Categorie archief: dagelijkse beslommeringen

En

DSC03264
Dan ben ik weer mijn eigen samenhangende zelf. Geen gierende manische buien waarin de wereld me een oord vol wild en wulps plezier lijkt, geen zielig grijnzen met een bek vol ijzer. De woeste voorstellen blijven deftig binnensmonds en worden alleen gedeeld met de mensen waarvoor me bedoeld zijn.

Mijn rokken hebben plots een keurige lengte, de beugelblokjes groeien ’s nachts niet meer. Mijn afspraken kan ik gewoon onthouden, het antwoord op de vragen is ok. Geen gefronste wenkbrauwen, gegiechel of dikke wallen onder mijn ogen. De diepe ellendige vermoeidheid die me op onverwachte momenten overvalt is verdwenen, de nacht is weer voor de slaap en niet om te dansen.

Wat rest is een vaag gevoel van spijt, om zo ongegeneerd jezelf binnenste buiten te vouwen heeft zeker iets aantrekkelijks.


Windkracht

DSC03268
Het stormt in mijn hoofd, elke gedachten weggevaagd nog voor ze deftig vormvast is. Het verdriet klotst rustig heen en weer, de kruiken in bed houden me warm. Er is veel opkomst.


Klootzak

Ik mag jou niet! De man die voor me staat kijkt me waterig aan. Hij is van al het slechte te veel. Nog nooit eerder zag ik hem. Als ik op het punt sta om weg te gaan gaat zijn vlezige mond weer open. Ik ga iets onbehoorlijks doen want ik ben straalbezopen.

Voor ik me om kan draaien buigt ie zich met zijn veel te zware lijf over me heen en voel ik zijn plakkerige vingers richting mijn rechter bil gaan. Met enige kracht til ik mijn knie op. Onmiddellijk vallen zijn vingers stil en stap ik achteruit. Hij schudt met zijn hoofd en begint te brallen tegen de omstanders.

Naast me staat een vrouw in een jeans die zo strak om haar lijf zit dat ze volgens mij haar knieen niet kan buigen. Deze man is fantastisch, een van de belangrijkste mannen in zijn vak. Hij kan je overal binnenloodsen. Ze draait zich weer stralend naar de man, een antwoord van mij wordt niet verwacht.

Zijn koude harde blik rust op mij. Alle macht retourneer ik in een messcherpe glimlach. Midden in de zin, zijn bewonderaars hangen aan zijn lippen, stokken zijn woorden. Zijn onvaste stappen voeren hem weg van mij.


Give more love

Gedesoriƫnteerd word ik wakker op de vloerbedekking van de luchthaven. Neil Daimond hard uit de speakers. Ik lig met mijn hoofd op mijn jas, half onder de bank gerold. Mijn blik wordt langzaam scherp. Er ligt een grote rode pil op de grond, als ik mijn arm uitstrek kan ik hem aanraken.

Voor me zie ik twee benen die op een koffer rusten, ze horen bij een bebaarde grijze man in een Harley shirt. Hij doet zijn best om niet naar me te kijken terwijl ik vanonder mijn bank kom gerold en me zet. Ik knipoog hem lui toe.

Eenmaal weer deftig op de bank drink ik een reuzen beker thee met kleine slokjes, tevreden dat mijn vaardigheden om me als een kat op te rollen en een tukje te doen nog dik in orde zijn.


Hi!

Hee, hoe gaat het met je? Goed, dankje. Oh ik zie je zo graag, ik jou ook. omhelzingen, zoenen, stralende glimlachen die ogen nooit bereiken. Kom je van Belgiƫ? Hoe fantastisch. We houden van chocolade.

Op straat knoop ik een praatje aan, na afloop van een optreden word ik naar mijn mening gevraag. Elke keer als ik zonder terughoudendheid spreek deinzen mijn gesprekspartners vol afgrijzen achteruit. De schrik die mijn oprecht uitgesproken gedachtes opwekt bezie ik vol verbazing.

Het is niet zo dat ik hier probeer te shockeren of mensen provoceer. Beleefd informeer ik naar hun leven, waar ze angst voor hebben en wat hun vreugde brengt. De enkele keer als ze dronken of stoned zijn wordt er een tip van de sluier opgelicht, de volgende dag elke herinnering verdwenen en schijnt de zon weer aan de wolkenloze hemel.

Het Blanton museum of fine art ontvangt me met erbarmen. Gelukzalig zwerf ik door de zalen en gangen. De stilte omarmt me. In de verte hoor ik de suppoost een andere bezoeker op vlakke toon sommeren achter de grijze lijn te blijven.
Het gouden licht in de portretten schijnt me geruststellend toe, hier valt niks te lachen, god wat een vredig gevoel.


Te leen

Linkshandige gitaren, een tevergeefse zoektocht in de krochten van Austin. Plastic geluid, speelgoed nek, krom en gebarsten het lijkt op niks. De muzikanten die gevraagd worden schudden mistroostig het hoofd, Links? Nee,
die hebben ze niet.

De halve wereld over vliegen en dan niet kunnen spelen lijkt idioot. Er zijn afspraken voor optredens, muzikanten die rekenen op ontmoetingen. Zonder gitaar in Austin is zo iets als een fiets met een lekke band, je trapt, het maakt lawaai maar komt amper vooruit.

De gitaren hangen aan een soort kapstok, met de vingers langs de snaren wordt het geluid getest. Aangenaam verrast, luister nekeer!
De gitaar mag uit de kapstok, er wordt gestemd, vakkundig bekeken of de snaren omgezet kunnen worden. Zelfs het element blijkt te werken als ie ingeprikt wordt in een ouwe Fender versterker.

Hoe wilt u betalen? Ik zal de hoes even halen. de verkoopster van de pandjeswinkel haalt geroutineerd de creditkaart door haar machine. Als de gitaar niet bevalt mag ie binnen dertig dagen teruggebracht, dan krijg je zonder mankeren je geld terug.

Lang leve de belening!


Wildlife

Een coyote, possum, wasbeer, dikke vette rooie eekhoorn, ik kan ze zondermeer afstrepen van mijn lijst ‘gespotte dieren’.
Opgetogen roep ik elke keer de naam van het dier als ik het zie.

Enorme roofvogels, een soort gieren zonder kale nek, opgewonden spring ik op en neer wanneer ik er met mijn auto overheen en lags zoef. Ze zijn al een behoorlijke tijd dood en sommige zelfs al tamelijk plat. Trots ben ik datik ze desondanks toch herken.

Langs de weg staan bordjes: Neem geen lifters mee. U bent in de buurt van een gevangenis. Heimelijk hoop ik op een gedetineerde in een vaal bruin pak, kaal hoofd, kettingen rond zijn voeten, die wanhopig zijn duim op steekt.

Als het duister valt draaien we de deur van onze motelkamer met groezelige vloerbedekking op slot.


Trailertrash

De man met de enorme snottebel is met zijn fooi verdwenen, hoestdrank kopen. De deur van de trailer slaat met een harde klap achter hem dicht. We blijven een beetje verdwaast achter in ons huis op wielen.

Ijzige kou, amper lichtpunten die werken, vochtvlekken op de vloer en alleen koud water. Gelukkig hebben we onze dekentjes bij knikken we naar elkaar. Het voorstel van de snottebel om een van ons op de bank van 1.50 meter te laten slapen en de ander in het mottige tweepersoonsbed negeren we.

Met al onze kleren aan zitten we naast elkaar in bed, sjaals dubbel rond ons nek geslagen krijgen we de slappe lach.
Ik voel de warmte van je af stralen zegt mijn vriendin. Ze slaat met haar hand op de paardendekens die we kregen om ons lekker warme te houden, Die helpen ook wel hoor!

De Heater snort, we hebben een stellage van mijn koffer gemaakt waar we het ding op hebben gezeten. Zo blaast hij over de rand van ons bed. Innig tevreden liggen we verstrengeld onder de berg dekens, best lekker,snuffen we.

Niet los slapen vannacht, dan neemt de kou ons te pakken.. Kwart voor zeven worden we wakker, ijskoude neuzen, constateren we dat we geen enkel lichaamsdeel aan bevriezing hebben verloren.


Move

Het hele huis ligt vol met beesten en hardplastic poppetjes. Dan heb ik het nog niet over de automatische confetti geweren en de kalasnikofs met rubberen dopjespijltjes waar je elk moment door aangevallen kan worden.

Behoedzaam beweeg ik me door de ruimte, ik stap over het karton wat de incontinente, halfblinde, bejaarde honden niet meer over heen kunnen om me in de zetel te nestelen om ” Het Puttertje” verder te lezen. Net als ik opgelucht ademhaal vanwege, gelukt, begint een speelgoed hond krankzinnig te lachen en op zijn rug over de grond te rollen. Mijn hart slaat over van schrik.

Dan maar aan de keukentafel sluip ik terug. Op de tafel een hert met een gewei, met twee vingers pak ik het op om te verzetten. Uit zijn kont vallen bruine jellybeans. Als ik ze terug probeer te duwen schiet er eentje bijna in mijn oog.


Handleiding

Hoe gaat dat dan als je seks wilt? Gewoon van hup? De veertienjarige jongen met de donkere kuif die net trouwhartig heeft verteld dat ie vaak en graag naar porno kijkt maakt er een moedeloos handgebaar bij.

Ik probeer uit te leggen dat het meestal niet ‘van hup’ gaat maar soms ook wel. Dat er geen gebruiksaanwijzing bestaat en dat ieder mens op zijn eigen unieke manier vrijt. Moet ik dan vragen of ze seks wil?

Ik moet er een beetje van zuchten en zeg iets over zoenen, strelen boven en onder de kleren, mekaar leren kennen en de magie van verliefdheid. Daarna haast ik me om te verzekeren dat het natuurlijk bij iedereen anders gaat, dat je moet vragen wat de ander fijn vindt.

Hij knint erbij en schuift zijn nogal grote bril stevig op zijn neus. Peinzend proeft hij de stilte.

Hoe zit dat nu eigenlijk precies? Ze zeggen dat porno niet op echt vrijen lijkt, waarom niet dan en waar kan je dat aan zien? Als ik een antwoord probeer te formuleren dat hem tevreden stelt en de waarheid, voor zover ik dat kan beoordelen, zo min mogelijk geweld aan doet vraagt hij: Mag ik mijn lekstok pakken?