Auteursarchief: vestje

Ook goeiemorgen

Amper negen uur is het en ik sta te wachten in het gemeentehuis. Ik heb een afspraak met iemand die ik in het kantoorgebouw druk met iemand anders zie praten. Ik ben moe, het opstaan was deze morgen een moeizaam gebeuren. Na drie weken non stop werken is het hoofd propvol. Ik verlang naar rust en nul verplichting.

Tijdens het wachten hoor ik het gesprek van een man aan het loket. Trainingspak met hier en daar een gaatje, schouders gebogen, ouwe sneakers. Ik classificeer onmiddellijk , dit is iemand in de categorie “ mens met een kwetsbaarheid”. Hij moet ook efkes wachten. Wanneer hij zich omdraait valt zijn milde, vrolijke blik op mij. Ik weet intussen dat hij bij het Leger des Heils woont.

Ik ben zelf kek gekleed vind ik: Panty’s, bloemenkleedje, zwierige vintage donkere trenchcoat en mijn Pipi Langkous lievelingslaarsjes. Mooie laarsjes mevrouw, u ziet er prachtig uit, vooral met die bijzondere schoenen. Vorige week had hij ook al een vrouw gezien met zulke mooie schoenen. Ik vertel hem dat ik ook erg van de schoenen ben.

Hij fleurt er helemaal van op. Ik moet weten dat hij al drie en een half jaar alleen is en dat hij drinugend op zoek is naar een zielsverwant. Iemand om mee te koken en samen langs het strand te wandelen, leuke dingen te doen. Hij kijkt me trouwhartig aan wanneer hij uitlegt dat hij echt niet van plan is om er meteen bovenop te springen. Alleen als er wederzijdse aantrekkingskracht is. Het gaat hem vooral om samen toffe dingen doen,

Ik verzeker hem dat ik al goed voorzien ben maar dat ik wel snap dat hij op zoek is. Wil je mijn telefoonnummer? Misschien heb je nog een leuke vrijgezelle vriendin?

Zelden klikken mijn laarsjes zo vrolijk als deze morgen, ik zwaai uitgebreid naar hem wanneer ik eindelijk aan de beurt ben. Ik moet mezelf bedwingen om hem geen kushandje toe te werpen. Geen beter begin dan deze ochtend!


Souvenier

Wel veel muggen denk ik tijdens het inspecteren van de bulten op mijn armen en benen. Gek patroon ook, elke keer drie of vier in een soort rijtje bij elkaar. Het jeukt als de hel. Ik probeer niet te krabben. Kan me niet herinneren dat ik ooit zulke jeukende bulten had.

Wanneer een van mijn medewandelaars zijn kopje koffie optilt zie ik op zijn arm ook een rijtje knalrooie bulten. Rotmuggen knikken we. De rest van de groep heeft nergens last van en is bijzonder content dat wij blijkbaar het aantrekkelijkst zijn voor de stekende beesten.

Ergens blijft het een beetje knagen, die vreselijk jeukende bulten, dat gekke patroon, er is iets mee. Dan herinner ik me de verhalen over ongedierte op de Camino en de plaatjes van vieze bruine beesten die samenhuizen in matrassen en kieren. Bedwant! Ik ben gebeten door Bedwantsen. Ik griezel en ril en heb visioenen van mijn rugzak en slaapzak vol krioelende beesten.

Wanneer ik opzoek wat te doen lees ik alles over professionele ongedierte bestrijders en je spullen in de diepvries, dagenlang om de hardnekkige monsters te doden. Ik bel naar huis om te vragen de diepvries schuiven leeg te maken en mijn badjas klaar te leggen zodat ik me op de drempel bij thuiskomst meteen uit kan kleden en geheel ongediertevrij de drempel over te stappen.


Aankomst

Onwennig staan we voor de kathedraal van Burgos, vandaag niet alleen ons eindpunt maar ook de bestemming van deze reis. Het besef is beslist nog niet ingedaald. We bestellen een enorm glas sangria, daar fantaseren we al drie weken over. Het ijskoude drankje is nog beter dan gedacht.

Onze kleine karavaan komt tot stilstand op het plein waar de kastanjes als knikkers over het plaveisel rollen. Blijkbaar zijn alle kastanjes vandaag rijp. Er is wat irritatie, onze voeten doen pijn terwijl we toch echt amper 16 kilometer aftikten vandaag. De ontlading van de reis knikken we naar mekaar.

Ik sta versteld van deze ongelofelijke prestatie, de natte koude Pyreneeën, de hitte van de heuvels bij Lorca, de krankzinnige bijlmoordenaar van de herberg van Onze Lieve Vrouwe van Guadeloupe, de koude douches, het mottige eten, we verdroegen het zonder morren. Innig tevreden zie ik de mensen rond me staan.

Gespierd, gestaald en met een vol gemoed omhelzen we elkaar. Het is volbracht.


Goeiemorgen

Er zoemt en trilt iets onder mijn kussen. Voor mijn gevoel is het nog putje nacht. Geïrriteerd vraag ik mezelf af wie het in zijn hoofd haalt om me nu te bellen. Wanneer ik op het scherm kijk zie ik een nummer wat ik herken, maar van wat dan toch? De omroep, in neonletters dringt het tot me door. Ik moet live in de uitzending

Glad vergeten dat het woensdag is vandaag. Ik ben de vroeg beller in de uitzending van mijn lieve oud collega Remco. Ik laat me met een soort doodsverachting uit het bovenste stapelbed vallen. Zo geluidloos mogelijk want de rest slaap nog. Natuurlijk lukt dat niet. Het hele bed maakt tik en schuif geluiden en ik stoot ook nog mijn teen.

Half bloot, in mijn geïmproviseerde pyjama sluip ik de kamer uit en zet me op de trap. Ik fluister tegen de radiomaker dat ik stil moet doen. Je kan een interview op de radio niet echt mimen dus maak ik toch lawaai. De kok die gisteren het eten voor ons kookte en ons van zelfgestookte borrels voorzag komt zijn keuken uit.

Sssssssst, met zijn vinger tegen zijn lippen wijst ie me dat ik op het bankje naast de keuken moet zitten. Dan maak ik niemand wakker. Daar beantwoord ik de vragen, in mijn onderbroek en rare wandeltrui die ik zo ver mogelijk over mijn knieën naar beneden trek. De kok gaat onverstoorbaar door met spek bakken en ik met mijn interview.


Buigzaam

We slapen in een veredelde trapkast waar we om beurt naar binnen moeten schuiven, zijwaarts want anders passen we niet tussen de deuropening. We moeten eerst zes kilometer stappen voor we de eerste koffie naar binnen kunnen slurpen en een ontbijt te pakken krijgen. De flexibiliteit van onze groep is verbazingwekkend.

Een mevrouw maakt speciaal yoghurt voor ons klaar omdat we daar zo zin in hebben. We krijgen extra salade, de plaatselijke bar doet de deuren open om avondeten te maken. Er wordt nog een stuk chocolade gevonden onderin een rugzak en gul gedeeld. Vijgen, een tros druiven, een bemoedigende kreet op onze weg. De dankbaarheid van onze groep is ontroerend.

Onderweg construeren we verhalen over een van ons die met zijn bulldozer de weg voor ons effent, elke nacht opnieuw. De snedige opmerkingen uit onverwachte hoek, de slappe lach over de pyromaan in de groep die een vuurwerkshow met brandende tampons bedenkt. De humor van de groep werkt als een motor op de weg.

En ja soms heb ik vreselijk genoeg van iedereen, wil ik geen zuchtje meer horen (vooral in het donkerst van de nacht) en wens ik me thuis in de zetel met een enorme kom zelfgemaakte soep. Dan vertrouw ik op de weg en wacht ik tot ik weer ongelofelijk geniet.


Scherp

We lopen als een goed geoliede machine berg op berg af. De een ietske sneller dan de ander. Er is altijd wel een kruispunt of een terras waar we op elkaar wachten. Niemand met blaren, niemand met ernstige pijn. Natuurlijk loop je de ene dag beter dan de ander. Ieder leert op zijn manier vertrouwen op het lijf.

Zo niet de man uit Japan. Wanhopig staat hij bij een automaat om blarenpleisters en ander gerief tegen soorten ongemak uit te halen. Hij blijft er hoopvol euro’s in stoppen zonder resultaat. De Mevrouw die onze herberg bemenst komt naast hem staan. Haar volume is van nature in elk opzicht best indrukwekkend maar wanneer de arme man haar niet verstaat trekt ze alle registers open. Ik schat dat ze hoopt dat volume goed maakt wat begrip niet vermag.

Net ging zo ook al zo tekeer tegen ons. We wilden de verkoudheidsbacillen in de vieze zakdoek van een van ons doden door op zijn minst op 40 graden te wassen. Onbestaanbaar vond ze het. De wasmachien piept als ie klaar is. Ze blijft het herhaal tot ik haar meer dan geïrriteerd wegwuif terwijl het wasprogramma start op 20 graden want ze draaide razendsnel aan de knoppen.

Het gaat natuurlijk nergens over maar een vriendelijk behulpzaam iemand op het pad kan het verschil echt wel maken.


De herberg van de Heer

De recensies van de herberg waar we naar toe gaan zijn een beetje merkwaardig. Niet echt slecht maar ze spreken over de vreemde eigenaar en de ongewone plek. We vangen een glimp op van het helder blauwe huis wanneer we een mottige weg bezaaid met stenen opstappen.

Van buiten ziet het huis er geweldig uit, fel gele raamkozijnen, potten met uitbundige planten en een kleur blauw die bijna heilig aandoet. De eigenaar is een man met vettig lang haar. Hij deed naar alle waarschijnlijkheid net een dutje op het veldbed dat in de gezamenlijke ruimte staat. Op een kussen liggen twee honden. Ze bewegen niet.

Het ruikt niet fris, een mengsel van Spaanse chloor en ouwe hond. De vloer is ook niet echt schoon en in de keuken zou mijn oude moedertje met een schrobborstel en een flinkke emmer sodasop haar hart kunnen ophalen. Op de bar staat een weekdosering pillen. In zijn eentje heeft hij meer pillen dan onze hele groep bij elkaar.

Ik zie de ontzetting in de ogen van mijn medewandelaars. Ik lees “gevaarlijke gek, onberekenbaar persoon” in hun voorzichtige blikken naar elkaar. De mens spreekt geen woord Engels en doet verwoede pogingen om met grote handgebaren en driftige toon uit te leggen wat de bedoeling is. Dat helpt niet echt als het gaat om een indruk van betrouwbaarheid en kalmte.

Boven zijn de kamers die hij ons laat zien kraakhelder, twee aan twee staan de bedden met schone lakens op ons te wachten. Wanneer hij me bij de schouders pakt en me richting kerk draait legt hij uit dat we daar nu terecht kunnen om wat te eten. Natuurlijk slaan we de verkeerde weg in. Bezorgd roept hij dat we de andere kant op moeten, anders lopen we om en we hebben vast al zulke moeie voeten.

Onderweg naar onze koude drankjes spreken we over vooroordelen en hoe ieder mens die toch zo in zijn eigen weg kan zetten. Onze krankzinnige herberguitbater is niks anders dan een kwetsbare mens die zorg heeft over ons welzijn.

I


Adios

Nooit zag ik een mooiere kerk. Goud al wat er blinkt. Jezus en zijn discipelen kijken van een reusachtig altaar minzaam op ons neer. De gebeeldhouwde heilige Teresia met de duif op haar schouder is briljant. Het blijkt ook nog haar verjaardag. Die katholieken zijn toch echt niet in hun eerste beetje praal gestikt.

Het was druk voor de kerk, vooral oudere vrouwen die elkaar hartelijk begroeten. Met grote gebaren die hun woorden onderstrepen stappen ze naar binnen. Ik schuifelde er achteraan. Een mis lijkt me wel passend voor een arme pelgrim.

Aarzelend slaat de organist een paar akkoorden aan. Daarna trekt ie alle registers open. Kei mooi besluit ik. Vanuit mijn ooghoek zie ik een stoet mensen door het portaal naar binnen komen. Niet echt op tijd, het begint hier al. Wanneer ik beter kijk zie ik dat een kist binnen word gedragen, daarachter lopen de begrafenismensen met flinke kransen en bloemstukken.


Meer dan genoeg

Wanneer ik ernstige neiging krijg om te vertellen dat we een sociaal wetenschappelijk experiment zijn en dat er in Terneuzen een controle groep is die nu drie weken lang opgesloten wordt in een bunker zonder daglicht weet ik dat het tijd is voor strenge maatregelen.

De oud kapitein van een onderzeeboot, een grijsharige, luidruchtige man die het naadje van de kous wil weten over ons en zelfs al vroeg wie deze uitstap eigenlijk betaalde ben ik spuugzat. Elke keer weer komen we hem tegen. Ik krom mijn schouders als ik hem zie in de hoop dat hij me over het hoofd ziet.

We huren een huis helemaal voor ons alleen. Prachtig blauw staat het daar te stralen in de zon. De meeste hebben een eigen slaapkamer. Er zijn fijne douches die gewoon doen wat je verwacht. We hoeven zelfs geen pelgrims menu. We zijn de kippenpoten, linzensoep en mottige dessertje zo zat de we de beste Japanner van de stad op zoeken en ons gelukzalig op de sushi storten.

Het aller, allerbeste is natuurlijk dat de onderzeepolitzei in geen velden of wegen te bekennen is. We vangen nog een glimp van hem op achter een ruit in een of ander hostel wanneer we op weg zijn naar de sushihemel. Deze keer kan ik achteloos zwaaien.

Het enige minpuntje van deze verder zo perfecte dag veroorzaak ik zelf. Ik smeer mijn voeten voor het slapen gaan lekker dik in met de nieuwe tijgerbalsem, rooie deze keer die kei goed ruikt. Na een kwartier branden ze gelijk hel. Ik denk er over om ze koud af te douchen en vraag me vertwijfeld af of je een overdosis tijgerbalsem kan hebben en wat daar dan de symptomen van zijn.


Met een gouden lepeltje

Eten op de Camino is soms nogal een ding. Het kan zo gebeuren dat je kilometers moet stappen voor je een dorp met voorzieningen tegen komt. Dat is geen probleem wanneer je een godenmaal als ontbijt krijgt. In Spanje zijn ze niet echt van een omvangrijk begin van de dag. Een mottig cakje in plastic of een voorverpakte croissant en in het beste geval een vers gebakken chocoladebroodje en een goeie bak koffie krijg je.

Deze morgen is het niet zo vet. De koffie is gisteravond al gezet en de geroosterde broodjes voorverpakt in een fabriek. We vertrekken met rammelende magen en een zucht naar warme geurige koffie. Het duurt elf kilometer en negenhonderd meter voor we fatsoenlijke koffie krijgen. Die smaakt hemels.

Na zeven kilometer vinden we een plek waar we iets kunnen eten. Rijst met melk staat er op de kaart. Het blijkt een bakje rijstepap te zijn. Koud, smeuïg met een flinke laag kaneel. Het soort pap waarvan je verwacht dat ie in de hemel geserveerd wordt.