instructiehunk trekt het in mijn taille nog wat strakker aan bij de inspectie.

Het touwparcours tussen de bomen wacht.

Ik sta onder aan de trap en tuur de hoogte in. Dit is het laag parcours, hier moeten we beginnen. Zo laag is het niet want ik zie de eerste hindernis op een meter of zes boven mij. Mijn maag begint een beetje raar te doen maar ik laat me niet kennen. ‘De vrouw waarmee ik samen de bomen zal beklimmen staat voor me. Ik ben op vakantie met het werk. Na drie treden op de ladder zegt ze beslist: Ik wil dit niet meer.

Voor de vorm sputter ik nog wat tegen, ergens in mijn achterhoofd staat het koor te jubelen. Hoera ik hoef niet!

Ze wil wel de tokkelbaan doen. Samen met de instructeur zoeven we meters naar beneden. Vreemd genoeg heb ik daar geen last mee. Gierend van pret stap ik op 20 meter hoogte van een plateau om de “Deathride” te doen.

Daar is nog een tof parcours met een paar kleine tokkelbaantjes.  De hunk wijst ergens naar vanachter met zijn hand. Ik huppel voorop want naar beneden roetsjen is mijn ding. Met wapperende haren zoef ik over de touwen.

Op het derde plateau aangekomen kijk ik plots in een gapende afgrond. Nikste roetsjen. In het midden bungelt een touw met een knoop. Je moet er op zitten en zwieren naar de andere boom, een kleine drie meter verder.

Mijn benen blokkeren onmiddellijk, mijn mond is kurk droog. Ik kijk wanhopig achterom. Nergens een ontsnappingsroute. Ik kan alleen maar voorwaarts waar het touw me toegrijnst. Mijn collega aarzelt maar zwiert toch naar de overkant.

Daar sta ik, bevroren op minstens vijftien meter hoog, vastgeklipt aan een boom. Ik probeer mezelf geruststellend toe te spreken. Dat ik veilig vast hang in een belachelijk harnasbroekje, dat mijn collega, die zelfs nog kleiner is dan ik, ook gezwierd heeft zonder een hartinfarct te krijgen.

Even overweeg ik om keihard on hulp te krijsen zodat de hunk me met een helikopter zal moeten komen redden want ik ga deze boom echt nooit, niet, never, meer loslaten.

Dan spreekt mijn kleine blonde collega me liefdevol maar streng toe: Niet naar beneden kijken. Kijk in mijn ogen en spring, je kan het, ik vang je op.

Geen idee wat me bezielt maar even later vlieg ik door de lucht en sta ik aan de overkant. Deze scene zal zich nog minstens tien keer herhalen voor ik veilig op de grond sta. Daar zoen ik mijn collega en draai ik krankzinnig krijsend rondjes tot ik omval van het lachen.


One response to “Up

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: