Maandelijks archief: januari 2016

Buitengewoon

Nog een extra glaasje wijn, en de volgende aflevering van mijn lievelingsserie kan er ook nog best achteraan. Morgen ben ik vrij en daar verheug ik me enorm op. Géén wekker gezet, het bed verschoond en de kussens lekker opgeschud.

De volgende ochtend om kwart over acht gaat de telefoon, een lekke band met Zus. dat zou niet zo’n probleem zijn ware het niet dat ik drie dagen eerder ook al een band lek had. Geen reserveband dus.

Vriend wakker maken, een snel tasje thee en hup in de ouwe boekenbus om man te redden. De telefoon gaat weer, man om te vertellen dat er een groot ongeluk is en dat er omgereden zal moeten worden. Natuurlijk mis ik de afslag, sta ik alsnog een kwartier vast voor ik veilig kan omdraaien.

Man staat te kleumen naast de knalgele. Hij wordt deftig afgezet bij zijn afspraak dertig kilometer verderop. Ik tuf door naar Breskens, daar liggen mijn vier winterbanden in het schuurtje van Het Kind.

Terug naar Zus om de band te verwisselen. Dat gaat best goed, kleinigheid daar gelaten: Ik vergat de bouten nog een keer aan te draaien nadat de krik er vanonder was. Wel al na twintig meter rijden aan gedacht.

Zus terug naar de man brengen, weer dertig kilometer heen en terug. Om half twee (en tweehonderdkilometer achter de kiezen) ben ik terug thuis. Net op tijd voor een snel bakje yoghurt en deftige kleren aan doen want ik heb een afspraak vlak bij Antwerpen.

Als ik in het schemerdonker eindelijk weer de straat in draai, vind ik nog net een parkeerplaats. Bij het indraaien hoor ik een enorm gekraak. Suffig trap ik op de rem en zie hoe de boekenbus muurvast zit tegen de bumper van de auto achter mij.

Terug achteruit lijkt geen goed idee, nog meer schade schat ik in dus draai ik rustig door tot ik min of meer langs de stoeprand sta. Meteen tikt een mevrouw met hoofddoek en verwilderde blik op mijn zijruit. U heeft tegen mijn auto gereden.

Samen vullen we een schadeformulier in. Haar neef, haar broer en de buurvrouw van een paar huizen verder bemoeien zich er allemaal mee. Als de broer de situatie wil gaan tekenen op het schadeformulier grijp ik in. Het lijkt me beter om zelf de pen ter hand te nemen. Gekwetst kijkt hij me aan. Gelukkig spreekt ie niet genoeg vlaams om zijn gevoelens uit te drukken.

IJskoud, aangeslagen door een stomme aanrijding, terwijl ik toch een goede chauffeur ben maak ik eenmaal in mijn eigen nest een pot thee. Ik zet hem op de tafel om er een tasje bij te nemen. De pot wankelt even op de rand van mijn eettafel en valt dan met een ferme klap op de grond. De liter kokende thee wordt snel opgeslurpt door het tapijt.

Doodstil bezie ik de ravage en voel hoe de slappe lach een enorme huilbui verdringt. Tijd om terug in bed te kruipen!

 

 


Scharlaken

Zacht glanzend met een klein kwastje, met het puntje van mijn tong van inspanning geklemd tussen mijn lippen, want ik wil het netjes doen, strijk ik de lak op mijn tenen.

Strek mijn benen en mijn voeten om zo beter te kunnen genieten van mijn vrolijke tenen. De lak, eenmaal droog streel ik met mijn vinger.

De winter is anders zo saai!


Hopsakee

Puntje van de tong uit mijn mond, voeten op schouderbreedte, licht door de knieën gebogen sta ik in mijn atelier. De knotsen laat ik ronddraaien in de lucht voor ik ze opvang. Meestal heb ik er één in mijn hand, ligt er één op de grond en vliegt er eentje, zoals het hoort, netjes boven mijn hoofd om al draaiend, precies goed in mijn hand te vallen.

In een kringloopwinkel lagen ze roze met wit kunststof op me te wachten. Vijftig cent las ik op het groezelige plakkertje. Ze hebben precies genoeg gewicht om deftig te leren jongleren. Ik vind het gesukkel met rondvliegende knotsen nogal zen en grijns van kinderlijk plezier.

Mijn wangen gloeien van inspanning: Kijk, kijk het lukt! Ik roep naar de drummer die een enorm lawaai produceert achter zijn batterij trommels en schijven. Wel zeven van die metalen pannenkoeken houdt hij in beweging. Mij deert het niks, maar tijdens het harde roepen om de aandacht te trekken verslapt de aandacht voor de knotsen.

Op het moment dat hij zijn blik op mij richt grijp ik mis en valt een van de best wel zware knotsen precies op mijn nagel. Die knakt en in plaats van triomf te vieren ren ik, al roepend van ergernis en pijn, kwaad een rondje.

De man achter het drumstel onderdrukt zijn lach en informeert beleeft of het wel gaat. Zijn voet kan hij niet stil houden. De basdrum slaat de maat van zijn woord.

 


Met het oog op vandaag

Er is een nieuwe Turkse superette geopend, afgelopen zondag was het een komen en gaan van mensen met een levensgroot bloemstuk onder de arm. Ik word er een beetje moeilijk van: De winkel is gesitueerd naast mijn eigenste Turkse supermarkt. Ik laat de nieuwe winkel uit een soort vreemde solidariteit links liggen, sinds ik op de Muide woon haal ik mijn dagelijkse niemendalletjes bij de aardige mevrouw die met enige regelmaat een gratis lolly voor een van de kindekes meegeeft.

Vandaag is mijn winkel dicht. Samen met man overleg ik wat te doen. Afvallig zijn of niet? We proberen het gewoon, misschien zijn ze stik sjagerijnig dan komen we er nooit meer. Ik koop mij een pot tahin, een reuze zak gedroogde pepermunt, een granaatappel  en een blik kikkererwten (ja dat past allemaal in één recept dat wel direct en onmiddellijk gekookt dient te worden). Aan de kassa stapel ik de hele zwik op de band. Nergens een pinding te bekennen.

Nee, pinnen gaat nog niet, we zijn nog maar pas open mevrouw. Bent u uit de buurt? Ik leg uit waar ik woon, achter de grijze poort. Ahja die kent ze, familie van haar woont daar vlak naast. Ik ben in deze wijk opgegroeid. Ze zegt het vol trots, deze jonge vrouw heeft haar droom waargemaakt, een eigen supermarkt in haar wijk!

Kom morgen maar betalen! Ze straalt me vol vertrouwen toe. Als ik aangeef best efkes naar de bank te kunnen wandelen wuift ze dat voorstel weg. Nergens voor nodig, ga maar lekker koken!

Huppelend huiswaarts ga ik. Hoe geweldig is dit, kopen op de pof, zo lijk ik precies een echte inwijkeling.

Thuis pas ik, om de vreugde te vervolmaken, een zijden, groene kaftan die bij elke beweging van kleur verschiet. Gekocht in de kringwinkel deze morgen voor bijna niks. Ik vind nergens een rits of knopen die open kunnen maar wurm het wufte gewaad toch over mijn hoofd.

Ik trek en kronkel. Muurvast rond mijn borsten zit het. Ik voel me geplet, zweet breekt uit, krijg ik het ook niet een beetje benauwd? Straks stik ik nog. Op geen enkele manier krijg ik er nog beweging in. Niemand in mijn huis om me te helpen. Ik strompel de trap af om de buurman om hulp te vragen.

Als hij uitgelachen is trekt ie met veel moeite het hele geval over mijn hoofd. Opgelucht haal ik adem. Weer thuis bekijk ik op Facebook zeven manieren om pijnloos te ontharen. Alleen maar om te beseffen dat het met mij allemaal wel meevalt ook al kom ik net terug van mijn gebuur die me uit een kledingstuk moest pellen.


Her-inneren

Met naalden die in mijn armen prikken en zich een weg proberen te zoeken in mijn kousen, richting knieholte sta ik op een trapje om de kerstboom leeg te plukken. Ik hou niet echt van kerstbomen, bezweken onder de kinderdrang is het uiteindelijk toch reuze gezellig, maar het afbreken daar blijf ik van gruwelen.

Bal na huisje en tere vliegende kerstman draai ik in krantenpapier om ze te stapelen in een kartonnen doos. Onder in de doos ligt een stapel oude kerstkaarten. Die kunnen gerust weg bedenk ik me. Ik blader de kaarten even door, stel je voor dat er nog ergens een briefje van 25 gulden in zit.

Ik sla een truttige kaart open. Ruik hier maar even, het staat er in een voor mij bekend handschrift. Een kaart van Rens, mijn aanstootgevend lekker ruikende collega waarmee ik uur na uur doorbracht in de reportagewagen Stekel. Ik stop mijn neus in de kaart en snuif, de tranen rollen onmiddellijk over mijn wangen. Ik hoor zijn brommerige stem. De geur is nog subtiel aanwezig. Ik mompel dank je wel lieve Rens, en zwaai slapjes naar de hemel boven mij, tegen beter weten in.

Ik leg de stapel kaarten terug in de doos, de kerstversiersels  gaan er heel voorzichtig bovenop. Ik verheug me al op het versieren van de boom volgend jaar. Dan stop ik mijn neus weer in een oude kerstkaart.