Tagarchief: Gent

Streng

IMG_9779
Nee madame, ge kunt hier niet rondkijken! Een van de gezusters Priem in blauwe jasschort kijkt streng over haar bril. Ik heb niks nodig, ik wil niet eens behangen. Om te ontkomen aan de toorn der Priems verzin ik dat ik vintage behang wil.

Madame, dat bestaat niet. We leven wel in 2013, dat behang is er niet meer. Dat zou dan zestig jaar oud zijn. Wat denkt ge wel
Als ik piep dat ik twee jaar gelden echt bloemetjes behang in roze en groen bij hun kocht wordt haar mond een dunne streep en houdt ze voet bij stuk: Het is onmogelijk want zulk behang bestaat niet meer.

Overbluft wijs ik naar behang dat me kan bekoren. Ze begint te rommelen in de vakjes en haalt de ene na de andere rol prachtig, minstens veertig jaar oud, behang te voorschijn. In alle tinten groen, met schitterende geometrische patronen en als laatste een rol blauw met hysterische rozen. Ik fantaseer mij terplekke een romantisch rendez vous.

Een uur later vind ik mijzelf terug op mijn knieën voor mijn slaapkamermuur met een meetlat in de hand.


Inburgering

Ze helpen tegen ziektes, vooral tegen hondsdolheid. Met droge ogen houdt de bakkersvrouw haar verhaal.
Nu zijn er veel honden in mijn buurt dus op zich niet zo gek dat ze me een broodje aanbeveelt dat kan helpen tegen zo een enge ziekte. Zou ik niet het schuim op de bek krijgen en met rollende ogen en grommend ter aarde storten na een beet van een hondsdol dier?

Zelf gelooft ze er niet in, de bakkersman wel. Die is gelovig knikt ze. Ze verkopen de gewijde mastellen enkel en alleen op 3 november, iets met Sint Hubertus en het volk beschermen.
Ik kan er zeker van zijn dat alle mastellen mee gaan naar de mis om door de pastoor gezegend te worden. Niet alleen een symbolisch mandje met drie broodjes in zoals sommige bakkers doen smaalt ze.

De bedoeling is wel dat ik er voor elk gezinslid eentje koop en als ik zeker van mijn broodjes wil zijn moet ik bestellen.De oudere mensen zijn daar zot op en dan gaat het hard.
Het allerbeste zou zijn als ik ook mijn huisdieren een stukje geef. Die zijn dan mee beschermd, vroeger gaven de boeren dat ook aan hun beesten.

Nu spreken we hier niet van de middeleeuwen maar van een gesprek van afgelopen week bij mijn plaatselijke Gentse bakker.


Stadsdieren

IMG_9389IMG_9380


‘tStad

IMG_0665
De oude meubelmakerij en bowlingbaan is al lang dicht. Appartementen moeten er komen, projectontwikkelaar, stadsvernieuwing, veel waste weining wol.
Vanavond wordt in de werkplaats van de stoffeerder het café geopend. Niemand kan me vertellen of het gekraakt is of niet maar in elk geval is het er druk, warm en gezellig, ik ken iedereen en dat is goed want de stad is nu thuis.
Mina is mee als mijnhondje (als krakershond slaat ze een gek figuur want ze loopt altijd aan de lijn anders loopt ze verloren). Ze is niet hoger dan 15 centimeter, de openhaard brandt, de mensen stroomen toe. Mocht Mina omvallen dan gaan we met zijn allen naar buiten. Te veel koolmonoxide!


Wazig/secretagent

IMG_0836[1]


Buurt

Levensgevaarlijk, beroving, drugsdealers, je wordt natuurlijk voortdurend lastig gevallen, hoe vaak is je auto al opengebroken, als het donker is zeker de deur niet meer open doen.
Met heimwee denk ik terug aan mijn oude buurt waar de feestjes me regelmatig tot diep in de nacht uit de slaap hielden, de buren van woeste pluimage dan beschaamd hun excuus aan kwamen biedden om als iedereen weer een beetje op de been was gewoon weer verder te feesten.
Ik at er pannenkoeken die de buurman bakte, werd uitgenodigd voor bier en koffie. Rolde in het holst van de nacht over straat, speelde muziek op de stoep, sloeg een praatje met een gesluierde buurvrouw in de krantenwinkel. Allemaal in de gevaarlijkste buurt van Gent

Nu woon ik langs de Leie, beste buurt, dure huizen. Ik word niet uitgenodigd voor een feestje, het is er stil op straat, niemand groet me als ik buitenkom. De kindjes worden zwijgend in dure bakfietsen gehesen. De vrouwen drinken dure bubbels in de zomer op het bankje. Ze kijken niet op of om als ik langskom. Ze klagen als ik mijn auto niet netjes in een vak parkeer, de deur te hard dicht gooi, licht laat branden. Het liefst schaffen ze de Gentse feesten af want, ach, wat een lawaai en weet u? We hebben genoeg geld om door te procederen. Ze stemmen Groen of Spa want ze zijn zo verantwoord.

Ik word er diep verdrietig van en speur het net af naar verhuisbedrijven.


Thuis

gent


Visserslatijn

 


Ochtendstond

Tien voor zes, de stad is nog donker, het water klotst onrustig in de Leie en de bladeren van de plantanen dekken de straat toe met een roestbruine deken. In het licht van de lantarenpalen lijken de diepe schaduwen hard en onvriendelijk.
Op weg naar de bakker die belooft om zes uur zijn deur te openen stap ik stevig door. 
Over de brug lopen een man en een vrouw, arm in arm, de stap onzeker. Ik heb een relatie met twee mannen hoor ik de vrouw vertellen. Ik knik opgewekt als ik ze voorbij steek.
Voor de deur van de bakker loopt een jong meisje snikkend heen en weer. Haar benen, gestoken in hoge laarzen, wankelen onder zo veel verdriet.
De eerste tram rijdt voorbij, Coupure licht zijn bestemming op
Flarden muziek van Het Volkshuis ontsnappen door de deur die openzwaait. Het snikkende meisje rent het cafe weer in.
De bakker maakt zijn belofte niet waar. Zonder koeken ga ik op weg naar huis


Plas

Bij de kassa van de supermarkt stop ik alvast een euro vijftig los in mijn zak.  Het is voor de vrouw die buiten op een krukje zit te bedelen. Het is een vrouw met een hoofddoek, ergens in de zestig schat ik. Met een papierenbekertje voor zich probeert ze de buit voor deze zondag binnen te halen. Als ik buitenkom is het krukje leeg. Haar rooie boodschappenwagentje met wat spullen in staat er ook nog. Ik aarzel met het geld in mijn hand, zal ik het op het krukje leggen?
Toch maar niet, dat is weg voor ze terug is. Als ik naar de auto loop zie ik haar staan bij een boom in het plantsoen. Ze plukt aan haar vest en het lijkt alsof ze er iets in stopt of uithaalt. Ze ziet me kijken en ik sla gegeneerd mijn ogen neer. Mijn nieuwsgierigheid is sterker dan het fatsoen. Ik hou mijn hoofd een beetje naar beneden om haar zo onopvallen mogelijk te bekijken.
Ze zet haar wandelstok tegen de boom en wandelt naar de bosjes. Zonder op of om te kijken stapt ze de struiken in. Ik blijf stomverbaasd achter.