Categorie archief: Uncategorized

Tot je een ons weegt

Opgewekt staart ze naar de resultaten van de weeg en meetsessie. Ja, je bent 8 ons afgevallen. Oh je vetpercentage is toegenomen en je spiermassa afgenomen. Twee, drie keer per week train ik best fanatiek. De gewichten zwaarder, de fiets en loop training met meer helling.

Wanneer ik een beetje beteuterd zeg dat ik het echt wel raar vind dat ik na twee maanden fanatiek trainen blijkbaar minder spieren heb dan voordat ik iets deed tuurt ze een tijdje naar haar briefje.

Maar wel acht ons afgevallen he!

Niks meer dan een grote drol denk ik en raak een week geen trainingstoestel aan.

 

 


Joepie

Glazig kijk ik naar het formulier voor me op tafel. Ik zit in een klaslokaal. Welke overleden persoon zou je nog willen spreken en wat zou je dan willen zeggen? Wat zou je willen veranderen aan de wereld? Wat is je levensmotto?

Ik voel me een fossiel die gevraagd wordt om serieus iemands vriendenboekje in te vullen. Wil dit gerenommeerde kunstinstituut waar ik graag onderwijs zou willen volgen werkelijk deze vragen gebruiken om me te leren kennen?

Als laatste onderdeel van het toelatingsexamen krijg ik een gesprek met twee docenten. Zij zullen een menig over me vormen aan de hand van het ingevulde formulier, het meegebrachte werk en natuurlijk ons gesprek.

Bij binnenkomst word ik van top tot teen bekeken, het formulier wordt fronsend gelezen. Ze stellen vragen en ik weet dat ik geen enkele keer de juiste antwoorden geef. Het gesprek loopt te einde, het is geen moment prettig geweest.

Welke fotografen ik bewonder, eindelijk een toffe vraag! Enthousiast vertel ik over Ed van der Elsken, Robin du Puy, al laatste noem ik Eva Besnyö. Ken jij die? De vrouw tegenover me kijkt de docent naast haar met opgetrokken wenkbrauw aan. Nooit van gehoord.

Eerste denk ik nog dat het een grapje is, Besnyö is een icoon. Ik leg uit dat haar werk in het Stedelijk en het  Rijks-museum hangt, in de collectie van the family of Man is opgenomen.

De naam zegt me toch wel iets, is er geen fotoboek van haar? De docent kijkt langs me in de ruimte wanneer hij tegen me spreekt.

Ja die kan je laten maken bij de Hema!

Bij de proclamatie krijg ik te horen dat ik niet pas bij de opleiding, het zegt niks over mijn werk hoor, maar ze denken niet dat we een klik hebben.

 

 


Zal ik eens lekker in je bek…

De wind blaast schuimkoppen op het water, bruin en mottig stroomt het door de kreek. In mijn tas weet ik mijn blauw met gouden Patricia Paay badpak. Het staat me meer dan elegant vind ik zelf.

Trainen in het zwembad, twee keer per week in helder licht blauw chloor. Baantje voor baantje van 25 meter. Nou ja die twee keer per week heb ik niet gehaald vanwege te druk en een vage hoop dat het toch allemaal niet zou doorgaan. Iets met blauwalg en borden met  verboden te zwemmen. Daar rekenen ik op.

Nu sta ik hier met de regen in mijn rug te turen in de bruine soep waar ik subiet in moet om minstens 1700 meter Te zwemmen voor het goede doel. De moed in mijn schoenen en spijt in mijn hart. Ik had gewoon af moeten zeggen.

We worden gedropt in de polder, tussen de koeienstront staan we op onze zwemschoentjes te wachten op een startsein van een wethouder die zonder startpistool straks gewoon in zijn handen zal klappen.

Zeker zal ik verdrinken of op moeten geven. Zenuwachtig bedenk ik doemscenario’s en vervloek mijn levendige fantasie. Een van mijn medezwemmers heeft nog voor de start een doorn in haar voet getrapt.

Het water is warmer dan gedacht, er springt een eenzame vis van schrik uit het water. Mijn hoofd hou ik zo goed mogelijk boven. Geen zin in ingeslikt water en buikloop door een enge watervogelziekte. Ongerust kijk ik om me heen. Zal het goed gaan met mijn kwetsbare medezwemmers?

Naast me hoor ik een piepstem die zegt ‘ Miranda ik heb een probleempje’. Waar is de reddingsboot, de kano, de rest van de dappere watertrappelaars? Achter haar zwemt de directeur. Ongerust over de goede afloop houdt hij als hekkensluiter de boel met haviksogen in de gaten.

Wanneer ik ogenschijnlijk kalm informeer naar de aard van haar ongemakkelijkheid zegt ze ‘ ik moet een plasje plegen ‘ Bloedserieus geef ik advies: Dat kan hier wel maar je moet wel even wachten tot de grote baas naast je is komen zwemmen!

Ik hoop dat haar sluitspier beter werkt dan de mijne in een ernstig geval van slappe lach.


Bonjour

In mijn onderbroek en bh sta ik in de sporttas te graaien: Sportschoenen, handdoek en nog eens graai ik, verder dan sportschoenen en de handdoek kom ik niet.

Ik kijk naar mijn blauwe bloemetjesrok, gemaakt in de jaren stillekes toen Trelenka keihip was. Niet echt iets om je het zweet te werken op de sportschool. Een mens zou van minder zuchten. Echt geen zin om terug naar huis te rijden om deftige sportkleren te halen.

In de hoek van de gang, net naast de kleedkamers, staat een mand met gevonden spullen. Mijn hand aarzelt boven de bak vol kledingstukken en mottige handdoeken. Voor ik het weet haal ik een zwarte broek naar boven. Hij lijkt mijn maat. Zal ik er aan ruiken?

Gecombineerd met het donkerblauwe shirt van bij mijn rokje vind ik het zelf een hele kekke outfit. Ik denk dat ik de broek maar hou!


Liedje voor mij

Ik droom van warm ijs
koude knieën in korte jurken
De koekoek in de morgen
belooft een warme dag

Zag je de regenboog helemaal rond?
Ze knikt met stralende ogen
een teken van Gods trouw
Een cadeau zo wie zo

Ik hou veel van je!
Zijn hand streelt mijn rug  en
de roze onderjurk
Zingt het rondjes in mijn hoofd

Onder druk wordt alles vloeibaar
niet mijn dappere kind
Zij wijkt niet voor druk

Ik droom van warm ijs
koude knieën in korte jurken
De koekoek in de morgen
belooft een warme dag


Alles heeft zijn prijs

Ik doe maar wat, dat dekt de lading van mijn bestaan natuurlijk aan geen kanten. Met passie en compassie probeer ik het leven in te richten. Elke keer is het me weer te rap af.

Er sterft iemand die ik graag zie, mijn baas bedenkt dat mijn job niet meer bestaat. Een akelige ziekte, een lief die minder graag ziet dan gedacht, een opleiding die me iets heel anders brengt dan voorzien. Een onverwachte verliefdheid of de logeerhond die nooit meer opgehaald wordt.

Hoe meer lijn en doel ik probeer te ontdekken hoe meer het me ontglipt.

Aan de lange tafel fröbel ik nooit opgehaalde of onbestelbare pakketjes open. De inhoudt dient zorgvuldig vernietigd. Uit de discrete envelop haal ik vier dunne zakjes met rode vloeistof. Het plastic voelt aan als het spul rond mijn vaatwastabletten.

Mijn hersens pijnig ik in een poging te ontdekken waarvoor dit dient. Het label biedt uitkomst:Instant maagdenvlies


De dood nabij

Morgen is het je sterfdag liefje, ik denk al lang niet meer elke dag aan je en moet terug tellen als ik wil weten hoelang geleden je hart langzaam stopte met slaan. Toch ben je me nog altijd nabij. Je stem in mijn hoofd niet verstomd.

Ik zal je graf bezoeken, een kaars aansteken, deze avond ben ik een beetje dronken omdat het de pijn verzacht en mijn blik op de werkelijkheid vertroebeld. Januari is de maand waarin de lente nooit meer lijkt te komen en jij verder weg bent dan ooit.

 


Blootmens

Druk is het niet in de Belgische Sauna. Het is er best hip, de sauna heeft een enorm raam, het kijkt uit op de prachtige wit bevroren tuin. Je kan er dure sauna badjassen kopen en nog mooiere hammamdoeken. Zelf draag ik gewoon mijn bontebedrukte ochtendjas van nepzijde uit de kringloop. Die slankt zo lekker af denk ik.

Handdoek en badjas gaan aan een houtenhaakje, de gebloemde teenslippers die nogal vloeken qua kleur met de badjas zet ik er netjes onder. Ik hoef nooit te zoeken naar mijn spullen in de sauna.

Voor mijn vriendin uit stap ik de deur door, de hete ruimte in. Zo’n mens of zes zit te zweten op de banken. Ik knik en zeg vriendelijk goeiendag. Een doodse stilte, iedereen staart strak voor zich uit. Ik deed iets ontzagwekkends fout dat voel ik onmiddelijk. Zouden ze in Belgie denken dat niemand ziet dat ze naakt zijn zolang ze niks zeggen?


Kak

Het kleine zwarte hondje kromt zijn rug en deponeert, voor zo een klein beestje, een enorme drol onder mijn brievenbus. Het baasje, een op het oog deftige dame in nep bontjas, kijkt ondertussen nieuwsgierig bij mij naar binnen. Ik sta voor het raam, ik zwaai niet.

Nadat de postbode en het jongetje van de reclameblaadjes alle twee wanhopig hun schoenen schoon hebben staan schrapen aan de stoeprand hang ik een ludiek bordje; Het is tenslotte december. Voorbijgangers staan stil om de dichtkunst te bewonderen. Het is wel gewoon van internet gejat hoor en niet zelf verzonnen biecht ik op aan een buurtbewoner die geamuseerd stil staat. Hij heeft geen hond dus ook geen kak.

Ik trek mijn keurige jurkje aan, ik moet vanalles waarbij ik de steun van een kledingstuk goed kan gebruiken. Wanneer ik op het werk mijn benen elegant uit de auto zwaai ontdek ik dat ik mijn oude hondenuitlaatschoenen nog aan heb. Ze zien eruit alsof Juilette, de niet meer zo logeerhond, er regelmatig overheen plast. Mijn rode kekke hakschoenen staan nog in de hal, thuis!

Naar Goes haast ik me, kennisoverdracht aan nieuwe collega’s staat op de agenda. Ik vertrek elke keer weer iets te krap maar hou de klok scherp in de gaten en nauwelijks een paar minuten te laat arriveer ik. Het is wel rustig en wanneer ik informeer naar mijn voorganger die de groep zou toespreken hoor ik dat het in Terneuzen is waar ik net vandaan kom.

Het zwarte hondje en zijn gebontjaste mevrouw, ze houdt van panter, kakken rustig door onder mijn brievenbus.


Pyjamadag

Stikdonker is de vroege ochtend. De logeerhond die zelden weg is en ik lopen door ons stille dorp. Ik kijk binnen in de huizen. Slaperige mensen hangen voor de tv. Op een keukentafel ligt een stapel jassen. De geur van de zee drijft over de dijk.

Liever zou ik in een gestreepte pyjamajas stevig omarmd in bed liggen, de wekker uit zetten en zeker niet opstaan. In slaap sukkelen en wakker worden omdat ik zo graag gezien word. Een tasje thee drinken, de thee die eigenlijk heel vies is maar die ik toch verbind aan fijn en veilig.