Categorie archief: traag leven

Speciaal

De zwarte stift ligt klaar op tafel. Straks ga ik naar buiten, wandelen met Juiliette. Ik passeer op elke ronde met de hond een verkiezingsbord aan de ingang van mijn dorp. Ik ben voor veel en tegen weinig maar verheug me enorm op mijn plan om een poster op het aanplakbord creatief te bewerken. Mooier maken zal ik maar zeggen. Welke van de twee heren op het bord geef ik welke snor. Ach mijn voorpret kan niet op.

Ik wacht wel tot het donker is want mijn gedeelde voorpret roept ook ietwat angstige reacties op bij mijn omgeving: Je kan wel opgepakt worden, straks krijg je nog een klap. Zelf geloof ik nauwelijks dat zo een kinderlijk plezier op agressie of erger nog het gevang zou kunnen uitdraaien maar toch wacht ik tot het donker is.

Huppelend ga ik op het bord af. Het dopje is al van de stift af. Ik strek mijn arm, sta op mijn tenen: Ik ben te klein

Niemand in het café ken ik behalve de man die zo begeerlijk staat te toeteren op het podium. Met mijn glas wijn zoek ik een strategische positie. Geen zin in blablabla straal ik uit. Uit mij ooghoeken zie ik een man binnenstappen. Nog voor ie over de drempel is staat zijn flesje cola op de toog.

Alles aan deze man is te veel of te weinig. De enorme groene linnen tas op zijn heup, haar overal, warrig ook. Zijn pet te klein evenals zijn ogen. Zelfs zijn lijf is veel en lijkt oncontroleerbaar. Ik weet dat hij me ziet. Vanachter een pilaar maakt hij foto’s van de band en als hij denkt dat ik niet kijk van mij.

Wanneer het café na het optreden leegloopt staat hij plots voor me. Zijn stem zacht en donker. Mag ik je feliciteren met je prachtige uitstraling? 

 


Gaten

Stik tevreden sta ik voor de spiegel in het ochtendlicht. Mijn glimmende rode riempje en de stipjesjurk. Ik draag prachtig ondergoed en hele mooie kousen. Een heimelijk genoegen want niemand die het ziet, ik voel me vandaag echt gelukkig.

Op weg naar het werk in de auto heb ik keihard de muziek aan, ik zing luidop mee met Lieven en Bruno.
Samen met de collega haal ik koffie, ze loopt achter me de trap op naar boven.
De naad van je jurk is los!
Voorzichtig voel ik met mijn hand. Ze lacht hard. Aan de achterkant heb je riant zicht op mijn billen, kousen en ondergoed.

Niemand heeft naaigaren mee. Ik besluit dat ik zo echt niet over straat kan. Mijn andere collega begrijpt het probleem. Ze niette in haar jonge jaren met groot gemak haar kleding aan elkaar.
Nietmachines genoeg. Zo loop ik door Terneuzen met een rare geniete vouw in mijn jurk om garen te halen.

Op het toilet trek ik mijn jurk uit, pruts de nietjes los en naai met grote steken de naad terug dicht.


Over Age

4848750822_fef75b73cb_o
Miranda hou je eigenlijk wel eens rekening met je leeftijd? de man die voor me zit wacht op mijn antwoord.

Op een of andere manier is leeftijd zo’n abstract begrip voor me.
Ik denk aan mijn oma die 91 werd en tot de laatste week de kranten, het nieuws en de mensen die haar lief waren in de gaten hield.
Yvonne die 40 werd maar het leven ten volle geleefd had, voor haar was het genoeg.
Zelf leef ik daar tussen in. Ik sta niet stil bij de toekomst, ik kijk ook niet achterom. Misschien word ik wel 91, wie weet ga ik morgen dood.

Nee, ik hou niet echt rekening met mijn leeftijd!


Toverachtig

Ik mag voor bij de Turkse spupermarkt van 2 jonge mannen, de man van Clouds in my Coffee heet me hartelijk welkom in mijn buurt Ik zal u graag verwelkomen mevrouw.
Het roste meisje op de stoep voor de Zeeman knipoogt naar me. Ik vind de perfecte leren jas, heerlijk zacht, kraakt een beetje in precies de juiste kleur voor 15 euro, ik koop een zwart met gouden jurkje mét gouden roosjes. (iets te kort misschien maar ik besluit dat het best kan)

Gloed, ik kies voor het woord gloed vandaag.

(het betrekt nog wel een beetje als ik ontdek dat mijn bril weg is en ik morgen naar het politiebureau moet om te vragen of er een eerlijke vinder is. Zonder bril zie ik niks en moet alles op het gevoel)


Roetsj

Niet schakelen op wat je ziet maar op wat je voelt. Ik spreek mijzelf streng toe. Zodra ik zie dat de weg omhoog of omlaag ga anticipeer ik met mijn versnellingen. Niet slim want op dat moment vraagt de weg daar echt niet om.
Ik foeter op de Ardennen en de straffe hellingen. Echt ik kan geen berg meer zien.
Tot ik op een meter of vier voor me een hert de weg over zie springen en wat later een grote bruine roofvogel zich naast me uit de boom laat vallen en zo een duif verschalkt. Het beest gaat zo op in de slachtpartij dat de veren me nog net niet om de oren vliegen. Duif dood, zoveel is zeker.

Bij aankomst in Dinant besluit ik toch dat ik steen en naaldbos genoeg gezien heb. Ik pak de trein naar Brussel en fiets via Dendermonde langs de Schelde naar huis.
De laatste 60 km heb ik pal tegenwind, minstens kracht zes, zo ploeter ik richting Gent.

Als ik met bibberbenen thuis de drempel over strompel is er niemand thuis. Heerlijk, ik lig een uur in bad te weken.
Eindelijk ruik ik weer lekker.


Don’t count the minutes, count the memory

IMG_9493
Ik hou ervan alleen te fietsen. Los van alles tussen twee werelden. Vertrek is duidelijk, aankomst onzeker. Nooit is mijn hoofd zo helder, zelden ben ik zorgelozer. Vol vertrouwen zoals een kind begeef ik mij op pad.
Ik spreek tegen de dieren in het veld, lach hardop om mijn eigen bedachte grappen. In mijn hoofd vormen zich verhalen, ik laat ze binnen en weer buiten.

Ik zwaai naar een oude man die voor zijn huis op een stoel zit. Soms hou ik mijn kilometerteller een tijdje in de gaten en probeer ik zo hard mogelijk te gaan. Mijn ogen zijn rood van de wind, mijn kleren zijn niet echt fris meer. Ik denk niet aan de volgende dag, geen idee hoeveel kilometers ik fiets.

Straks ben ik thuis, mijn eigen bed, de mensen die me graag zien, ik zal De Schicht en mijzelf schoonboenen en plannen maken voor niewe reizen.


Dood

De slagersvrouw van de winkel op het plein veegt haar handen af aan haar schort. Ze sneed net een plak zelfgemaakte paté af en pakte een droog worstje voor me in, ook zelf gemaakt knikt ze.
Ik zou hier wel willen overnachten maar volgens mij is het hotel verderop dicht. Maar nee, natuurlijk kan ik daar slapen. Ze merkt mijn aarzeling.
Wacht even, pas jij even twee minuten op de winkel en hup hup springt ze het trapje af.
Daar sta ik dan in een slagerswinkel in Montmedy, ik bekijk de etalage, zal ik straks ook nog een plak hesp af laten snijden? Ik reus van de honger.
Daar is ze al weer terug. Ach, ach de eigenaar is twee dagen geleden overleden. Het hotel is dicht. Ik vloek in mijzelf en bedank de vrouw uitbundig. Ik hoef nisk te betalen, een kado van haar voor mij!


Heluk

Ik bel aan bij een willekeurige deur in een piepklein dorpje waar alles dicht en stil is. Net 10 kilometer om moet rijden omdat ik zo opging in Mahler dat ik mijn afslag met grote paukenslagen voorbij zoefde.
Nu weet ik niet precies waar ik ben en heb geen zin om nog eens verkeerd te rijden. Een grijze mevrouw doet de deur open. Na een halve zin in mijn beste Frans vraagt ze: Ben je vlaams?Ze is van Hasselt en hier door de liefde terechtgekomen. Kom zet je even op het bankje. Als ik zit op het witte plastic ding haalt ze een glas water voor me. Amai, ik tref het niet met de hagel en de sneeuw onderweg. Gelukkig schijnt nu even de zon. Ik eet mijn appel en luister naar haar verhaal. Hoe ze als jong meisje terecht kwam tussen de gesloten norse Noord Fransen. Hoe haar man, ook al niet zo’n prater, haar zo graag zag.
Bent u gelukkig vraag ik haar, Ze denkt even na en zegt dan toch volmondig ja. Ze lacht er stralend bij.
Ze stuurt me in de juiste richting en herhaalt nog eens hoeveel geluk ik had door toevallig aan de deur van de enige Belg in de verre omtrek aan te bellen. Ik zoen haar op beide wangen en vertrek.


On the road again

IMG_9494
Ik stop de oordopjes in mijn oren en zet het volume op maximaal. De lucht in grijs, de weg ook. Ik neem me voor om de teller op 20 kilomter per uur te houden. De stevige tegenwind en de heuvels die ik beklim maken het moeilijk. Ik sta op de trappers en zing mee tot ik zo hard in en uit moet ademen dat ik geen lucht meer heb voor stem.
In de verte zie ik de citadel van Verdun.

Het eerste stuk van de route alleen. Joke is terug, te veel tegenslag met de fiets.

Fietsen alleen is in het begin een beetje onwennig. Ik hoef niet meer achterom te kijken als ik afdaal of en richt me niet meer op het achterwiel van de electrische bij het klimmen. Er kleppert en snort niks meers naast me. Gelukkig hou ik veel van mijzelf. Eigenzinnig en autonoom zoek ik mijn weg. Vanaf morgen stippel ik mijn eigen route weer uit.


Zicht

IMG_1316
Kantige wit fluitekruid, roze sleutelbloemen, gele boterbloemen.
Een konijneflat met beesten in alle maten met fluwelen oren.
Het fietspad langs het water van Rolampont naar Versaignes sur Marne
De Renaultgarage in Rolampont, “we hebben een windpistool nodig ”
Rivieren waar koeien met hun staart in de lucht proberen over te steken.
Een man in korte broek die zichzelf streelt en mij aankijkt.