Tagarchief: afscheid

Mantel der liefde

En dan ben je plots de heer Bart en staat je naam met een tijdstip op een zwart scherm boven een notenhouten deur. Boven de andere deur hangt een scherm met een andere naam en een ander tijdstip. Tussen de mensen, waarvan ik de meeste niet ken, sta ik te wachten. Schuin voor me staat een mevrouw met blauwe glitter oogschaduw. Ik draag mijn begrafenisjurk, niet de sjieke van tante Griet maar een met kleine stipjes. Ik denk dat Bart wel van stipjes houdt. Onder mijn jurk draag ik mijn mooiste kousen, het blijft tenslotte een man.

De deur zwaait open, eerst voor de familie, dan pas mogen wij. Rij na rij vult zich met mensen. De foto’s van Bart levensgroot op een scherm, als klein mannetje met een jaren zeventig korte broek, meestal breed lachend omringd door mensen die hem graag zien. Net als nu denk ik.

Mooie woorden, muziek, het verhaal van zijn leven, van een man die ik maar oppervlakkig ken maar wiens heldere ogen me altijd troffen, vouwt zich hier voor mij open. Silke zingt, samen met haar vader, haar stem zo stevig dat ik mij er aan vast zou kunnen houden. Ik sluit mijn ogen en voel de tranen druppen. Geen zakdoek, de man naast me wel. Ik krijg een geruite herenzakdoek, schoon en nog gevouwen in mijn hand. Nat en besnot geef ik hem terug. Hij kijkt een beetje vreemd maar stopt de zakdoek weer weg.

Afscheid nemen, ik heb eigenlijk geen idee hoe ik dat moet doen. Bart is niet meer hier, moto, boom, ergens ging het mis.

Ik neem zijn lief lang en stevig in mijn armen, probeer een beetje van mijn gloed aan haar te geven en rij een rondje tegen de richting van de rotonde in. Boven me jagen de wolken als gekken langs de helder blauwe lucht.


Gezichtsbedekking

masker
Te ingewikkeld om te delen knarstand ik maar wat. Het gaat wel zeg ik tegen mijn geliefden.
Dat is natuurlijk een leugen en dat weten ze ook. Zo houden we met zijn allen de adem in.
Ik brand mijn tong aan hete koffie, de tranen springen in mijn ogen.
Ik leef een beetje naast de tijd. Ik wacht tot ik mijn eigen oude opgewekte zelf weer tegen kom.


Gewoon


Ik schil patatten, ik zet thee. Spreek en knik en hum van ja.
Verstandig kijk ik door mijn bril. De trap neem ik met flinke stappen.
Mijn achterlicht dat doet het weer het leven gaat zijn gang.

In je tuin staat nog een prei, de kluiten klaar voor morgen. Ik rij op de fiets gewoon door rood en rem nog met mijn voeten.


Floeps

Het vertrouwen dat er nog tijd genoeg is, dat het altijd weer opnieuw kan beginnen, ik ben het even kwijt. Terwijl de sneeuw langzaam van de daken wegsmelt, bij de schoorstenen eerst, overpeins ik mijn verdriet. Ik voel, een beetje zoals wanneer een tand eruit is, voorzichting met mijn tong hoe groot het gat is en hoe het kon gebeuren dat ik een tand verloor. Het is natuurlijk maar beeldspraak, want nog staan mijn tanden keurig in rij.

Ik hoef mijn ogen maar te sluiten om me voor te stellen hoe ons weerzien zou zijn geweest, hoe zijn handen de mijne zouden vastnemen, ik mijn neus in zijn nek zou verstoppen, mijn armen om hem heen zou slaan en zuchten van tevredenheid. Zo is het vaak gegaan als hij terug kwam van een reis godweetwaarnaartoe.

Er is geen terugkomen of weerzien, ook niet in mijn verbeelding en daar woont mijn verdriet.


zien

Weerzien met de dichter:
In het fijne gezichtje van de dochter, ik had het met mijn handen willen omvatten.
In de stem van de zoon die me tot tranen toe roerde.
In de zoenen van de broer, ik moest me inhouden hem niet stevig te omarmen zo vertrouwd kwam zijn lijf mij voor.
In de ogen van de oudere broer, ik voelde me ongemakkelijk onder zijn onderzoekende blik want zag daar in de zijne.

Eindelijk zag ik de ouders, nee voorstellen vond hij nooit nodig hij was weg uit Leuven.
De mama van zijn kinderen, de vriendin die hem (en soms mij) zo genereus onderdak verleende.
De man van het restaurant, de vriendin van de cité die mij nog vaag herkende.

De jeugdvriend die me aansprak, hoe schoon de toespraak was en hoe droevig dat hij je brief nooit heeft gelezen.
De zoon die me, geleund tegen de aanrecht, een les gaf: nooit aarzelen maar doen, spring uit de auto of de tram om een geliefde te begroeten.

Te laat, te laat, maar toch, als ik de dichter ooit weer tegenkom dan roep ik al van verre!


Nachtwacht

Het huis in de duinen ligt er er stil bij. Het is bijna één uur en putje nacht. TL verlichte gangen wijzen me de weg. Deuren zoeven open en ik sta in een andere wereld, die van luiers voor volwassenen en afscheid nemen. Ik recht mijn rug en loop op de tenen van mijn kliklaarzen naar de afdeling. Daar gaan de deuren achter me opslot. De nachtzuster lopen er op slippers en kleppen me voorbij. Ze knikken, weten waar ik voor kom. De kamerdeur staat open. Dag mamma van de Dokter. Ach wat is ze klein geworden. Ze verdwijnt al bijna in het bed.


Gedaan

 

Onwerkelijk is het idee dat ik niet meer opgewonden heen en weer hoef te rennen om een deadline te halen.


Naderbij

Nog twee weken dan is het gedaan met mijn vastdiensverband. Er zal een feestje zijn met drank en hapjes. Met collega’s die ik straks niet meer zie, met collega’s die vrienden zijn geworden en waarmee ik voortaan af zal moeten spreken om bij te kletsen en de toestand van de wereld door te nemen. Geen vast salaris dat elke keer weer wondelijk op mijn rekening komt, geen vakantiegeld of een kerspakket. Wel een zee aan mogelijkheden en een wereld te ontdekken. Het blijft een onwerkelijk idee.


Laatst

Terwijl ik de trap naar de studie oploop realiseer ik me dat ik voor de laatste keer een programma presenteer. Op slag word ik zenuwachtig. Straks doe ik nog iets heel raars. Gelukkig verdwijnt het meteen zodra mijn billen de stoel raken en ik de vertrouwde panelleden tegenover me zie. Géén bloopers tijdens de laatste uiztending Zeeuws Diep..pffffffffffff!


Deftig

Ahja, een deftig kleedje heb ik nodig en bijpassende schoenen en mijn haar in de plooi. De burgemeester gaat op pensioen en ik mag de hele dag zwaaien. Nu nog iets zoeken om de binnenkant onder controle te krijgen, Dat ik niet hopla opspring en over de tafels ga rennen of hard lachen op het verkeerde moment.