Tagarchief: reisavontuur

Presidentieel

Naast het bed brandt aan elke kant een lampje, zacht licht verspreidt zich in de kamer. Het is een lelijk bed. Modern met een of ander fantasie-hoofdeind en opgemaakt met zwartwit beddengoed. ik sta er naast met mijn opnameapparaat in de aanslag.
Terwijl ik mijn vragen afvuur op de vrouw tegenover me vraag ik me af aan welke kant de president slaapt.

We spreken over corruptie in het land waar ze zo is van gaan houden, het gebrek aan goeie gezondheidszorg en wat zij als presidentsvrouw kan betekenen. Ze vertelt over de eerste ontmoeting met haar man, de rozen die hij voor haar meebracht, de romanticus die haar stap voor stap veroverde. Haar ogen stralen.

Zou het nog wel ok zijn om met vlechtjes in haar haren gek te dansen vraagt ze zich af, of gekke bekken te trekken op straat tegen haar zoontje. Ik schiet in de lach als ik denk aan het leger bodyguards dat haar, en ook mij deze dagen, omringt. Met hun zonnebrillen waar de straten van Tblisi in weerspiegelen, het hoofd geschoren, de spierbundels die bijna uit het strakke dure shirt barsten, de auto met geblindeerde ruiten die stapvoets naast ons rijdt als we ons in de stad begeven.

Nu is ze presidentsvrouw af, het luchtige van het meisje naast het bed is ze ergens onderweg verloren. Ik denk nog met regelmaat terug aan de twee jonge vrouwen uit Zeeuws-Vlaanderen naast het bed van de president van Georgië.


Afrika

De deur kan niet op slot mijn reis en kamergenoot die onophoudelijk babbelt, zegt het vol afgrijzen. We zijn na een lange vliegreis aangekomen in Accra en door een contactpersoon gedropt in een soort pension dat afgeladen vol zit.

Ik ben nog een beetje groggy van de reis. Morgenochtend brengen ze ons naar de missiepost. Nu is het te laat en te gevaarlijk om nog te rijden. de weg zit vol kuilen en er is nergens verlichting.
Het pension is naast een bordeel, het ziet er reuze gezellig uit met zijn roze en groene lichtjes. De muziek klinkt onophoudelijk en hard ergens van buiten. Er wordt gelachen en gepraat. Mijn reisgenoten zijn de praatgrage vrouw en een iemand van de kerk die doodsbenauwd is voor malaria. Niet dat er een mug te bekennen is, het is immers geen regentijd. Toch smeert ie zich van top tot teen in met DEET en stopt hij zijn meegebrachte muskiettennet minutieus in onder de matras. Vlak voor hij naar zijn kamer vertrekt maant hij ons de deur op slot te doen want wat er hier niet allemaal met vrouwen kan gebeuren, hij rilt bij de gedacht.

Ik kijk naar de deur. Waar het sleutelgat hoort te zitten is een gat. Mijn reisgenoot is op een bed gaan zitten en wil niet slapen voor de deur op slot is. De bedden zijn smal en groezelig. Ik wil niks liever dan liggen en mijn ogen dicht doen. Ik probeer haar gerust te stellen, we zijn tenslotte al zo goed als middelbaar, wat zou er moeten gebeuren, iedereen is reuze vriendelijk. Ze blijft er bij dat ze niet zal kunnen slapen

Zo sta ik midden in de nacht in een aftands pension in een Afrikaans land volkomen belachelijk en nutteloos in mijn ondergoed een deur te baricaderen met een stoel en mijn rugzak.


Spoorniet

De snelweg heb ik vaarwel gezegd. Meer dan twee uur over 87 kilometer is d’r over besloot ik na de zoveelste file rond Brussel. Ik ga met de trein! Van Gent naar Leuven, een directe verbinding meerder keren per uur. Gezond ook nog want ik moet eerst tien minuten fietsen en nog een kwartier stappen van het station naar kantoor in Leuven. Ik arriveer op tijd aan Sint Pieters, het station, om een flinke beker koffie en de krant te kopen. Ik zie voor me hoe ik elegant met mijn krant onder de arm en de dampende koffie de trein instap, me installeer en op het gemak, zonder oponthoud, naar mijn bestemming zoef. Ik probeer dit nu één maand maar nog nooit kwam dit scenario uit. De trein heeft elke keer vertraging van minstens een half uur, ik stap in de verkeerde trein, er staat een defect voertuig op de rails, de trein die ik zou nemen is compleet verdwenen, de trein zit zo vol dat ik, opeengepakt in het gangpad of balkon, mijn arm niet kan oplichten om mijn beker koffie naar mijn mond te brengen laat staan dat ik iets zou kunnen lezen. Het enige voordeel is dat ik samen met de andere reizigers mopper. Dat schept een band, soms lijkt het wel gezellig wachtend in de kudde op een tochtig perron of met vijftien opeengepakt op het balkon. Leve de Belgische spoorwegen!