Maandelijks archief: augustus 2017

Ridder

Friedman nestelt zich in het holletje tussen buik en knieën als ik me installeer tussen de wit linnen lakens. Het oranje van zijn vacht gloeit in het warme licht van mijn schemerlamp. Hij snort nog voor ik zijn kop kan kriebelen. Vol verwachting van het goede.

in het beginnende ochtenlicht op de boerenbuiten waar niks te gebeuren een groot goed is drink ik mijn koffie. Een flinke laag opgeklopte warme melk vergroot het comfort. De appelboom in het weiland achter mijn tuin draagt glanzende vruchten. Ik droom van potten vol moes die op mijn kelderplanken staan te blinken.

De gast in het radioprogramma, daags na de aanslagen in Spanje, is een verstandige vrouw. Ze spreekt over hoe de landen als Saoudi Arabië met rust gelaten worden vanwege economische belangen. Hoe dat soort landen een vrij brief krijgen om haat te prediken via elk beschikbaar kanaal. Hoe zelfgenoegzaam we in de Westerse samenleving op onze eigen borst staan te kloppen.

Wie gaat er nu iets aan doen? De woorden van de journalist echoën de hele dag na als was mijn hoofd een glanzend witte lege badkamer.

Opgekruld in bed met mijn hand op het sonore snorrende lijf van de kat beslis ik dat ik er iets aan ga doen. Ik kook mijn hoop voor morgen en streel wie mij lief is.


Een liefde

De man staat aan de deur. Zijn glimlach is uitbundig, de toon zeer luid. Volgens hem kan het feest pas beginnen nu ik er ben. De man is mijn geheel onbekend, ook het naambordje op de revers van zijn dure colbert doet geen enkel licht ontbranden.

Zijn ogen lachen niet mee. Halfverwege zijn wangen stokt de emotie. Nadat hij met twee handen de mijne heeft omvat dwaalt zijn blik af naar ergens over mijn schouder. Hij zoekt interessante buit en ik ben dat duidelijk niet.

Ik voel me verloren. In de zaal is maar een man die ik liefheb. De man met het kleine hartje. Hij belt me als hij weet dat het niet goed met me gaat. Hij betaald mijn koffie’s ook als hij geen cent te makken heeft. Hij zou de wereld aan me geven mocht ik dat vragen.

In de verte staat hij druk te gebaren in een groepje valse mannen. Hoe hij de schijn van instant geluk op kan houden, zo kan niemand het. Ach het gaat er niet om wie hem gelooft denk ik. Mijn tederheid voor hem is net zo oprecht als de zijn liefde voor mij.


Druilerig

Ik hou van de kleur van de binnenkant van schelpjes, de geur van de regen, volle maan, een waslijn met houten knijpers netjes op een rij. In het schemerlicht eet ik gewikkeld in mijn versleten lapjesdeken het laatste stuk chocolade met nootjes.

Ik tel mijn zegeningen en vervloek het lot dat mijn vriendinnen meepakt zonder schroom. Hoe ik elke verjaardag verder van ze weg leef en de onbegrijpelijkheid daarvan.

Ik lak mijn teennagels parlemoerroze omdat het zo goed bij mijn zacht zijden onderjurk past.

 


De Dichter

Vol bewondering over mijn hellingproefcapaciteit bejubelt de dichter mijn rijkunst. Zelf slingert hij zich met fiets en duim over de wereld. Ik ken de vermakelijke verhalen over zijn liftavonturen of hoe hij vluchtend voor het naderende onweer binnen rent bij interessante oudere dames of aantrekkelijke jongere die hij dan meeneemt naar België.

Het vuur in zijn donkere ogen maakt me gelukkig en aan het lachen. Regelmatig komt hij me bezoeken op de boerenbuiten. Bij de houtkachel spelen we met zijn allen scrabble: Ik verlies altijd. Op de lange wandelingen door de sombere winterse polder neemt hij me bij hand.

Ik herken zijn stap en de geur van vertrouwen die hij met zich meedraagt. De brieven die blijven komen, hoe ver zijn reis hem ook voert. Zo weven we de draden. Altijd is daar weer het moment dat zijn terugkeer aankondigt.

We hebben de tijd van de wereld als we afscheid nemen. Natuurlijk niet voorgoed, voor ons is er zeker later. Gisteren was hij jarig en ik vier de mijne morgen. Later is er niet meer. De dichter is dood en vanmorgen kondigde de verandering van het licht het begin van de herfst aan.