Tagarchief: koekoek

Tegenstelling

IMG_1069
In mijn mailbox bericht: Ik stop er mee, mijn masker heb ik meegenomen, het jouwe ligt in de koffer, het ga jullie goed.
Twee keer lees ik de woorden tot ik besef dat het echt waar, het masker waarmee ik al maanden speel is het weg.

Het proces van maskers maken, stap voor stap vormen, was geweldig. Ik verheugde me op het spelen met mijn zelf geconstrueerde alter ego.
Het lukte niet. Het masker en ik spraken niet met elkaar.
Haar masker lonkte naar mij en paste haar niet goed.
Ruilen riep de regisseur en zo speelde ik met liefde en tederheid met de oude vermoeide.

Nu is ie weg, zonder pardon of afscheid. Met buikpijn vertrek ik naar de repetitie. Ergens onder de weg beslis ik dat ik zal spelen met wat ik heb. Dat alles vertrekt uit tegenstellingen.
Ik pak meneer Neusmans uit de bruine kartonnen koffer. Als ik hem opzet kriebelt zijn snor mijn lippen.
Go Baby! fluistert hij in mijn oor.


Clan

Thuis is Gent, het hoge groene huis met houtsnijwerk op de deuren. Mijn slaapkamer met het linnen dekbed en uitzicht op de Berlijnse flat. De houten vloeren die mijn blote voeten verwelkomen. In het donker herken ik de treden van de trap.
Op maandagavond omhels ik mijn kleine Koekoek familie, de zoenen warm, zorgzaam, de irritaties die oplopen, de kleine roddels, de vlam die in de pan slaat. De wanhoop, de vreugde, de erotiek het is er allemaal.
Met grote zekerheid weet ik: Ze zijn mijn familie, soms haat ik ze, meestal hou ik van ze.


Lijfelijk

Er was een moment dat ik bedacht dat ik beter kostuums zou naaien of de catering verzorgen. Elke repetitie een worsteling. De tranen in mijn ogen, de daver op het lijf.

Nu dwing ik mij de waarheid te spelen. Ik voel de spanning in mijn buik. Op het scherpst van de snede laat ik mijn masker vallen. Ik beef en ik kronkel, ik giechel en crepeer. Ademloos bezie ik mijn publiek.
Het applaus is de ontlading.

Als ik me neerzet begraaft mijn masker zijn neus in mijn kruis en streel ik voorzichtig zijn kwetsbare snor. Ik fluister ‘sorry dat ik je versmaadde’
Nooit speelde ik een betere eerste keer.


Romeo en Julia

IMG_1113
De liefde, verborgen, geheim, in het bos, onder het laken, de geile liefde, de tedere, de onverwachte. Vandaag oefende ik de liefde in al zijn facetten.


Pok

IMG_9430
Mijn billen en rug drukken op de tafel onder me, die geeft niet mee. Het gipswater loopt in mijn oren. De wereld wordt steeds stiller en verder af. Mijn ogen, mijn mond, de gipskorst sluit ze af. Ik adem stil de lucht in door twee gaatjes bij mijn neus. Geef me over aan de handen die mijn masker maken. Dikker en dikker wordt de laag die mijn trekken doet verstillen.
Dan voel ik met twee handen mijn keiharde gezicht. Zal ik zo hard en koud zijn als ik dood ben, de vraagt dringt zich op.
Ja, denk ik zo zal het zijn maar dan wel zonder mij.


Masker

Romeo en Julia moet het worden. Het masker schuift voor mijn gezicht en op de derde slag van de trom moet ik me draaien. Met Ja en Nee voer ik een conversatie en voel dat het niet is wat het moet worden.
Jaloers kijk ik naar mijn medespelers die soepeltjes over de vloer bewegen.
Ik probeer mijn brein te motiveren mij los te laten, ik smeek en soebat tevergeefs.
Mijn hoofd regisseert mijn lijf met strake hand: laat je been niet bewegen, spring niet want dan kan je morgen niet meer lopen, hou je rug recht.
Ik vervloek mijn hernia en incasseer zonder morren de kritiek.


Wazig/secretagent

IMG_0836[1]


Schapen in de parkeergarage

Wat doe je nu zoal op je vrije zondag?


Huilen is voor jou te laat

Ik buig voorover en gil het uit, met gierende uithalen. Kom terughug! Nog eens en nog eens. Ik werp me op de grond en krijs. Mijn jasje plakt op mijn rug. Ik roffel met mijn voeten. Ik snik zo hard ik kan. Wanhopig roep ik dat het nog niet over is en dat het nog maar net begon. Het helpt niet dus gaat er nog een schepje boven op.

Dan krijg ik de slappe lach. Zie mij hier liggen op de grond.

Ik zucht er van als ik opsta. Toneelspelen is echt wel hard werken


Democratie

Rond de bar aangeschoven voor overleg. Doen we het wel of doen we het niet? Het geluidsniveau zwelt aan. Iemand piept op de achtergrond en wordt niet gehoord. Argumenten passeren, steeds dezelfde maar dan luider. Meningen gevormd, denk ik. Een diepe droefheid overvalt me.
Waarom is het toch altijd de hoeveelheid die de koers bepaalt?