Tagarchief: residentie

Behangselplak

Het is van een truttigheid die me ongelofelijk gelukkig maakt. Het maakt mijn beeld van hoe het zou moeten zijn compleet. Natuurlijk, in de echte wereld is het geen rozegeur en maneschijn. Dat doet er ook helemaal niet toe. Als de ramen wijd open staan, het avondlicht door de ramen stroomt en de geluiden van de stad en de mensen in het park binnendringen geniet ik van mijn zelfgeplakte illusie.


Badkamer update

De telefoon gaat vanmiddag. Ik sta net tot aan mijn ellebogen in de behangselplak. Het is de badkamerzoon. Hij belt me vanuit het ziekenhuis. Hij moet morgen aan zijn rug worden geopereerd, een ernstige hernia.
De deur voor de douchecabine is er, zaterdag komt badkamervader hem in de cabine hangen. De lekkende afvoer die het water minimaal afvoert neemt hij dan ook meteen onder handen.
Ik zeg braaf ja en amen. Ik durf niet te vragen of badkamervader (die ik tot nu toe alleen nog maar het gereedschap aan zag geven en de stukken vasthouden) wel al eerder een deur in een douchcabine hing. Ik bedoel, deze man belt vanuit zijn ziekenhuisbed nog net voordat hij door de klapdeuren van de operatiekamer gereden wordt. Dan kan je toch niet te kritisch zijn en wat zeur ik nou: Ik heb tenslotte al eens heel voorzichtig gedouched. Stil sta ik dan onder de waterstraal want anders spet het water door de hele badkamer. Een handoek stevig tegen de douchebak gepropt moet voorkomen dat de lekkende afvoer de vloer doet overstromen. Maar ik hoef geen mes in mijn rug en snijen en hakken maar. Ik hoop wel dat de chirurg niet zijn vader heeft meegenomen om te assisteren met de operatie.


Venten

De douchemannen zitten de hele middag in de badkamer in de residentie. Vader en zoon. Vader komt tijdens de klus regelmatig  een praatje maken.  Hij vertelt trouwhartig over zijn nierkwaal die hem drie maanden van het werk afhield. Ze lopen af en aan met ouwe beschimmelde douchebakonderdelen. Niet voor zijn tijd hummen ze. De mannen kwamen al vaker een klus doen in het huis in de residentie. Tot nu toe is dat geen enkele keer zonder horten of stoten uitgevoerd: De gasgeiser, al drie keer uitgevallen doordat zoon hem niet goed aansloot. Na de derde keer en veel gefoeter van mijn kant bleek dat hij het plastic in de afvoer had laten zitten. Kraan aangesloten: Alleen gloeiendheet of ijskoud- water. Na een reparatiepoging kraan kapot en drie dagen zonder water.
Ik hou mijn hart vast. Voorlopig lijkt het goed te gaan. Het afbreken van de ouwe meuk verloopt zonder problemen. Dan komt zoon vragen of hij mijn fiets even kan lenen. Er ontbreekt een onderdeel. Ongerust geef ik hem de fietssleutel. Zal je zien, heeft de groothandel dat onderdeel niet.
Na een kwartier komt hij terug met in zijn hand een stuk slang. Nu is het tijd voor glimmend kunstsof van de nieuwe douchecabine. In grote kartonnen pakken dragen ze het door mijn werkkamer en de keuken richting badkamer. Ik hoor ze aan het papier trekken en opgewekt naar elkaar roepen.
Een enorme klap en gerinkel doet me opspringen van mijn stoel. Ik ren naar de keuken. Daar staat vader met een bloedende hand en een deur van de douche in honderdduizend stukjes: Veiligheidsglas.
Verdoeme, zegt zoon en hij ziet een beetje bleekjes. Vader wil geen pleister, en ook geen bakje thee voor de schrik. Geef maar een bezem.
Het kan wel even duren voordat er een nieuwe deur komt. De douchebak bestellen koste al minstens een week. Voorzichtig douchen is het devies.
Echt blij ben ik niet. Ze vertrekken met de belofte meteen terug te komen als de deur er is. Vader zal hem komen hangen en de boel afwerken. Ik knik maar een beetje half.
Als ik savond het licht aan doe kan ik toch weer lachen. De hele douche glimt me toe. Ik hoef niet meer bang te zijn dat ik met een onvoorzichtige beweging met een deel van mijn blote lijf een beschimmelde wand raak. Ik trek mijn kleren uit en draai de kraan open. Jippie dat werkt. Ik stap met een voet in de douche en kijk naar beneden. Ik zie het water in de douchebak stijgen en vanonder de bak, daar ergens waar de afvoer zou moeten zitten loopt het water de badkamer in. Vloekend sta ik even later met mijn schone handdoek de vloer te dweilen.
Ik sprak vandaag al twee keer in op het antwoordapparaat. Geen teken van leven van vader en zoon. Ik vervloek hun hele familie, denk aan akelige ziektes en wil ze nooit, nee nooit meer zien!


Gelukkig leven

Niet dat ik zo’n balkonnetje heb in de residentie, maar het zou best kunnen. Dat ik daar dan zit in de voorjaarszon met een beker koffie tussen mijn twee handen. Ogen dicht, gekoesterd door het warme licht. Uitzicht op de bomen van het park. Ik wuif naar de mevrouw met een vaal wit hondje. Hef mijn beker naar de cipier van de gevangenis verderop in de straat die naar zijn werk stapt. Of misschien doe ik wel helemaal niks. Ik heb tenslotte mijn ogen toe.


Twas een schone nacht


Krochten

Tot aan mijn ellebogen sta ik in de spinnenwebben en vuil van jaren. Onduidelijke zakken die ik niet open durf te maken uit angst dat ik er iets doods in vind. Kartonnen dozen die onmiddelijk uit elkaar vallen als ik ze aanraak en flessen met chemische rotzooi met onleesbaar etiket. Het liefst zou ik de deur van de kelder achter me dicht trekken en nooit meer open doen. Géén optie weet ik want ik heb de ruimte nodig om gereedschap en verf op te bergen. Nu staat het hele huis vol met dozen klusspullen. Ik verhuis ze van de ene ruimte naar de andere en erger me groen en geel. Bovendien ben ik heel onhandig en stoot me voortdurend aan al die zooi. Mompelend met de lippen stijf op elkaar om zo weinig mogelijk van de zelf opgeworpen stofwolk in te ademen sta ik te vegen. Misschien krijg ik straks ook wel een onverklaarbare enge ziekte, net als de archeologen die de pyramides in Egypte openbraken.


Natte droom

Vanmorgen om kwart over vijf werd ik wakker van een druppel op mijn gezicht. Het duurde even voor het besef kwam dat ik niet buiten was maar binnen in mijn bed. In actie komen koste nog meer moeite. Een beetje sullig keek ik naar de druppels die vielen. Uiteindelijk is het hele bed verzet en emmers aangerukt. Pas volgende week heeft de dakman tijd. Een tentje dan maar?


Kransje

De stof schuift sneller en sneller onderdoor het voetje van de naaimachien. De handen sturen, een klein duwtje naar rechts, een vouw wordt gladgestreken. Kussens en gordijnen, onze monden staan niet stil, liters kruidenthee en koude witte wijn smeren onze kelen. Hou de naald recht!


Vermiljoen

 

Met een lepel kon ik het meeste wel weer in de bus scheppen.


Dameshuis