Tagarchief: geluk

Marina

In volle vaart ren ik de parkeergarage door, te laat, te laat. Een kaartje kopen bij de automaat lijkt eindeloos te duren, om zeven over acht stap ik de donkere zaal in.
Ik sukkel naar boven, onzeker door het duister, en plof opgelucht in een klapstoel.

Het plan was een film op de bank onder een dekentje maar ik heb behoefte aan anoniem in het donkert zitten. Geen idee wat ik zal zien. We kozen lukraak iets van het scherm: Marina? Ja knikte we alle twee tegelijk. Ik heb niks met Rocco Granata maar nog voor we een kwartier ver zijn zit ik al te snikken.

Ik ga op in het leven van de Italiaanse charmezanger. Hoe heerlijk is het om de huilen om een verdriet wat niet het mijne is, te hopen op een verzoening die niks met de conflicten in mijn leven te maken heeft.
Als de lichten aan gaan, eind goed, al goed, stromen de tranen nog over mijn wangen. Naast me hoor ik ook gesnuf. Ik kijk om en zie dat de hele zaal vol bejaarden zit die allemaal driftig met een zakdoek in de weer zijn. Ik ben van de generatie, veeg maar af aan je mouw.


Gelukszak

Voor het zebrapad bij Dampoort staat een oude man in een beige regenjas. Grijs haar tegen zijn hoofd geplakt van de mottige regen.
Ik doe over de paar honderd meter van mijn huis naar het verkeersknooppunt elke ochtend minsten een kwartier. Daarom neem ik een beker thee mee voor onderweg. Die klem ik dampend tussen mijn knieën om te voorkomen dat ie omvalt. Ik stuur omzichtig omdat ik mijn dijen niet wil verbranden.

Voor me, achter me, aan alle kanten word ik ingeklemd door auto’s met bestuurders die het stuur verbeten in de knuisten klemmen. Met enige regelmaat kijk ik opzij om te knikken. Niet omdat ik het nou zo geweldig naar mijn zin heb maar in de hoop dat het de filerijder zal behagen om me er door te laten zodat ik mijn afslag kan nemen. Het helpt niks ik moet De Snor met ware doodsverachting tussen de auto’s duwen.

Opschieten doe ik niet. De regen in combinatie met de ochtendspits maakt dat alles muurvast staat. Zelfs de fietsers begeven zich slingerend tussendoor de chaos van auto’s. Terwijl ik een slok thee neem besluit ik de regenjasman voor te laten gaan en laat een gaatje vallen voor ik op de rem sta. Verwonderd kijkt de man me aan. Ik zwier met mijn hand heen en weer achter de ruit ten teken dat het hem vergund is om over te steken. De man doet een paar passen, neemt dan een imaginaire partner in de armen en walst over het zwart witte pad naar de overkant. Daar aangekomen maakt hij een buiging naar me terwijl hij zijn hand op zijn hart legt.


Genoegelijk

De lichten van de woonboten reflecteren op het water. Mijn laarsjes tikken driftig op de stoep. Het is al bijna twaalf uur, de mensen die ik tegenkom slingeren een beetje. Dat geeft niks, ik had dat derde glas wijn misschien beter ook laten staan maar intens tevreden en gelukkig stap ik huiswaarts.

Ik deed vandaag mijn eerste kunstje in de doeken. Ondersteboven hing ik onelegant maar kinderlijk opgetogen over het lukken van mijn truckje in de rode lappen. Ik geef toe er kwam wat hulp aan te pas maar de euforie was er niet minder om.

Zonder vrees liet ik me voorover vallen.


Oppas

Ik pluk bramen in mijn onderbroek, doe een wasje, drink koffie buiten aan de houten tafel, loop het weggetje af met de hondjes, ik lees de krant heel langzaam. De zon schijnt op mijn vel en ik zucht omdat ik zo tevreden ben. Twee hele dagen vrij, de allerdruktse periode achter de rug heb ik een onverwacht vakantiegevoel terwijl ik op het huis pas waar ik al 25 jaar als gast kind aan huis ben.


Janker

Te moe ben ik om te denken. Elke keer als ik een zin wil formuleren ontglipt me een onmisbaar woord. Mechanisch eet ik een ijsje, voel nauwelijks het koude zoet op mijn tong. In mijn zak koester ik het lieve persoonlijke briefje dat ik na drie dagen vorming geven kreeg. Elke keer als ik het lees krijg ik de tranen in mijn ogen.


Goede werken

Twee jobs op één dag lijkt misschien veel maar ik krijg er ongelofelijk energie van. Innig tevreden zit ik aan het einde van de dag op de bank. Een tas pepermunt thee en een speciaal voor mij gebakken glutenvrij cakeje erbij.


Stralen

Elke keer als ik in de ogen van Het Kindeke kijk doet mijn hart pijn van geluk.


Meldpunt

In het gangpad sta ik te wachten tot ik uit kan stappen. Propvol is het in de trein van Gent naar Brussel. Ik las de hele weg in mijn boek, geklemd tussen twee tassen en een koffer. Met mijn gedachten ben ik nog in de Wilde Regenlanden. Ik laat me tussen de reizigers meevoeren richting uitgang. Ik voel dat ik aangestoten word en geïrriteerd kijk ik achterom. Wat moet die man van me? Ik voer mijn tempo een beetje op. Dat gaat niet echt makkelijk in de drukte maar ik heb geen zin in gezeur dus stap ik stevig door. De man volgt en zwaait met iets. Hij haalt me in en zegt met een vet Pools accent: Mevrouw  de rugzak staat open, de handschoen viel eruit. Behoedzaam legt hij de wollen handschoen in mijn hand en wacht tot ik mijn rugzak dichtrits. Kan ik dit ook ergens melden?


Op weg

Nu de zon weer hier is laat ik me elke ochtend verrassen door het pad.


Achter de voordeur

Geen idee of de deur open zal gaan als ik op de bel druk. Ik weet niet wie of wat ik aan zal treffen, een huis keurig in orde waar ik met een gerust hart een tas koffie kan drinken of een plek waar ik mijn jas zo op moet hangend dat ie in elk geval de vloer niet raakt en waar ik op de volle bank een voorzichtig een plekje vrij moet maken voor mijn billen. De mensen die ik bezoek zijn ziek, soms zo ziek dat ik moeite moet doen om een glimp op te vangen van de persoon die ze zouden kunnen zijn als ze niet verdwaald waren ergens in hun geest.
Het is een voorrecht om binnen gelaten te worden, daar waar ze zich veilig wanen. Behoedzaam manoeuvreer ik om huis en geest niet verder te verstoren op zoek naar dat ene sprankje waar we ons alle twee aan vast kunnen klampen.