Maandelijks archief: april 2018

In de weide

Bij elke stap die gezet wordt plakt de jeans aan mijn been. De hars van het plakken in de doeken is een hardnekkig goedje. Ik weet dat er eigenlijk een kuisproductje op losgelaten moet worden. Liever heb ik het plakken om me te herinneren aan het klimmen.

In mijn hoofd is de lente in volle glorie losgebarsten. Ik luister naar onnozele vrolijke muziek. Neurie liedjes van Lucky Fonz. Ideeën doen haasje over, ik kom tijd te kort, heb zin om te vrijen. Serieuze zaken schreeuwen om aandacht maar ik loop met mijn neus in de lucht en blote voeten op nat zand.

Op de piano rennen mijn vingers van links naar rechts. Ik struikel over de oppaskatten, krijg een opdonder van het paardenschrikdraad en een schaap denkt dat het lekkerste hapje van de hele wereld in mijn jaszak zit.

De aspergesoep van schillen en kontjes wordt precies wat ik verwachtte. De nerveuze energie van een verliefde tiener raast door mijn lijf. Misschien zou je beter een pilletje nemen zegt de vrouw  die tegenover me zit wanneer ik woest met mijn armen zwaai en en passant een beker ouwe thee van tafel mept.

 


Hamelen

Ik zet me op een stoeltje buiten in de avondzon. Ik moet er bijna van zuchten zo idyllisch is mijn uitzicht: De oude notenboom, het weiland met de ezels, mijn konijn languit in het gras en de kipjes die scharrelen en een zandbad nemen. Het duurt even voor mijn brein beseft dat het bruine huppelende in de kippenren geen blaadjes zijn.

Vier jonge ratten buitelen over elkaar heen. Wanneer ik een ijselijke kreet slaak waggelen ze voor de vorm richting ingang van hun gangenstelsel. Nog voor het geluid van mijn schreeuw verstomt rennen ze alweer tussen de kippen om tikkertje te spelen.

De volgende middag sta ik te staren naar de planken vol rattengif in het plaatselijke equivalent van de Boerenbond. De een doodt nog sneller dan de ander. Ik weeg de groene gifvoederbak op mijn hand en lees de gebruiksaanwijzing.

Vier ben ik en onafscheidelijk met mijn hondje Teddy. Hij past net zo makkelijk in de binnenzak van mijn vaders jas als in mijn wandelwagen. Op een dag is Teddy weg. Hij zit in de schuur en is ziek, rattengif zegt mijn moeder. Teddy komt nooit meer terug.

Het gif gaat terug op het schap, de poes Friedman, de kindjes en de kerkuil die elke avond amechtig komt hijgen op mijn dak kunnen met mij opgelucht ademhalen. Ik bel de rattenvanger. Hij komt met honden en zijn fretten. Nou ja als ik efkes wil wachten want vanmiddag sneed hij het topje van zijn duim!


Struikelmuts

Mijn taart ontploft in de oven, de vanillepudding drupt van de wanden en het rek waar mijn vorm opstaat. Donkere rookwolken ontsnappen uit de deur en vanuit de oven klinkt luid gesis.

Het brood dat daarna in de min of meer schoongebikte oven gaat krijg ik niet uit de vorm. Uiteindelijk hak ik met een mes de helft van mijn brood in kruimels.

Ik breek een schoteltje, een glas, stoot mijn beker thee om en trap op de staart van de kat. Het is zo vreselijk dat krankzinnig lachen het enige is wat me rest om de dag dragelijk te maken.

Ik spreek af met mijn vriendin om te trainen. Geestelijk bereid ik me voor. Ik zal als een zoutzak aan de doeken hangen. Niet in staat om me verder dan tien centimeter van de grond te verheffen. Godzijdank hoef ik me bij haar niet te schamen.

Om het iets makkelijker te maken spoort ze me aan om hars te gebruiken, dan plak ik lekker aan de doeken. Met mijn armen grijp ik boven mijn hoofd, trek mijn benen op om af te zetten: Het mirakel is daar, ik klim naar boven.

Weer thuis lak ik mijn teennagels in hysterisch rood, halleluja!