Tagarchief: missie

Rijk

Ik hoefde niet te wachten op een brokkelig sateliettelefoontje of een email met verhalen over schieten. Ik reed met de auto zo naar het kind toe. Lekker beetpakken, trakteren op een hapje en gezellig kletsen. Wat een opluchting.


Thuis


Hartklop

De telefoon gaat. Kind uit Afghanistan.  Ik hoor aan zijn stem dat er wat is. Hoe gaat het piep ik. “Ik was bij het ongeluk met de bermbom”. Mijn harts slaat een slag over. Hij wil zijn verhaal kwijt. Reed op zo’n tweehonderd meter achter de auto die op de bom reed. Hij was de boordschutter en dacht dat ze beschoten werden. Hij bleef kalm. Lekker geslapen had ie niet de nacht nadien. Maar dat kwam misschien ook wel omdat hij die buiten ergens op een veld doorbracht dacht hij. Op mijn vragen over angst en verwarring antwoord hij kalm en dapper. Geen paniek. Je weet dat dit kan gebeuren. Gelukkig is er niemand omgekomen. Hij hangt opgelucht op. Ik blijf met een bang hart op de bank zitten.


Bang

kindje

Geruststellend zijn ze niet, de mailtje die het kind op missie stuurt. Hoe hij zich klaar maakt om te vechten en dat het er dan toch niet van komt. Over de gewonden die afgevoerd moeten worden, de reis door de donkere woestijn.  De bermbommen die ontploffen. Onder aan het mailtje schrijft ie “ik ga de opleiding voor algemeen verpleger volgen”. Zou hij dan pleisters krijgen in plaats van een geweer?


Zondagmiddag

opgeschept

opgeschept

gedragen

gedragen

neergezet

neergezet


Genot

lappen

lappen

Een beetje katerig, keelpijn, licht chagerijnig lag ik tussen de lappen. Na het eten naar bed. De rek d’r uit. Toen belde het kind uit Afghanistan en vertelde hoe ie zichzelf en z’n kleren in de rivier waste, dat de pakjes zo goed aankwamen. Ik zapte langs een fijne sentimentele wijvenfilm op de Belg en ontdekte in de diepvries nog een bak yoghurtijs. Lepelend van het ijs, in bed, met aan elke kant een hondje keek ik sniffend naar de film. Het leven is zo slecht nog niet.


Vasthouden

geluk

geluk

Hij stuurt me foto’s van zijn voertuig. Stoer leunt ie uit het raampje in een stoffige Afghaanse woestijn. Ik krijg er ook eentje van mijn gehelmde kind met zonnebril in een helicopter. Grote grijns op z’n gezicht. Als hij belt vertelt hij verhalen over gesluierde vrouwen, zielige honden en smoezelige kindjes. Over de patrouilles zegt ie niet zo veel. Ik doe voorzichtig hoor. Hij zegt het om me gerust te stellen. Dat hoor ik aan z’n stem. Ik zou hem het liefst nog vasthouden. Met een hand onder z’n kleine billen.


Reis

bepakking

bepakking

Als je niet goed oplet zou het een schoolreisje kunnen zijn. Allemaal opgewonden jonge mensen die bepakt en bezakt klaar staan om te vertrekken.  Als je goed kijkt zie je rooie natte ogen, verfrommelde zakdoekjes in handen geklemd en zenuwachtig bijten op een lip. Ik pak die grote onhandige man, die ik als piepklein jongetje hoog boven mijn hoofd tilde tot ie het uitgierde van pret, stevig vast. In mijn ogen nog kind. In zijn ogen een man, klaar om de wereld te veroveren. Tot we, vlak voor het loslaten, elkaar aankijken en ik mijn angst zie weerspiegeld in zijn blik.


Voorbereiding

noodpakket

noodpakket


Bang

af

af

Hij is er klaar voor en heeft er zin in. Mijn hart wordt elke dag zwaarder. Nog een paar dagen dan zwaai ik hem uit op luchthaven Eindhoven. Pleegneef gaat naar Afghanistan. Hij was een paar dagen in ’t Kerkje. Om goeiedag tegen oma te zeggen en vertroeteld te worden. We liepen met de honden ons favoriete rondje door de polder. Zal je voorzichtig zijn? Een scheef lachje kreeg ik.