Maandelijks archief: maart 2018

Braaf zo!

Deftig vind ik mijzelf, In de Vlaamse zin van het woord dan. Ik betaal mijn belasting, benader mijn medemens met compassie, sla nooi iemand op zijn muil, heb een keurige baan en doe vriendelijk in de supermarkt ook als ze tegen mijn billen botsen met een karretje. Ik doe zelfs pogingen om het Belgische alvalscheidingssysteem te snappen.

De sleepwet zou, als ik de politieke propaganda geloof, geen enkel negatief gevolg voor mij kunnen hebben want ik ben een brave burger.

Het begrip brave burger lijkt mij nogal aan interpretatie onderhevig.

Wat als ik een vluchteling een veilige haven biedt, medische hulp regel voor iemand zonder papieren, een warme maaltijd verzorg op een plek waar mensen op de dool terecht kunnen?

Verdraagzaamheid , compassie, solidariteit, het recht op wonen en leven en medemenselijkheid, die christelijke waarden kunnen een mens lelijk opbreken.

 


Wie geeft zijn liefde aan de wolf

Ik loop met een groep stadsratten door de Limburgse bossen, de jongeren tussen de zestien en achttien lopen met hun hippe sneakers te soppen op de kletsnatte modderpaden. Hun jassen zijn ook al niet bestand tegen de hoeveelheid regenwater die vandaag uit de hemel valt.

De nattigheid weerhoudt hen niet van kattenkwaad. Regelmatig ben ik er een stel kwijt. Ze staan te roken achter de bomen, bekogelen elkaar met mottige dennenappels en laten zich afzakken om elkaar te stompen of pootje te lichten.

In het begin verdraag ik het stoïcijns maar na dag twee in de gietende regen met achttien jongens, hun rugzakken waarin alles kletsnat wordt en vuurtjes die weigeren te branden ben ik het spuugzat om als een ouwe bomma elke keer de mannen tot de orde te roepen.

Ik roep ze allemaal samen. Ik vertel ze over de wetten van het bos. De zwakste dieren lopen in de natuur achteraan de kudde. Er zitten wolven in dit bos, niet veel, ze zijn schuw en hongerig. De jongeren kijken me ongelovig aan. Ik blijf bloedserieus. De stad is hun jungle, daar zouden ze mij zonder problemen alle hoeken van de straat kunnen laten zien. Van het bos weten ze niks, daar ben ik Tarzan.

De waarschuwing dat ze beter dicht bij de groep en mij kunnen blijven nemen ze ter harte. Je weet te slotte nooit en geen van hen wil gebeten worden door een wolf.

Afgelopen week nam ik het nieuws tot mij. De wolf is doodgereden, langs de weg naar Opoeteren. De weg naast mijn bos, het bos waar ik doorheen trek met de stoute jongens.

Ik lieg nooit!