Categorie archief: Uncategorized

Kak

Het kleine zwarte hondje kromt zijn rug en deponeert, voor zo een klein beestje, een enorme drol onder mijn brievenbus. Het baasje, een op het oog deftige dame in nep bontjas, kijkt ondertussen nieuwsgierig bij mij naar binnen. Ik sta voor het raam, ik zwaai niet.

Nadat de postbode en het jongetje van de reclameblaadjes alle twee wanhopig hun schoenen schoon hebben staan schrapen aan de stoeprand hang ik een ludiek bordje; Het is tenslotte december. Voorbijgangers staan stil om de dichtkunst te bewonderen. Het is wel gewoon van internet gejat hoor en niet zelf verzonnen biecht ik op aan een buurtbewoner die geamuseerd stil staat. Hij heeft geen hond dus ook geen kak.

Ik trek mijn keurige jurkje aan, ik moet vanalles waarbij ik de steun van een kledingstuk goed kan gebruiken. Wanneer ik op het werk mijn benen elegant uit de auto zwaai ontdek ik dat ik mijn oude hondenuitlaatschoenen nog aan heb. Ze zien eruit alsof Juilette, de niet meer zo logeerhond, er regelmatig overheen plast. Mijn rode kekke hakschoenen staan nog in de hal, thuis!

Naar Goes haast ik me, kennisoverdracht aan nieuwe collega’s staat op de agenda. Ik vertrek elke keer weer iets te krap maar hou de klok scherp in de gaten en nauwelijks een paar minuten te laat arriveer ik. Het is wel rustig en wanneer ik informeer naar mijn voorganger die de groep zou toespreken hoor ik dat het in Terneuzen is waar ik net vandaan kom.

Het zwarte hondje en zijn gebontjaste mevrouw, ze houdt van panter, kakken rustig door onder mijn brievenbus.


Pyjamadag

Stikdonker is de vroege ochtend. De logeerhond die zelden weg is en ik lopen door ons stille dorp. Ik kijk binnen in de huizen. Slaperige mensen hangen voor de tv. Op een keukentafel ligt een stapel jassen. De geur van de zee drijft over de dijk.

Liever zou ik in een gestreepte pyjamajas stevig omarmd in bed liggen, de wekker uit zetten en zeker niet opstaan. In slaap sukkelen en wakker worden omdat ik zo graag gezien word. Een tasje thee drinken, de thee die eigenlijk heel vies is maar die ik toch verbind aan fijn en veilig.


Aanmekaarpak

Ik vind het koud. Ik wil warm, comfortabel en zacht voor het vel. Beteuterd staar ik naar de inhoud van mijn enorme kledingkast. Weinig kan me bekoren. Te dun, te kil of gewoon saai. Bovendien is er met de verhuis een koffer vol met fijne kleren gewoon opgelost tussen de coulissen van een blijkbaar parallel universum.

Ik struin het wereldwijdenet af. Een vastomlijnd idee over wat ik wil: Een aanmekaarpak van soepel stof dat mijn lijf met tederheid zal omhullen. Naar drie madammen stuur ik een reactie, ik denk dat ze hebben wat ik begeer. Ik doe een bod en schrijf ze een aardig berichtje.

Van een van de drie krijg ik antwoord: Mocht u de waardering lezen die men mij toekent…dan zal u lezen, dat ik prijs/kwaliteit zeer goed scoor. Als geïnteresseerde kopers geen extra korting vragen, doe ik spontaan iets van de prijs af of eventueel gratis verzending. Dat u mijn prijs te hoog vind, dat is uw persoonlijke mening. In de Primarkt is alles spotgoedkoop, dit ten koste van arme mensen die in Bangladesh als slaven moeten werken voor Primark&Co.

Persoonlijk ben ik eerdervoor duurzaamheid en kwaliteit en dus af en toe herverkoop op tweedehands….op die manier kan ik met sporadische inkomsten ook nog iets doen voor de verstoten en verwaarloosde dieren. 

Ik lees dit allemaal rond een uur of twee in de nacht na een perfecte avond met mensen die mij liefhebben.

Ik denk dit is natuurlijk een bijzonder hooggevoelig mens. Met de warme kruik op mijn buik val ik gelukzalig in slaap.

Het aanmekaarpak van deze mevrouw laat ik even waar het is.

 


Dicht bij

Ik doe mijn schoenen en sokken uit voordat ik me nestel in de zetel alsof dat straks zal helpen om mijn kleren met meer gemak uit te doen. De kamer wordt verlicht door snoeren lampjes. Niet perse romantisch, de flamingo’s schijnen me zacht roze toe.

Foute witte schoenen, een wollen jas tot op de kuiten, zwierig. Ik staar in het donker en denk: Dit moet wel een dichter zijn. Ik verkleed me tenslotte ook graag als een gedroomde versie van mijzelf. Hij leest Dylan Thomas, troost voor elke dag. Het brengt me naar de Wee Free Man van Terry Pratchett. Geen idee waarom.

Ik hou niet van gedichten zonder verhaal, wel van Dylan Thomas en de reis naar Bratislava met een ouwe auto. Ik kan moeiteloos instappen.

In je zetel, al de kleren uit nu, span ik mijn spieren om het gewicht van je warme naakte lijf beter te kunnen voelen. Straks ga ik weer naar huis.


Spoor

Het zou zo langzamerhand al licht naar Sinterklaas moeten ruiken, de prikkelende geur van vochtige kou die de belofte van vrieskou en witte rijpranden op afgevallen blad in zich draagt. Het enige dat nu prikt is de felle zon in mijn ogen.

We stappen naast elkaar door het polderlandschap van West Zeeuws Vlaanderen. Bespreken de voorkeur voor lichtglooiend en gouden licht, vergezichten uit je raam en de beschutte bosrand achter je.  Wij wandelen op een platte pannenkoek waar het enige bultige de ouwe zeedijk is.

Het deert ons niks. Straks gaan we door het natuurgebied, ik weet daar kan je dwars doorheen met een klaphekje. Er hangt een bord met instructie over koeien en iets van vijfentwintig meter afstand houden, geen kudde doorkruisen. In de verte zie ik de pinken in een groepje grazen.

De twijfel slaat toe, ik ben niet bovenmatig gecharmeerd van koeien. Als het gevaarlijk zou zijn hangen ze toch geen bordje met gebruiksvoorschriften op. Mijn wandelmaatje is zo stellig dat ik besluit om me niet zo truttig te gedragen.

Achter mekaar stappen we voort, ga jij maar voorop, zeg ik schijterig. De groep koeien groeit snel aan van drie naar een stuk of vijftien. Nieuwsgierig komen ze  vanachter de bosjes gestapt om ons eens goed te bekijken. Eentje begint te rennen, staart in de lucht.

In vind dit eng piep ik, mijn vriendin staat ook al klaar om over het prikkeldraad te springen. We gaan terug, het besluit is rap genomen maar het ontsnappingshek akelig ver terug. Ik ga een stok pakken! Snel loop ik een stukje vooruit, niet rennen weet ik want dan holderdebolderen die beesten meteen achter je aan. Tergend langzaam vorderen we.

De koeien komen steed dichter bij. Met de stok kan ik ze bijna aanraken. De drang om  hysterisch weg te rennen en keihard te gillen is bijna ondragelijk. We trekken een laatste sprintje en klappen het valhek achter ons dicht. Pfieuw op het nippertje ontsnapt aan een vertrappeldood.

Best dapper dat we het zo verstandig aangepakt hebben vinden we. Goed bezig man!

 


Hap slik

Tevreden zit ik met een tas thee en een overdreven dikke plak cake op een schoteltje in de middagzon. De hond die anders bijna uit elkaar knapt van enthousiasme wanneer ie me ziet hangt een beetje lusteloos in zijn mandje.

Beetje depri? Zijn baasje knikt, hij ligt al de hele dag suffig voor zich uit te staren. Wanneer ik hem lok met een paar kruimels zoetigheid staat hij traag op. Het beest snuffelt tussen de stenen van het terras. Hij smakt vreemd en likt steeds met zijn tong over iets rozigs.

Ik buk om het op te rapen, in mijn hand ligt een roze pil, nat en half afgelebberd. Gatver! Kijk nou, een pil! 

Aha, daar is mijn antipsychotica! Blij roept het baasje van de hond. De hond ligt al weer in zijn mand. Hij kijkt wazig voor zich uit. Af en toe beweegt zijn staart.


Zak

Heb je bananen gegeten? De man naast me in de auto kijkt me vragend aan. Ik denk efkes over een vette leugen maar door al dat nadenken duurt de stilte zo lang dat ik onmiddellijk ontmaskerd zal worden. Het is mijn vuilniszak achter in de kofferbak.

Het Kind, ooit in Gent gesitueerd, een mooie stad maar met een systeem van retedure vuilniszakken, reed wekelijks naar huis met een stinkende vuilniszak op haar achterbank. Wanneer ik op bezoek kwam kreeg ik onder luid protest alvast de halfvolle vuilniszak in handen gedrukt. Het stinkende ding was in de zomer na een paar dagen al een onuitstaanbare bron van stank in haar verder zo pittoreske huisje.

Nu ik zelf in vuilniszakken doe bij gebrek aan een eigen kliko ervaar ik dat vuilniszakken, hoe deftig dichtgebonden ook, geen geschenk zijn dat in dank aanvaard wordt. Mijn moeder wil hem wel in ontvangst nemen maar liefst vlak voor haar container geleegd wordt en ook geen twee want dan kan haar eigen rotzooi er niet meer in.

Kom ik bij het Kind met mijn stinkende zak, die, ik geef toe, wat stiekem in haar afvalbak wordt gezet, krijg ik een enorme preek en een strenge toespraak. Stank voor dank zou ik bijna zeggen.

Godzijdank is daar het werk. Een onuitputtelijke bron van lege en halfvolle afvalbakken die al dan niet stiekem mijn vuilnis zonder morren in ontvangst nemen.

 


Het licht is zachtroze, de geluiden van buiten, een landbouwmachien in de verte, het getok van kippen dichtbij. Door de bovenraampjes in het dak zie ik blauw met witte vegen.

De kleine caravan is nog fris, ik sla het dekbed rond mijn benen. Een bed op wielen, met rode gordijnen, ik voel me prima in mijn nest.

De buren zijn al wakker, ik hoor de fluitketel en het rammelen van serviesgoed. Hun enorme caravan is vier keer groter dan de mijne, hun opvatting van het leven lijkt ook even zoveel malen groter.

De krant van gisteren, verse koffie, kokend hete melk, gluur ik stiekem naar het echtpaar tegenover me. Ons huishouden gescheiden door een mottige heg. Met grote gebaren haalt hij het slot van de dissel, ik kan een hysterische giechel nauwelijks onderdrukken. Slapstickachtige scenario’s waarin dieven het gevaarte met inhoudt achter de auto hangen en wegscheuren.

Ze hebben het te druk om vriendelijk te knikken of een praatje te maken. Er moet gesopt en geveegd en de man, die daddy wordt genoemd moet heen en weer lopen tussen auto en gevaarte.

Het camping leven, het is me wat!

 

 

 


Afval

Ik veeg de straat, vermoeiend in de warmte. Een blaar breekt door in de palm van mijn hand. Zweet rolt in druppels van mijn rug. Bovenlip smaakt zout. Mijn haar moet in een knot.

De man stapt uit zijn auto bij mijn stoep, hij kijkt naar mij. Ik hou je wel in de gaten hoor! Snel kijk ik over mijn schouder want ik ken deze man niet. Kennelijk heeft hij het tegen mij. Het vegen gaat trager en houdt stil.

Zelf ben ik best tevreden. Ik spoelde al de ramen schoon en zie mij hier nu vegen. Mijn nieuwe dorp en ik, het zal best gaan. De man brult opnieuw. Hij wijst naar mijn nieuwe huis.

Je gaat er toch geen zwarte in steken, dan steek ik het in brand.

 


Maten

Het nieuws komt elke ochtend tot mij via radio 1 van de VRT. Ik ben fan alhoewel ik met enige regelmaat zelf veel betere vragen bedenk en die dan ook keihard in mijn auto richting radio zit te brullen.

Zo komt het nieuws van de Thaise jonge voetballers ook tot mij. Ach gossie denk ik, kei eng, geen idee of de redding nabij is, zo donker als de nacht en dan al die enge grot geluiden. Ik hou zo wie zo niet erg van onder de grond en heb een levendige fantasie.

Ochtenden lang volg ik het verhaal en beluister hun uiteindelijke redding. Ik hoor de opgewonden kreten van hysterisch blije ouders. Natuurlijk versta ik geen woord maar de strekking is me volkomen duidelijk. Het zal je kind maar wezen.

Er zijn kinderen verdronken op de Middellandse zee, boten vol vluchtelingen drijven dagenlang op zee, kinderen worden geboren aan dek. Een meisje wordt doodgeschoten door de politie tijdens een achtervolging op een Belgische snelweg.

Moet je je kind maar niet meenemen op de vlucht, het is echt wel de verantwoordelijkheid van de ouders twittert Staatssecretaris Theo Francken. Mensenrechten worden steeds meer als bedreiging gezien door meerderheid in heel Europa, kopt de Volkskrant.

Het zal je kind maar wezen!