Tagarchief: Tederheid

Bibbers

In mijn kous zit een enorme ladder, die begint ergens op mijn dij en loopt door tot over mijn knie. De hele achtermiddag heb ik geen tijd om nieuwe nylons te kopen. Het heeft ook wel iets geils troost ik me terwijl ik stap en mijn kleedje amper de gaten bedekt.

Na de avondvergadering spring ik over de drempel in vreemde handen. Er is thee en porto, ik mag in het logeerbed. Ver na twaalven poetsen we naast elkaar aan de wasbak onze tanden.
Hij is de allereerste man die me voorstelt mijn bed op te warmen met een haardroger.

Teder wordt ik ingestopt, de deken achter mijn rug en zorgvuldig onder mijn kin. Ik schuif een stukje op zodat er plaats is voor de man en zijn boek. Ik twijfel over het aanbieden van de warme plek onder mijn prinses-op-de-erwtachtige stapel dekens. Mijn ogen vallen dicht, ik laat hem de kou en mij de slaap.

In mijn blote bibberknieen krab ik in het versluierde ochtendlicht mijn ramen. Het deert me niet zo zonder kousen. De hele dag draag ik de warmte van het tedere instoppen, de zachte woorden die me fluisterden.


Weerzien

De manier waarop haar mond krult, hoe ze haar ogen toeknijpt als ze lacht.

Met grote gebaren onderstreept hij zijn verhalen, hij trekt met zijn hoofd een beetje opzij bij verontwaardiging.

Er zijn foto’s van de dichter die ik niet meer ken. Een moedige oude man die het vuur tegen beter weten brandende houdt.

Een grote tederheid overvalt me. De dichter is niet dood hij leeft!


Teder

Ik word een beetje week van zo’n perfect muisje, morsdood op de stoeptegels, gevangen door poes Beer.


Strelen

de waste

de waste

Heel zacht, met van die putjes. Je kon er heerlijk tegen aan leunen. De armen van oma. Madame liet zich graag wegzakken in de holte. Oma kon eindeloos over de rug strelen. Het dekentje “Tokke” wreef  Madame zachtjes onder de neus. Meestal rook Tokke niet meer zo fris. Dat was juist lekker. Na een jaar of tien was het dekentje helemaal opgeknuffeld.