Tagarchief: onderweg

Stadsdieren

IMG_9389IMG_9380


Wazig

In zijn linkerhand houdt hij een glimmend papiertje. Met zijn rechter wijsvinger dipt ie in het papier en likt dan aan zijn vinger. Traag herhaalt hij keer op keer de beweging. Onopvallend stap ik dichterbij. Ik barst bijna van nieuwsgierigheid. We lopen diep in het bos, wat kan ie daar aan het doen zijn? Het valt niet mee om nonchalant mijn stap te versnellen want heb ik een blaar zo groot als een ouderwetse rijksdaalder op mijn rechtervoet. Dat maakt dat ik een beetje raar mank.
Uiteindelijk loop ik naast hem. In zijn hand ligt een opengevouwen pakje bouillon. Het blokje zelf is tot kruimels geknepen. Zo te zien is de helft van het pakje al opgepeuzeld. Als het een leerling zou zijn zou ik nu beslist gaan uitleggen over zout en je nieren. Nu vraag ik de begeleider zo neutraal mogelijk of het lekker is. Ja, best goed. Hij zegt het in volle overtuiging.


Verloren

IMG_6147
Ik verdwaal in mijn eigen bed, de vouwen in het laken brengen mij op plaatsen die ik niet ken. Elke nacht zit vol verhalen. Levendig en kleurrijk. In de morgen bij het ontwaken blijft de vage indruk van een lange verre reis naar onbekende oorden nog lang bij me.


Onder de weg

 

Hup, hang ik de tassen aan de fiets, de banden opgepompt en de ketting gesmeerd. Waar gaat de eerste etappe naar toe vraagt de vriendin die ik voor vertrek snel nog even bel. Naar huis, naar Gent. Ze valt bijna van de stoel van het lachen. Wie fiets er nou naar zijn eigen huis. Nou ik! Het was een wondermooie tocht langs kanalen en door de vlaamse polders. Ik dronk een glas op mijn vertrouwde terras en we lunchten met een kleed op tafel. Méér moet dat niet zijn.


Heffalump

ONE day, when Christopher Robin and Winnie-the-Pooh and Piglet were all talking together, Christopher Robin finished the mouthful he was eating and said carelessly: “I saw a Heffalump to-day, Piglet.”

“What was it doing?” asked Piglet.

“Just lumping along,” said Christopher Robin. “I don’t think it saw me.”

“I saw one once,” said Piglet. “At least, I think I did,” he said. “Only perhaps it wasn’t.”

“So did I,” said Pooh, wondering what a Heffalump was like.

“You don’t often see them,” said Christopher Robin carelessly.

“Not now,” said Piglet.

“Not at this time of year,” said Pooh.


Chaos

Een amoebe van kartonnen-dozen heeft bezit genomen van mijn huis. Halfvol, dichtgeplakt met tape en op sommige plekken drie verdiepingen hoog. Als ik melkschuim wil maken voor de koffie is het handige opschuimdingetje al ingepakt, de staafmixer die eigenlijk van Het Kind is moet weer uit een doos want anders kan er geen eten gemaakt worden voor Het Kindeke. Ik stommel mij door de dagen. Meestal werk ik overdag en in een staat van verdwazing staar ik dan bij thuiskomst naar dat beest van karton dat mijn huis overneemt.
Geen angts, alles komt goed spreek ik mijzelf bemoedigend toe. Ik vind mijn prentje van Christoffel terug dat op weg naar Rome in mijn fietstas zat. Ik lees: Wie opkijkt naar het gelaat van Christoffel loopt die dag geen enkel gevaar. Sè!

 


Brok

Lange ritten, mijn eigen bakje koffie mee zie ik de wereld aan me voorbij trekken. Voor een oplettende bestuurder is de snelweg een bron van raadsel, vermaak en drama. Het echte leven in een notendop; Wat doet die zwarte herenschoen op de middenberm aan de stoplichten van Lembeke? Drie doodgereden eenden op een rij en een haas zo plat als een dubbeltje behalve de kop. Wie verloor een stapel bruine juttenzakken in de buurt van Zelzate? Een kapote band met een gevarendriehoek op de vluchtstrook, zou iemand die nog komen ophalen dan?  Zo fantaseer ik mij een weg door Vlaanderen en Nederland.


Geen douche


Waterweg

Gemiddeld 18 kilometer per uur. Om beurt trekken we kop.


Zigeunerin

Met mijn oranje koffer op wieltjes trek ik van huis naar huis. Elke nacht een ander bed, een vreemd kussen. Ik word welkom geheten door collega’s die blij zijn samen op initiatief te staan. Een andere nacht slaap ik samen met de kat van een vriendin die aan het beest beloofde dat ze op mijn hoofd zou mogen slapen (en beloftes breekt men niet). In de koffer zit mijn notebook. Ik pak het zelden uit. Als ik laat ergens aankom zak ik neer op de bank drink een glas of een tas thee en rol het vreemde bed in. In het donkerste deel van de nacht word ik soms wakker, geen idee waar ik ben. Voorzichtig tast ik met mijn hand de omgeving af. Ik scan het bed, waar ligt de wekker, hoor de geluiden rondom mij. Tot ik weet “ah ik ben hier”. Ik rol me op en slaap tevreden verder.