Tagarchief: muts

Politiek correct

Boontjes uit Kenia, aardbeien uit Spanje, tomaten uit Zuid Afrika, schandelijk! Ik knik instemmend vliegtuigen zijn niet voor groente, misschien ook niet voor mensen maar dat is een geheel andere discussie die ik wijselijk vermijd. Tegenover me zit een deskundige, er is geen speld tussen te krijgen.
De oplossing; De groentetas. Louter groente biologisch dynamisch rechtsgedraaid en uit de buurt. De vrouw die de zakken zal gaan leveren is bovendien straatarm dus dienen we het goede doel aan alle kanten.

an offer you can’t refuse!

Week na week krijg ik een bruine papieren zak met daarin één teentje knoflook, een spitskool waar je met twee nauwelijks van kan eten. Sla met rotte blaadjes, bleekselderij die na 3 dagen zelf soep is geworden. Soms zit er ook een zakje in met dertig gedroogde bruine bonen. Echt onder de indruk van de kwaliteit ben ik niet maar het is vast vreselijk gezond zo zonder al die middelen om dingen vers en groen te houden. Duur is het ook, ik zou mijn groenten beter zelf in Spanje kunnen halen. Omdat het zo’n lelijke gedachte is onderdruk ik hem onmiddellijk. De mevrouw van de zak is arm, ik ben rijk en zij wroet de hele dag in de klamme klei om mijn groente te kweken.

Met vrienden ga ik uit eten naar een deftig restaurant. Het kost wat maar dan heb je ook wat. Onderweg vertel ik ze van mijn nobele groentetas en de verslokerde inhoud. De stoelen worden aangeschoven en de menukaarten uitgedeeld. Tevreden kijk ik om me heen. In de hoek aan een tafeltje met kaarslicht zie ik een bekend gezicht, het duurt even voor ik het herken, het is de mevrouw van de groentetas. Ze wuift en ik zwaai slapjes terug.

De volgende bruine tas die ik afhaal bevat een bosje zevenblad* met een recept voor overheerlijke hartige taart. Het is de laatste groentetas die ik afneem.

*zevenblad is een onuitroeibaar onkruid dat kniehoog in mijn tuin groeit en de schrik van elke tuinier.


Stom

Elf jongens en vier meiden in een kring, 17 is de gemiddelde leeftijd. Ik leg de spelregels uit: Als je mijn vraag met ja moet beantwoorden schuif je een plaats op. Is het antwoord nee blijf je zitten. Als ik een vraag stel waar je niet op antwoorden wil blijf je gewoon zitten, het is niet omdat ik een vraag stel dat je moet antwoorden. Ze knikken netjes. De leerkracht gym doet enthousiast mee. Een man van een jaar of dertig in zijn donkerblauwe trainingsbroek. Het is een vorming met liefs, over sexualiteit en relaties. De vragen die ik stel hebben met het thema te maken: Loop je wel eens bloot door je huis? Gaat de badkamerdeur op slot. heb je wel eens iemand gezoend terwijl je dacht getsie? Kijk je wel eens porno?
De leerkracht staat als eerste op. De meiden kijken vol ongeloof en afgrijzen hoe de man opstaat en een stoel verder weer gaat zitten. Ze zeggen niks. Ik zou iets moeten doen om de situatie te redden denk ik maar er komt niks. Ik weet heel zeker dat alles wat ik nu zeg de situatie alleen erger zal maken.
De eerste vraag die in me opkomt is: Wie heeft er zijn onderbroek wel eens langer dan drie dagen aangehad? Godzijdank blijft ie deze keer zitten.


Spinsels

IMG_6857
In gedachten arrangeer ik onze plaatsen zo dat ik niet in de verleiding kom mijn hand op je been te leggen of ernstiger nog, probeer ik me vooral niet voor te stellen hoe mijn vingertoppen hun eigen leven zouden kunnen gaan leiden op zoek naar herkenbaar genot.
Zorgvuldig leg ik mijn spullen neer om de zitplaats te markeren. De kopjes geven de plek aan waar ik de tegenspeler wil. Ik trek de kleding aan waar jij niet van houdt. Klaar en stevig sta ik op de grond.
Drie keer kijk ik op mijn stilstaand horloge, ik weet zelf echt wel hoe laat het is.

Natuurlijk neem je niet de plek ik die ik je toebedeel. Resoluut schuif je met je kopje tot je tegenover me zit. Te dichtbij zeurt het in mijn hoofd. De aftershave die ik eigenlijk niet zo lekker vind maar die ik onlosmakelijk met jou associeer snuif ik als een krolse kat.

Ik kijk naar mijn in Jeans gestoken benen, wiebel met mijn kale tenen grijp mijn briefje bij zijn kladden. Punt voor punt werk ik het af terwijl ik denk: Adem in- Adem uit!


Niks

Omdat ik hier zo fijn met mijn rug naar de kachel de zelfgebakken havermoutkoekjes één voor één naar binnen werk en zielstevreden ben. Mijn fiets uit het zicht van de grijpgrage buurvrouw vol goeie bedoelingen heb gezet. Het Kindeke onder drie dekens gelukzalig ligt te knorren en zachtjes Mimi fluisterde terwijl ik voorzichtig de dekentjes over haar schouders trek.


Geluk

Zo’n ochtend waarop je wakker wordt en het lijkt alsof je in je slaap de halve marathon liep, ik had het deze morgen. Met moeite sleep ik mijn half dooie lijf uit bed. Het hele ritueel van water opzetten voor thee, wassen en plassen verloopt nog een beetje stroef, nog geen routine in het nieuwe huis. Het moment dat mijn pyjama uit moest en de kleren aan slaat de paniek toe. In welke kist zitten mijn broeken? De dozen staan opgestapeld in rijen. Natuurlijk was ik wel zo slim om op de dozen te schrijven welke inhoud ze bevatten. Er staan minstens vijf dozen waarop ‘ kleding’ staat. Lukraak trek ik ze open, ik ben al laat. Het eerste beste kledingstuk dat ik tegenkom trek ik aan, het is een jurkje. Ik heb geluk want in de volgende doos vind ik een panty. Uiteindelijk ga ik de deur uit in een woeste combinatie van rooie laarzen, een zwart met groen en roze bloemetjesjurk en een enorm foute netpanty. Wat een gelukzak ben ik toch, als ik buiten kom blijkt het zwaar boven nul, mijn benen vriezen er niet af en de blauwe sjaal die ernstig vloekt met alle kleren die ik aanheb kan uit. Joechei!


Moment

Op mijn rug lig ik in de natte sneeuw. Ik tast onder De Snor naar de reservesleutel. Ik weet dat ie ergens met ductape op een balk zit geplakt. Ik vind hem en peuter hem van tussen het halfvergane plakspul. Starten gaat nog net maar op slot doen lukt niet meer, te veel erosie op het sleutelmetaal.

Het Kind en ik eten appelcrumble met ijs. Na het uitlikken van de schaaltjes breng ik het ijs terug naar de diepvries. Een half uur later komt Het Kind terug met de beker ijs in haar hand, oeps ik zette de pot per ongeluk in de koelkast. Snel terug in de vriezer, weer ga ik op pad richting bijkeuken om het ijs koud te zetten. De volgende dag krijg ik een mailtje : IJs kan je niet een nacht in de koelkast laten staan, dan smelt het! Had de doos ijs gewoon terug in de koelkast gezet.

Mijn fiets staat al weken bij de fietsenmaker, vandaag haal ik hem op want ik wil een flink stuk door de polder fietsen. Ik laat me afzetten bij de winkel en wandel naar binnen. In mijn zak tast ik naar mijn portemonnee. Die ligt nog op de keukentafel. Gelukkig krijg ik mijn fiets wel mee.

Vandaag las ik dat de overgang gepaard kan gaan met vergeetachtigheid en concentratieproblemen. Gelukkig heb ik daar geen last van.


Chronisch

De wekker piept, slaapdronken probeer ik hem op het krukje naast mijn bed het zwijgen op te leggen. Bril, ketting, labellostift; het rolt allemaal over de vloer door mijn verwoede maar onhandige poging.
Ik zet hem nog even op soezen, en nog een keer tot ik er echt uit moet en mijn benen over de rand zwaai.
Tegenover mijn bed staat een kast met een spiegel, een grote spiegel, dat is gezien mijn leeftijd niet echt een goed idee.
Elke ochtend denk ik, zittend op de rand van mijn bed; Vanavond ga ik vroeg naar bed.


Kakdag

Poets mijn tanden met scheerschuim, laat mijn agenda in een café liggen en als ik terug ga is die weg, stoot mijn teen als ik in bed wil stappen, rij met de auto over mijn bril. Ja Lap!


Crash

Nonchalant rijd ik de parkeerplaats op. Nergens plaats want het is feest in het park. Ik neem de bocht een beetje krap en hoor een schurend geluid. Daar word ik meteen een stuk alerter van maar dat is een beetje laat. Met mijn robuuste volkswagenbumper heb ik het spatbord van een truttige Clio geschampt. Ik rij snel door en zet mijn auto een heel stuk verder langs het water. Ik ben er zeker van dat niemand heeft gezien dat ik een auto ramde. Ik besluit eerst maar eens te kijken wat de schade is. De oude Golf keur ik geen blik waardig. Die zit al vol met schrammen en butsen. De Clio heeft een deuk en een flinke kras. Ik wik en weeg en denk dan aan al die keren dat er iets gejat, bedeukt, of anderszins aangetast werd. Hoe kwaad en teleurgesteld ik was. Ik wandel heel langzaam naar huis om een briefje te schrijven dat ik onder de ruitenwissers kan schuiven. Ik hoop dat de auto weg is als ik terugkom.
De auto staat er nog als ik met het briefje in mijn hand toekom. Een half uur later heb ik een hele blije opgeluchte mevrouw aan de telefoon. Ik voel me een echte toffe.
Tot de rekening in de bus valt. Ruim vierhonderd euro maak ik over naar de bankrekening van een ongetwijfeld nog steeds hele blije mevrouw. Haar geloof in de goedheid van de mens is niet aangetast.
Zij weet niet dat ik overwoog om maar gewoon snel door te rijden en dat ik stiekem denk dat het niet zo’n heel slecht idee zou zijn geweest. Ik ben niet zo’n toffe.