Maandelijks archief: april 2016

Juist

Mijn jurken en rokken krijg ik van mijn bejaarde buurvrouw en moeders van vrienden. Zo weet ik mijn zeegroenappelblauwejurk op het vijfentwintigjarige huwelijksfeest van de broer van de man van Marjette een kleine dertig jaar gelden.

De zacht oudroze onderjurk is me iets te groot. Geen probleem want daardoor valt hij soepel rond mijn heupen. Ik haalde hem uit de naar lavendel geurende klerenkast van mij al lang overleden grootmoeder.

Zie ik op straat een oudere dame met een prachtig gemaakt jaren vijftig jasje of een zwarte jurk van zware stof dan zou ik haar willen doen stoppen en vragen: Maak mij erfgenaam van al u kleren! Ze zullen anders verdwijnen in een of andere zak. Ik zal ze koesteren en met liefde dragen, hun verhalen opnieuw vertellen.

Mijn oudere vriendinnen kennen mijn hang naar oud, deftig gemaakt, zwierig en ruisende stoffen. Ze stoppen me soms iets toe met een verlegen glimlach, want ach het is niks bijzonders.

Als het gezicht van de vorige eigenaresse op stralen gaat zodra ik me kom presenteren weet ik: Dit is de mijne!

 


In de Plooi

De plooien van mijn jurk doen een dansje rond mijn kuiten. Kuise kousen en klikkende hakken op de trap verdwijn ik rap naar boven.

Zeker van mijn zaak en het effect

Voorzichtig trek ik de trui aan die al een tijd over de stoelleuning hangt. Mijn mondhoeken krullen en mijn wangen kleuren.

Hoe meer ik aantrek hoe kwetsbaarder ik mij voel.

 


De wereld

Het is druk in de metro, bij elk station stromen er meer mensen binnen. De meesten proberen zorgvuldig elk contact te vermijden. Ze staren naar een punt ergens ver voor zich uit. Een meisje praat tegen een oudere vrouw. Een kleine roze rugzak hangt scheef op haar rug. Ze probeert een rondje te draaien om de blauwe stang.

Ik scan mijn mede passagiers. Er zijn veel jonge mannen, ze hebben tassen en grote jassen, daar zou je met gemak een bom in kunnen verstoppen. Ik vraag me af wat een jonge gast zou kunnen denken voordat ie zichzelf in duizend stukjes blaast.

Zou hij tevreden zijn vanwege de drukte zodat ie met een druk op de knop lekker veel mensen kan ontploffen? Of denkt ie aan zijn moeder die nu thuis de boterhammen smeert voor een van zijn zussen? Aan zijn kameraden die hem het gevoel geven dat er geen andere weg is? Plas je in je broek van angst vlak voordat je ontploft of zou dat het ontstekingsmechanisme kapot maken?

Ik laat de gedachte los, een beetje beschaamt wel omdat ik zulke vreemde dingen denk.

De deuren zoeven voor de zoveelste keer dicht, nog één halte en ik moet er uit. Dan vult de wagon met wonderschone musette. De accordeonmuziek huppelt langs de passagiers, een voet tikt mee, schouders wiegen zachtjes op de maat. We knikken naar mekaar. Mind the gap roept de luidspreker mevrouw. De man met zijn accordeon draagt een grijs pak en heeft een glimmende kuif. Ik krijg een vette knipoog als ik zwaai.

Zou een zelfmoordkind zich opblazen in een treinstel waar een man met de accordeon ons allemaal ontdooit?

 

 

s