Tagarchief: te voet naar Parijs

Spoetnik

.IMG_4256
De hele dag loop ik met de rugzak door het Noord Franse platteland. Per dorp wonen amper drie bejaarden en een lelijke hond. Leeg en stil is het er. De tarwe is nog groen en golvend. Vaag loop ik richting Parijs, ooit hoop ik daar te geraken.

Hongerig stap ik de middag over. De auto van de kruidenier komt altijd morgen of was er gisteren.
Ik druk op de bel van huizen waarvan ik denk dat er iemand zou kunnen wonen maar geef het na drie onverbiddelijk dichte deuren op en wandel naar het volgende dorp.

In de verte zie ik een kerktoren die na uren stappen nog niks aan nabijheid heeft gewonnen.
In de hoop tijd te winnen steek ik een veld dwars over. De sloot is een klein obstakel, het prikkeldraad duw ik opzij.

Achter de bocht is een gehucht waar kinderstemmen klinken. De kat draait rond mijn benen als ik het erf opstap. Eitjes, sla, patatten en vers water krijg ik. De weide voor het huis glooit zacht. Ik zet er gerust mijn tent op.

De tent staat in een paar minuten als een kleine veilige burcht, ik zet mij met een dampende tas thee en bezie mijn thuis van de afgelopen weken. Ik was me in de beek, ik plas in de bosjes. In de schemering is er een hert. Morgen trekt de karavaan weer verder


Van Waterlandkerkje naar Saint Remy sur l ‘Au 1

Na een prachtige wandeldag, dag 3, ben ik op zoek naar een slaapplek. De zak op mijn rug weegt als lood, ik wil niks liever dan het gewicht van mijn schouders laten glijden. Ik ben ergens in de buurt van Maria Aalter en vraag een passerende boer of er misschien een camping in de buurt is.
Hij verwijst me door naar de pastorie van het dorp, daar kan ik de tent vast wel in de tuin zetten. Na nog een uur stevig stappen, de zon op mijn kop, bel ik aan bij het statige huis. Binnen tref ik twee pubers, een enorme zooi en vang ik bot. Hun ouders zijn niet thuis, ze weten niet of het mag.
De Broeders van Liefde die hebben een klooster in het dorp, die vangen vast dappere pelgrims op.
Het klooster heeft een lange oprijlaan en zit propvol gitzwarte gelovigen. Zieltjes gewonnen in Afrika. Ze kijken verwonderd naar de enorme rugzak daarna naar mijn borsten en dan snel naar de grond.
Overste Guido is beminnelijk en wijst me het leslokaal, een gebouwtje met wasbak, toilet en keuken. Daar kan het matje uitgerold worden.
Ik eet frieten van de plaatselijke frituur en zal daar s’nachts enorm ‘het zuur’van krijgen. Na het eten doe ik nog een kleine wandeling door het dorp, onbegrijpelijk mompelt overste Guido die ik tegenkom in de verwaarloosde maar prachtie tuin: Ge moet nog kweetnie hoever. In de avondschemer drink ik thee op het bordes van mijn huisje voor één nacht. Aan de zijkant van het klooster staan twee jonge geestelijken, ze staren onafgebroken. Als ik in het donker naar binnen stap ontdek ik dat de deur niet op slot kan. Even aarzel ik maar dan sleep ik zonder twijfel een enorme metalen tafel uit het leslokaal voor de deur. Ik wil wel zeker zijn dat er in het diepst van de nacht niemand uit het klooster uit naam van de broeders de liefde komt brengen.


Kronkel

terug

terug

Door een gebaar, een blik of misschien zelfs wel een geur stond Madame gisteren plotsklaps op een pad ergens in Noord Frankrijk. Rugzak van ruim 12 kilo op de rug, de eindeloze horizon en de verwachting dat het een mooie dag zou worden. De menselijke geest werkt af en toe een beetje vreemd.