Maandelijks archief: juli 2016

samenhang

Ik geloof niet in Jezus ook al staat ie al jaren in plastic te swingen op het dashboard van de auto. Mijn Jezus komt trouwens ook niet uit het Midden Oosten. Hij is gemaakt in een fabriek in Texas. Ik ben sterk gehecht aan mijn plastic Jezus. Elke winter overweeg ik een cape voor hem te frutselen, gelukkig komt het er nooit van.

Jaren geleden fietste ik naar Rome. Op een paar honderd kilometer na helemaal alleen. Regen, sneeuw, ontspoorde treinen, een afgelopen ketting en nul kennis van fietsreparaties, heimwee, onversneden puur geluk en krakzinnige ontmoetingen onderweg maakten mijn tocht heroïsch. Het licht zag ik niet onderweg of bij aankomst in Rome.

Onderweg, te voet, van Waterlandkerkje  naar Parijs brandde ik in elke kapel een kaarsje. Ik dacht niet aan Jezus of God maar aan mijn lieve grootmoeder. Ze zou overdreven trots geweest zijn mocht ze nog leven. Zelfs toen de tocht onverwachts eindigde in Remy sur l’eau zag ik daar geen teken in.

Binnenkort stap in naar Santiago de Compostela en de fietstocht volgend jaar naar Lourdes staat ook al gepland. Weer zal ik het licht van De Heere niet zien.

Op straat voor mijn huis vind ik een voordeursleutel met een wit konijnenpootje als sleutelhanger. Peinzend weeg ik hem op mijn hand. Leg ik hem op de vensterbank van een willekeurig huis? Schrijf ik met krijt op de stoep waar de sleutel afgehaald kan worden? Tijdens het nadenken loop ik een stukje op de stoep. Bij een  bruine deur houd ik stil. Ik steek de sleutel in het slot, moeiteloos gaat ie naar binnen. Tevreden haal ik sleutel uit het slot en steek de sleutel in de brievenbus.


Belachelijk

Een zak met een half afgekloven rozijnenkoek, een flesje appelsap met nog één slok in, parkeerbonnetjes in geel en wit en her en der een appelklokhuis en speelgoedjes uit verrassingseieren. Ik verzamel de rotzooi uit mijn ouwe gele mug, Zus, om ze in een prullenbak aan de muur van de winkel te proppen. Ik wacht op mijn afspraak in een dorp waar ik verder niemand ken.

Een grijze kleine auto vol joelende mannen komt aangereden. Ik doe net of ik niks zie want voor mij kan het niet zijn. Ze toeteren en roepen. De mensen in de winkel komen kijken, een vrouw die op een trap haar ramen lapt stapt voorzichtig naar beneden om te zien wat er gaande is.

Mottig kijk ik achterom wat dat geroep en gedoe te betekenen heeft, stelletje sukkels, ik denk het hardop. Er blijft maar lawaai uit de auto komen. De mannen staken het roepen niet.

In vol ornaat richt ik me op en buig me langs de neus van Zus op eens flink te keer te gaan. Met mijn bril op het puntje van mijn neus en een preek over de vrouw als lustobject en de man als hersenloze sukkel op het puntje van mijn tong

Het zijn de zigeuners, mijn zigeuners! Ze stralen, lachen en wuiven vanuit het koekblik. Een van hen zit geperst tussen de deur en een contrabas. Ze buitelen van het lachen bijna uit de auto, of ik het niet zag, en morgen bij het optreden zal ik ze weer zien, dan doe ik toch zeker wel een kleedje aan!

In luttele seconden verander ik van lustobject in ouwe bekende.

 


Optimistisch

Het ochtendlicht is nog pril als ik op de fiets door Gent speer. Wind waait slaap uit mijn ogen. De wegwerkzaamheden waar zelfs de fiets niet doorpast vertragen me maar efkes. Ik fiets en mijn haar wappert.

Het ziekenhuis, waar ik me deze morgen zo vroeg moet melden, is ook nog maar net ontwaakt. Traag gaat alles maar de mensen zijn vriendelijk en het ruikt er naar vers gebakken brood in plaats van ontsmettingsmiddel.

Nucleaire geneeskunde staat er op de bordjes van mijn afdeling. Overal de stralingstekens die me in opgewekt geel verwelkomen. De mensen in de wachtkamer slaperig en stil, het aanbod van leesvoer, de Dag Allemaal en infofolders over een hartinfarct en hoe dat te herkennen laat ik liggen.

Met mijn eigen lekkere dikke boek op schoot sluit ik me af voor mijn omgeving. Ik wil het verhaal van de broodmagere man in een rolstoel met een mondkapje niet horen. De oude mevrouw in de rolstoel dut, haar begeleider verdiept in zijn telefoon.

In ben aan de beurt voor mijn dosis radioactief materiaal. De man, met de injectienaald in de hand kijkt me aan. Ik dreun braaf mijn naam, adres en geboortedatum op. Bent u zwanger of geeft u borstvoeding? Hij knippert zelfs niet met zijn ogen als hij me de vraag stelt.

Zeven augustus negentien drieënzestig!